Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Vlaanderen / Koolstofvoetafdruk

Koolstofvoetafdruk

De klimaatinspanningen van een land of regio worden tot nu toe enkel afgemeten aan de hoeveelheid broeikasgassen die uitgestoten wordt op het eigen grondgebied door particulieren, bedrijven, overheden en transportactiviteiten. Het is echter even belangrijk om te kijken naar de koolstofvoetafdruk, de broeikasgasuitstoot die veroorzaakt wordt door de binnenlandse consumptie. Veel  van de geconsumeerde goederen en diensten hebben namelijk lange productieketens die vaak ook zorgen voor broeikasgasemissies buiten de grenzen van het land of de regio.

De koolstofvoetafdruk van Vlaanderen omvat alle broeikasgasemissies die wereldwijd ontstaan als gevolg van de Vlaamse consumptie. Dit zijn:

  • broeikasgasemissies die ontstaan in de productie- en distributieketens van de goederen en diensten die huishoudens aankopen;
  • broeikasgasemissies die ontstaan bij huishoudens zelf door het gebruik van brandstoffen in de woning en voor het rijden met de wagen;
  • broeikasgasemissies gekoppeld aan investeringen van bedrijven en overheden in gebouwen en infrastructuur, machines, ICT-materiaal, enzovoort;
  • broeikasgasemissies gekoppeld aan overheidsdiensten waar de consument niet rechtstreeks voor betaalt, zoals onderwijs en defensie. 

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten. Emissies van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) worden niet meegenomen in deze indicator.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: september 2017
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Koolstofvoetafdruk is factor tien te hoog

De koolstofvoetafdruk van een land of regio omvat alle broeikasgasemissies die wereldwijd ontstaan als gevolg van de consumptie van haar inwoners. In 2010 bedroeg de koolstofvoetafdruk van Vlaanderen zo’n 20 ton per inwoner. Om de gemiddelde globale temperatuurstijging te beperken tot 2 °C moeten de mondiale broeikasgasemissies tegen 2050 verminderd worden tot gemiddeld 2 ton per capita. De Vlaamse koolstofvoetafdruk is dus een factor tien te hoog. Hij is ook hoger dan de totale broeikasuitstoot van particulieren, bedrijven, overheden en transportactiviteiten op het grondgebied van Vlaanderen zelf (figuur 1).

Ruim de helft van de koolstofvoetafdruk komt van huisvesting, personenvervoer en voeding 

Bijna driekwart van de Vlaamse koolstofvoetafdruk, zo’n 15 ton CO2-eq. per inwoner, is gekoppeld aan de goederen en diensten die de Vlaamse huishoudens aankopen (figuur 2). Het grootste deel van deze emissies, ongeveer vier vijfde, ontstaat tijdens de productie en het transport van de geconsumeerde goederen en diensten. De rest zijn broeikasgasemissies die ontstaan bij de gezinnen zelf door het gebruik van brandstoffen in de woning en voor het rijden met de wagen.

Het overige kwart van de Vlaamse koolstofvoetafdruk bestaat vooral uit emissies gekoppeld aan investeringen van bedrijven en overheden in gebouwen en infrastructuur, machines, ICT-materiaal, enzovoort (iets meer dan 3 ton CO2-eq. per inwoner) en uit emissies gekoppeld aan overheidsdiensten waar de consument niet rechtstreeks voor betaalt, zoals onderwijs en defensie (ongeveer 2 ton CO2-eq. per inwoner).

Ruim de helft van de koolstofvoetafdruk ontstaat door huisvesting, personenvervoer en voeding (figuur 3). De helft van de koolstofvoetafdruk van huisvesting komt van verwarming. Elektriciteitsgebruik voor toestellen en apparaten in de woning is goed voor een zesde van de koolstofvoetafdruk van huisvesting. Iets minder dan de helft van de broeikasgasemissies die gekoppeld zijn aan het energiegebruik in de woning komt vrij aan de schouw van de woningen zelf, de andere helft ontstaat in de productie- en distributieketen van de gebruikte brandstoffen en elektriciteit. 

Ongeveer een zesde van de koolstofvoetafdruk van huisvesting ontstaat door bouwen en verbouwen van woningen. Het gaat hier niet alleen om de emissies bij het (ver)bouwen zelf, maar bijvoorbeeld ook om emissies die veroorzaakt worden door de productie van bouwmaterialen.

90 % van de voetafdruk van personenvervoer wordt veroorzaakt door de auto. Het gaat vooral om broeikasgassen die ontstaan bij de winning en raffinage van de gebruikte brandstoffen en aan de uitlaat van de wagens zelf, en in mindere mate om de uitstoot in de productieketens en bij het onderhoud van wagens. Het aandeel van andere transportmodi in de koolstofvoetafdruk van personenvervoer is beperkt (10 %).

Ruim vier vijfde van de koolstofvoetafdruk van voeding ontstaat in de productieketen van voedingsmiddelen die aangekocht worden door huishoudens (zie ook Koolstofvoetafdruk van voedingsconsumptie). De rest is gekoppeld aan buitenshuis eten, bv. restaurant, hotel, bedrijfs- en schoolrestaurants, enz. 

Broeikasgasuitstoot en jobs worden méér uitbesteed dan toegevoegde waarde 

Twee derde van de broeikasgasuitstoot die gekoppeld is aan onze consumptie ontstaat buiten Vlaanderen (figuur 4). Een derde is het gevolg van productie buiten Europa, vooral in Azië. Opvallend is dat het aandeel van niet-Europese productieactiviteiten verdubbelde van ongeveer 20 % van de emissies in 2003 naar bijna 40 % in 2010. Het aandeel van emissies ten gevolge van productie en gebruik in Vlaanderen daalde. 

Ook de tewerkstelling waarop de Vlaamse consumptie steunt, wordt massaal uitbesteed. Driekwart van de jobs zit buiten Vlaanderen. De helft bevindt zich buiten Europa, waarbij Azië met 1,7 miljoen banen en Afrika met 800.000 jobs veruit het hoogst scoren. In beide regio’s is meer dan een half miljoen van deze jobs gesitueerd in de landbouw en de visserij.

De verdeling van de toegevoegde waarde die gecreëerd wordt door de Vlaamse consumptie toont een ander beeld. In tegenstelling tot de broeikasgasuitstoot en de tewerkstelling, ontstaat de toegevoegde waarde grotendeels in Vlaanderen (55 %) en in de rest van Europa (35 %). De Vlaamse consumptie draagt dus vooral bij aan het Vlaamse en Europese bruto binnenlands product.

Onze consumptie zorgt voor broeikasgasemissies buiten Vlaanderen, maar uiteraard werkt het ook andersom:  twee derde van de broeikasgasuitstoot van de Vlaamse bedrijven is het gevolg van productie voor export. De broeikasgasuitstoot die onze consumptie veroorzaakt buiten Vlaanderen is echter wel dubbel zo hoog als de hoeveelheid broeikasgassen die in Vlaanderen ontstaat door productie voor export. Er is dus duidelijk netto uitbesteding van broeikasgasemissies. Voor tewerkstelling is het verschil nog meer uitgesproken: het aantal jobs dat buiten Vlaanderen gecreëerd wordt door Vlaamse consumptie is vijf keer hoger dan het aantal jobs dat in Vlaanderen gecreëerd wordt dankzij export. Voor toegevoegde waarde daarentegen is het verschil heel klein. 

Inzetten op duurzamere handels- en productieketens en duurzamer consumentengedrag

Aangezien  twee derde van de broeikasgasuitstoot die gekoppeld is aan onze consumptie ontstaat buiten Vlaanderen, richt het beleid zich best niet enkel op het verminderen van de broeikasgasemissies op het eigen grondgebied maar ook op het gedrag van consumenten en op een reductie van de broeikasgasuitstoot doorheen volledige productieketens. Bedrijven en sectoren kunnen bijvoorbeeld een grote invloed uitoefenen op de milieuprestaties van hun toeleveranciers, en ook consumenten en overheden kunnen via hun aankoopgedrag hun koolstofvoetafdruk verminderen. Rechtvaardiger internationale handels- en productieketens zijn ook van essentieel belang om armoede en ongelijkheid terug te dringen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid