Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Vlaanderen / Strengheid van het milieubeleid

Strengheid van het milieubeleid in Vlaanderen

De OECD werkte een volledige set uit van indicatoren om de ‘Groene Economie’ te kunnen meten en op te volgen in de toekomst. Het uitgewerkte meetkader bestaat uit vijf grote delen:

  • socio-economische context,
  • milieu- en hulpbronnenproductiviteit,
  • natuurlijk kapitaal,
  • milieudimensie van levenskwaliteit,
  • economische opportuniteiten en beleidresponses.

‘Strengheid van milieubeleid’, die thuishoort in het deel ‘economische opportuniteiten en beleidsresponses’, is een van de indicatoren die werd berekend voor verschillende OECD-landen, waaronder België. 
De indicator ‘Strengheid van het milieubeleid’ wordt gedefinieerd als de mate waarin het milieubeleid een impliciete of expliciete prijs kleeft op vervuiling of milieuschadelijk gedrag (Botta & Kozluk, 2014). De methodologie van de indicator laat toe om landen te vergelijken en de evolutie doorheen de tijd op te volgen.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: mei 2020
Actualisatie: Tweejaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Strengheid van het milieubeleid

De ‘Strengheid van het milieubeleid’ is een samengestelde indicator, waarin 15 parameters worden opgenomen, elk met een specifiek gewicht (figuur 1). De indicator is opgebouwd uit twee grote luiken: marktgebaseerd beleid en niet-marktgebaseerd beleid, beide met een gewicht van 0,5. Onder het marktgebaseerd beleid vallen vier rubrieken (taksen, handelssystemen, terugleververgoedingen of feed-in tarieven en waarborgsystemen), elk met een gewicht van 0,25 in het marktgebaseerde beleid of 12,5 % in de volledige indicator. Het niet-marktgebaseerde beleid omvat uitstootplafonds en overheidsuitgaven voor onderzoek & ontwikkeling, elk met een gewicht van 0,5 in het niet-marktgebaseerde beleid of 25% in de volledige indicator. 
Elke rubriek is verder opgedeeld in een aantal parameters. De rubriek taksen bevat bijvoorbeeld 4 parameters: taksen (accijnzen) op CO2, NOx, SOx en diesel. Binnen de rubriek taksen heeft elke parameter een gewicht van 0,25. Het gewicht van elke parameter binnen een rubriek is afhankelijk van het aantal parameters, voor de meeste rubrieken hebben alle parameters eenzelfde gewicht. Aan elke parameter wordt een score van 0 tot 6 toegekend. In Vlaanderen is er bijvoorbeeld geen taks op de uitstoot van SOx, waardoor de parameter de score 0 krijgt. Hoe hoger het percentage accijnzen en taksen op de totale prijs van diesel, hoe hoger de score. Indien de accijnzen en taksen meer dan 60 % van de totale dieselprijs uitmaakt, wordt de maximale score van 6 toegekend. Op bovenstaande wijze werd voor elke parameter een scoretabel opgesteld met drempelwaardes. Na het bepalen van de scores voor elke parameter, worden de scores geaggregeerd volgens de gewichten om tot de uiteindelijke eindscore van de 'Strengheid van het milieubeleid' te komen (Botta & Kozluk, 2014).
Om de ‘Strengheid van het milieubeleid’ in Vlaanderen te berekenen, werd de methodologie, opgesteld door Botta & Kozluk (2014), zo nauwkeurig mogelijk gevolgd. Waar nodig werd een schatting gemaakt op basis van de historische gegevens of evolutie.  

Milieubeleid in Vlaanderen stagneert

In het begin van dit millenium werd meer dan de helft van de score bepaald door de marktgebaseerde parameters (figuur 2). In 2004 steeg de totale score van de niet-marktgebaseerde parameters waardoor dit luik de bovenhand kreeg. De aanscherping van de uitstootnormen in de Europese Unie voor nieuw gebouwde kolencentrales en het zwavelgehalte in diesel voor wegverkeer, deden deze score stijgen tot het maximum. In 2014 is er een sprong en dit door een hoger bedrag dat werd gespendeerd voor onderzoek & ontwikkeling in het domein van hernieuwbare energie.
In de rubriek taksen zijn enkel de taksen op diesel van toepassing in Vlaanderen. Doordat er geen rechtstreekse taksen zijn op totale hoeveelheid emissies van CO2, NOx, SOx is de totale score voor taksen relatief beperkt. De taksen op diesel variëren tussen de 30 % en 49 % wat resulteerde in een score voor de parameter van 3 of 4 over de beschouwde periode 2000-2019. 
Bij de handelssystemen is er een duidelijke sprong waar te nemen in 2005, de oorzaak hiervan is het in werking treden van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). De dalende prijs voor een ton CO2 deed de score voor de parameter CO2 dalen, maar dit werd gecompenseerd door een stijgende score van hernieuwbare energie, die sinds 2015 de maximale score bereikte. In de laatste jaren steeg de prijs voor een ton CO2 opnieuw, met als gevolg een lichte stijging in de eindscore van de strengheid van het milieubeleid.
De terugleververgoedingen voor zonne- en windenergie werd in 2006 ingevoerd, in Vlaanderen was dit onder de vorm van groenestroomcertificaten (GSC). In het begin was het systeem vrij genereus, wat resulteerde in een hoge score. Doorheen de jaren daalde de vergoeding per GSC, wat zich dan ook vertaalde in een dalende score.
Het al dan niet aanwezig zijn van een waarborgsysteem (statiegeld) heeft een grote impact op de eindscore omdat de parameter de score 0 of 6 krijgt toegekend, wat resulteer in een impact van 0,75 punten in de eindscore. In de studie door Botta & Kozluk (2014) werd voor België geen dergelijk waarborgsysteem in rekening gebracht, hoewel er een zeer uitgebreid systeem van statiegeld bestaat. 

‘Strengheid van het milieubeleid’ internationaal vergeleken

De meest recente cijfers (2012 of 2015) voor een internationale vergelijking (figuur 3) zijn te raadplegen op de site van OECD. België staat achteraan het peloton. Hier moet echter de kanttekening bij worden gemaakt dat een waarborgsysteem niet werd meegerekend. Indien dit in rekening wordt gebracht, stijgt de score van België tot boven drie en staat België in de eerste helft van het peloton. Voor Vlaanderen is de meest recente score (2019) opgenomen. Sinds 2006 heeft Vlaanderen een score die varieerde tussen 2,98 en 3,20 (de uitschieter (3,79) in 2017 buiten beschouwing gelaten).

Strengheid en verder?

Een hoge score voor de ‘Strengheid van het milieubeleid’ zegt op zich niet alles. Het is wel duidelijk dat de landen die traditioneel goed scoren in milieu-indicatoren ook hier een hoge score kennen. Een hoge score zegt echter niets over de mate waarin een streng milieubeleid wordt gehandhaafd. De kracht van de indicator zit hoofdzakelijk in het feit dat ze kan gebruikt worden in andere studies die de relatie onderzoeken tussen de ‘Strengheid van het milieubeleid’ en andere parameters. Zo kan worden nagegaan of landen met een streng milieubeleid een stijging of daling kennen van de productiviteit, innovatie, directe buitenlandse investeringen, het wegtrekken van bedrijven naar landen met een lakser milieubeleid …

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.