Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Vlaanderen / Index voor Duurzame Economische Welvaart

Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen (1990-2016)

De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW, Index of Sustainable Economic Welfare) is een alternatieve indicator voor welvaart. De index meet de bijdrage van een economie in een land of een regio tot het welzijn van haar inwoners op basis van een afweging tussen de baten en de kosten van activiteiten op macroniveau.

De ISEW vertrekt van de private consumptieve uitgaven, in de veronderstelling dat deze uitgaven een goede inschatting geven van het nut dat consumenten ervaren bij het gebruik van goederen en diensten. De ISEW past deze baten vervolgens aan om te komen tot de ‘echte’ baten. De waarde van huishoudelijke arbeid en vrijwilligerswerk, de welvaartsverliezen door inkomensongelijkheid, de welvaartverhogende overheidsuitgaven en de uitgaven van defensieve aard worden in rekening gebracht. De ‘echte’ kosten van economische activiteiten hebben voornamelijk betrekking op de achteruitgang van het milieu en de uitputting van het natuurlijk kapitaal: de ISEW houdt in het bijzonder rekening met de kosten van water- en luchtverontreiniging, de kosten van klimaatverandering, aantasting van de ozonlaag en het verlies aan landbouwgrond, en de vervangingskost voor het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Igor Struyf

Andere kijk op welvaart

Het Bruto Binnenlands Product (BBP) - of het Bruto Regionaal Product (BRP) voor een regio - is een veel gebruikte maatstaf voor de welvaart van een land of regio. Steeds vaker komt er kritiek op het BBP als welvaartsindicator. Het gebruik van het BBP heeft voordelen, maar ook een aantal nadelen. Zo maakt het BBP geen onderscheid tussen activiteiten die bijdragen aan de welvaart en activiteiten die de welvaart negatief beïnvloeden, enkel naar de omvang van economische activiteiten. De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) werd ontwikkeld als een alternatief om tegemoet te komen aan deze tekortkomingen. De ISEW houdt ook rekening met niet-markt activiteiten zoals huishoudelijke arbeid en vrijwilligerswerk, met de inkomensverdeling en met de impact van productie en consumptie op onze leefomgeving. De ISEW neemt dus bepaalde sociale en milieuaspecten mee in de berekening van de economische welvaart. De ISEW geeft op die manier een meer accuraat beeld van de 'echte' economische welvaart. Door naast de baten van economische en bepaalde andere activiteiten (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) ook bepaalde sociale en milieukosten expliciet in rekening te brengen, geeft de ISEW de bijdrage weer van de economie in een land of regio tot het welzijn van haar bevolking. De grootste toegevoegde waarde van de ISEW ligt er in om zijn evolutie te tonen en te duiden onder invloed van de opgenomen baten en kosten, in vergelijking met de evolutie van het BBP.

Evolutie van de economische welvaart in Vlaanderen 

De ISEW voor Vlaanderen toont dat de duurzame economische welvaart per capita in de regio minder sterk toenam in de bestudeerde periode 1990-2016 dan het Bruto Regionale Product (BRP) per capita: de ISEW per capita nam toe met 28,1 %, terwijl het BRP per capita toenam met 35,5 %. Beide indices kennen bovendien een sterk verschillend verloop, wat aangeeft dat economische groei niet noodzakelijk hand in hand gaat met een toename van duurzame economische welvaart. Zo nam sinds het uitbreken van de financieel-economische crisis (2008) de ISEW per capita toe met 10,6 %, terwijl het BRP per capita in Vlaanderen daalde met 1,5 %.

Wanneer we de bestudeerde periode in kleinere tijdsintervallen opsplitsen, kunnen we stellen dat de ISEW per capita in de jaren ’90 en het begin van de jaren ’00 gestaag toenam aan een tempo dat min of meer gelijk is aan dat van de toename in het BRP per capita. Het BRP per capita nam toe tot 2007 en daalde nadien met bijna 2 % als gevolg van de financieel-economische crisis. De Index voor Duurzame Economische Welvaart voor Vlaanderen (gedetailleerde berekening) kende een ander verloop.

De ISEW voor Vlaanderen nam toe tot het jaar 2002, om nadien terug te vallen tussen 2002 en 2006. De daling van de ISEW in deze periode werd in hoofdzaak veroorzaakt door een toename van de inkomensongelijkheid in Vlaanderen, maar deels ook door de toename van de milieukosten (klimaatverandering en gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen).

In 2007 namen zowel de ISEW per capita als het BRP per capita licht toe, terwijl de kleine terugval in het Vlaamse BRP per capita in 2008 niet wordt gereflecteerd in een daling van de ISEW per capita.

De sterke daling van het BRP per capita in 2009 als gevolg van de financieel-economische crisis (-3,4 %) ging gepaard met een zeer kleine daling van de ISEW per capita in datzelfde jaar. Dit was in belangrijke mate het gevolg van de daling van het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen die gepaard ging met de afname van de economische activiteiten in Vlaanderen in 2009.

In 2010 steeg het energiegebruik uit niet-hernieuwbare bronnen echter opnieuw (met 6,7 %) door de economische heropleving, zodat de ISEW per capita in dat jaar sterk daalde (-4,4 %).

De volgende jaren daalde het gebruik van niet-hernieuwbare energie verder (in totaal met 19,1 % in de periode 2010-2015), wat de stijging van de ISEW per capita tijdens deze periode in sterke mate verklaart. De ommekeer in de evolutie van de inkomensongelijkheid zorgde verder voor een daling van de welvaartsverliezen door inkomensongelijkheid, die de gestegen kosten voor de uitstoot van broeikasgassen compenseerde.

In 2014 en 2015 merken we een sterke stijging van de ISEW per capita op (respectievelijk +5,0 % en +3,9 % ten opzichte van het voorgaande jaar). Deze toenames zijn het gevolg van (1) een toename van de waarde van huishoudelijke arbeid en vrijwilligerswerk als gevolg van een toename van de schaduwprijs, en (2) een daling van het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen, en dan de daling van nucleaire warmte in het bijzonder. In 2014 speelde ook de daling van de kosten van luchtvervuiling door een daling van de uitstoot van fijn stof een rol, maar in 2015 liepen deze kosten opnieuw op. De toename van de ISEW per capita in 2015 wordt ook gestuwd door een toename van de private consumptieve bestedingen en van de niet-defensieve overheidsuitgaven.

In 2016 daalde de ISEW per capita in Vlaanderen (-2,5 % ten opzichte van 2015) als gevolg van een toename van zowel de kosten gelinkt aan het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen als deze van milieudegradatie.

Globaal genomen neemt het belang van de kosten van milieudegradatie op korte termijn af doorheen de bestudeerde periode, en dit ten gevolge van de verminderde uitstoot van luchtvervuilers en de verbeterde waterkwaliteit in Vlaanderen.

Inzichten voor een effectiever beleid 

De meer holistische kijk op welvaart via alle economische, sociale en milieucomponenten van de ISEW biedt een breed scala aan aangrijpings- en interventiepunten voor beleidsmakers en andere maatschappelijke actoren. De ISEW biedt data over en inzichten in bepaalde bredere effecten van het gevoerde (overheids)beleid. Op die manier kan de ISEW bijdragen om een effectiever (overheids)beleid uit te stippelen dat de economische dimensie van welzijn op een duurzame manier verhoogt.

Een (overheids)beleid dat inzet op het behoud en de verbetering van de milieukwaliteit kan de ISEW positief beïnvloeden ondanks een negatief effect op korte termijn op de uitgaven van huishoudens. Een daling van bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen en een efficiënter gebruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen zal zich uiten in een daling van de kosten van luchtvervuiling of van klimaatverandering en in een lagere totale vervangingskost voor het gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen. De gedaalde kosten kunnen een eventuele tijdelijke daling van de uitgaven van huishoudens compenseren binnen de ISEW. Door kosten en baten van beleidsmaatregelen samen in rekening te brengen, hanteert de ISEW een andere invalshoek bij beleidsanalyse in vergelijking met het BRP. Wanneer er enkel naar het BRP wordt gekeken, zullen zulke beleidsmaatregelen negatief geëvalueerd worden door de daling van de totale consumptie.

In zijn hoedanigheid van alternatieve maat voor het opvolgen van economische prestaties (in plaats van het BRP) kan de ISEW op zijn beurt opgenomen worden in een bredere set van alternatieve indicatoren, inclusief biofysische indicatoren (bijvoorbeeld de ecologische voetafdruk) om zo ook de (ecologische) duurzaamheid van het huidige welvaartsniveau na te gaan.

Voor tal van landen of regio’s werd de ISEW inmiddels berekend, zowel binnen (bijvoorbeeld Finland, Zweden, Italië, Griekenland) als buiten Europa (bijvoorbeeld Chili en Thailand). De Genuine Progress Indicator (GPI), een variant van de ISEW, wordt gebruikt als alternatief voor het BBP in de VS; dit zowel op nationaal als op regionaal niveau (Maryland, Vermont, Ohio en Hawaii). In Duitsland wordt gewerkt aan de National Welfare Index (NWI), een andere variant op de ISEW.

In Vlaanderen werd de ISEW reeds opgenomen in studies rond de vergroening van de fiscaliteit (link), het reduceren van de broeikasgasuitstoot in de provincie Limburg (link) en het opstellen van een monitor voor de opvolging van vooruitgang naar een groene economie (link). Hierbij werd bestudeerd wat de impact van verschillende maatregelen is op de economische welvaart of de evolutie naar een groene economie in Vlaanderen of Limburg, en dit via zowel het BRP als de ISEW. De ISEW is ook opgenomen als één van de kernindicatoren in het Pact 2020 voor de opvolging van de doelstelling om Vlaanderen tegen 2020 te laten uitgroeien tot een competitieve, polyvalente kenniseconomie die op een duurzame manier welvaart creëert.

In onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland geeft het verloop van de ISEW (of NWI, voor Duitsland) aan dat de economische groei niet volledig bijdraagt tot de duurzame economische ontwikkeling van het land. De afstand tussen de ISEW per capita en het BBP per capita neemt in alle buurlanden toe, al zijn er verschillen in de mate van deze toename. In Vlaanderen is er een stabilisatie in het niveau van de economische welvaart, zoals gemeten door de ISEW. Uit de studies voor onze buurlanden valt ook op dat gedurende de laatste 10 jaar de sociale en ecologische kosten van economische activiteiten sterker toenamen dan de baten van deze activiteiten. Zowel de kosten van milieudegradatie en de uitputting van natuurlijk kapitaal als de welvaartsverliezen veroorzaakt door inkomensongelijkheden namen toe in onze buurlanden.

Ter info:

Lees het volledige MIRA-rapport 'De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2016' (Bleys en Van der Slycken, 2018).

Lees deel 2 van de studie van 2017 (Exploratieve berekeningen voor bepaalde ISEW-milieucomponenten (Bleys en Van der Slycken, 2017) .

De index werd samengesteld voor België in 2006 in het rapport 'The Index of Sustainable Economic Welfare for Belgium 1970-2006' (Brent Bleys, 2006).

De cijfers voor België werden ook geactualiseerd in 2009  'The Index of Sustainable Economic Welfare for Belgium 1970-2009' (Brent Bleys, 2009).

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid