Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Voeding / Koolstofvoetafdruk voedingsmiddelen

Koolstofvoetafdruk van voedingsmiddelen

De indicator omvat alle broeikasgasemissies die wereldwijd ontstaan in de productie- en distributieketens van de voedingsmiddelen aangekocht door Vlaamse huishoudens. Voedingsmiddelen aangekocht in horeca en catering, en broeikasgasemissies gekoppeld aan de verplaatsing van huishoudens naar de winkel en aan de opslag en bereiding van de aangekochte voedingsmiddelen bij gezinnen thuis, worden niet meegenomen in de indicator. 

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten. Emissies van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) worden niet meegenomen in deze indicator.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: september 2017
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Koolstofvoetafdruk voedingsconsumptie ontstaat grotendeels buiten Vlaanderen

De productie en distributie van voedingsmiddelen aangekocht door Vlaamse huishoudens zorgde in 2010 een broeikasgasuitstoot van 2,2 ton CO2-eq per inwoner. Dat is ongeveer een tiende van de totale Vlaamse koolstofvoetafdruk en 15 % van de koolstofvoetafdruk van de goederen en diensten aangekocht door gezinnen (zie indicator Koolstofvoetafdruk). Ter vergelijking: om de gemiddelde globale temperatuurstijging te beperken tot 2 °C zouden de broeikasgasemissies tegen 2050 moeten dalen tot gemiddeld 2 ton CO2-eq per capita per jaar op wereldniveau. 

De koolstofvoetafdruk van de Vlaamse voedingsconsumptie ontstaat grotendeels (85%) buiten Vlaanderen (figuur 1). Ruim de helft van de emissies komt vrij in de landbouw, bosbouw en visserij, voornamelijk in Europa (figuur 2). Een kwart van de emissies ontstaat bij de winning en productie van fossiele brandstoffen en elektriciteit die gebruikt worden door de verschillende sectoren in de productie- en distributieketens. De voedingsindustrie draagt voor 4 % bij aan de koolstofvoetafdruk. De andere industriële sectoren hebben samen een aandeel van 9 %, waarvan ongeveer de helft in de chemie en de productie van basismetalen. Transport vertegenwoordigt 4 % van de emissies. Wanneer de broeikasgasemissies die ontstaan bij de winning en productie van energiedragers toegekend worden aan de sectoren die de energie effectief gebruiken, nemen vooral de emissies van de voedingsindustrie, de overige industrie en handel & diensten toe (figuur 5). Dit komt omdat deze sectoren verhoudingsgewijs meer elektriciteit gebruiken.

De Vlaamse landbouw en voedingsindustrie hebben samen een aandeel van 10 % in de koolstofvoetafdruk van de in Vlaanderen geconsumeerde voedingsmiddelen (figuur 1). Andersom is ruim twee derde van de broeikasgasemissies van de landbouw en voedingsindustrie in Vlaanderen gekoppeld aan productie voor export.

Vlaamse voedingsconsumptie steunt voor de helft op jobs in landbouw en visserij in Afrika en Azië & Pacific

Twee derde van de broeikasgasemissies die gekoppeld zijn aan de Vlaamse voedingsconsumptie ontstaan in Europa. Voor tewerkstelling is de verhouding andersom: driekwart van de jobs die gecreëerd worden door de Vlaamse voedingsconsumptie is gesitueerd buiten Europa (figuur 1 en figuur 3). Opvallend is dat de helft van het totale aantal jobs waarop onze Vlaamse voedingsconsumptie steunt, gesitueerd is in de landbouw en visserij in Afrika en Azië. 

In Vlaanderen worden de meeste jobs, ongeveer 8 % van het totale aantal jobs gekoppeld aan de Vlaamse voedingsconsumptie, gecreëerd in de handel- en dienstensectoren. Minder dan 1 % van de tewerkstelling bevindt zich in de Vlaamse landbouw. 

… terwijl toegevoegde waarde grotendeels binnen Europa blijft

In tegenstelling tot de tewerkstelling ontstaat de toegevoegde waarde die gecreëerd wordt dankzij de Vlaamse voedingsconsumptie grotendeels in Vlaanderen (41 %) en in de rest van Europa (46 %), vooral in de handel- en dienstensectoren en in de voedingsindustrie (figuur 1 en figuur 4). De Vlaamse voedingsconsumptie draagt dus vooral bij aan het Vlaamse en Europese bruto binnenlands product (BBP). In Azië en Afrika, waar bijna twee derde van de jobs zit, wordt maar 6 % van de toegevoegde waarde gecreëerd.

In de sectoren die bijna vier vijfde van de koolstofvoetafdruk uitmaken, namelijk landbouw, bosbouw en visserij en energiewinning- en productie, wordt nog geen vijfde van de toegevoegde waarde gegenereerd. Andersom maken de emissies van de handel- en dienstensectoren, waar de helft van de toegevoegde waarde wordt gegenereerd, maar 4 % van de koolstofvoetafdruk uit.

Nood aan duurzamer aankoopgedrag en duurzamere handels- en productieketens

De koolstofvoetafdruk van de Vlaamse voedingsconsumptie ontstaat grotendeels buiten Vlaanderen. Emissie-reducerende maatregelen op niveau van de landbouw, de voedingsindustrie en andere sectoren in Vlaanderen hebben hier dus weinig effect op. Om de broeikasgasemissies gekoppeld aan de voedingsconsumptie ter verminderen is er nood aan wijzigingen in consumptiepatronen en aan het verminderen van de emissies op niveau van internationale productieketens. Sectoren als de voedingsindustrie en de detailhandel kunnen bijvoorbeeld een grote invloed uitoefenen op de milieuprestaties van hun toeleveranciers, en ook overheden en consumenten hebben veel macht via kun aankoopgedrag.

Rechtvaardiger internationale handels- en productieketens zijn ook van essentieel belang om armoede en ongelijkheid terug te dringen. De Vlaamse voedingsconsumptie steunt immers sterk op jobs buiten Europa, vooral in de landbouw en visserij in Afrika en Azië, maar draagt vooral bij aan het Vlaamse en Europese BBP. 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid