Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Energie / Energiestromen

Energiestromen in Vlaanderen

Deze indicator brengt alle energiestromen in Vlaanderen in beeld en omvat volgende energievormen:

  • vaste brandstoffen: kolen, koolteer en cokes,
  • petroleumproducten: ruwe aardolie en petroleumproducten waaronder raffinaderijgas, LPG, benzine, kerosine, huisbrandolie en diesel, stookolie, nafta, petroleumcokes …,
  • gassen: aard- hoogoven- en cokesovengas,
  • (nucleaire) warmte: warmte en nucleaire warmte of splijtstoffen,
  • elektriciteit: netto-invoer en primair in Vlaanderen geproduceerde elektriciteit door middel van wind-, water- en zonne-energie,
  • biomassa: hout, biogas...
  • andere brandstoffen: voornamelijk restbrandstoffen van de chemische industrie en het niet-hernieuwbaar deel van restafval.
Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Binnenlandse primaire energieproductie stijgt maar blijft beperkt

Het primaire (of totale) energiegebruik is de som van de binnenlandse primaire energieproductie en de netto-invoer van energie. In 2017 werd 91,8 % van alle energie ingevoerd (zie importafhankelijkheid energiegebruik). De binnenlandse energieproductie omvat vooral de energetische valorisatie van restbrandstoffen uit de chemische sector, stroomproductie uit restafval, hernieuwbare stroomproductie uit biomassa, zonne- en windenergie. Die binnenlandse energieproductie steeg van 4,7 % in 1990 naar 8,2 % in 2017. 

Fossiele brandstoffen blijven energiemix domineren

Het aandeel van fossiele brandstoffen (kolen, gas en petroleumproducten) in het primair energiegebruik  is de laatste jaren licht gedaald. In 1990 was er een aandeel van 82,5 %, in 2005 was dit 81,2 %, om daarna te dalen naar 76,9 % in 2017. Het aandeel vaste brandstoffen liep terug en werd vervangen door gas. De bunkerbrandstoffen voor schepen (gas- en dieselolie, zware stookolie) en vliegtuigen (kerosine), die tanken in de Vlaamse zee- en luchthavens, bestaan volledig uit petroleumproducten. Deze bunkerbrandstoffen zijn goed voor 18,4 % van het primaire energiegebruik in 2017 of 37,1 % van het gebruik van alle petroleumproducten.

Door het tijdelijk uitvallen van kernreactoren in de periode 2012-2015 was het aandeel van kernenergie of de inzet van splijtstoffen teruggevallen van 14,5 % in 1990 tot 6,6 % in 2015 om daarna terug te stijgen tot 11,5 % in 2017. In de jaren met een lagere productie van elektriciteit in de kerncentrales werd dit grotendeels gecompenseerd door een verhoogde netto stroominvoer.

Zowel de andere brandstoffen, biomassa en eigen opgewekte stroom kenden een stijging en zijn in 2017 samen goed voor 8,2 % van het primaire energiegebruik.

Energiesector gebruikt bijna vijfde van de energie

Het bruto binnenlands energiegebruik (BBE) is het primaire energiegebruik zonder het verbruik van de internationale bunkers (internationale scheep- en luchtvaart). Of anders geformuleerd het eindgebruik in de sectoren industrie, handel & diensten, landbouw, transport en huishoudens samengeteld met het energiegebruik en de verliezen van de energiesector. De energieverliezen bij transformatie, transport en distributie van energie en het eigen energiegebruik van de energiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen en aardgasdistributie) lopen op tot 20,7 % van het bruto binnenlands energiegebruik (of 16,9 % van het primaire energiegebruik).

Dalend energiegebruik in de meeste sectoren

Het netto binnenlands energiegebruik bestaat uit twee delen: het energetische eindgebruik (voor verwarming, verlichting, aandrijving …) en het niet-energetische eindgebruik. Het niet-energetische eindgebruik waarbij energiebronnen worden ingezet als grondstof en niet als energiedrager omvat 15,2 % of 292 PJ van het primaire energiegebruik. Dit gebruik situeert zich bijna uitsluitend in de (chemische) industrie, en betreft vooral het gebruik van aardgas voor de productie van ammoniak en kunstmest, de inzet van nafta voor de aanmaak van diverse kunststoffen (polypropyleen, polyetheen …) en het gebruik van afgeleide aardolieproducten als organisch smeermiddel. Dit niet-energetisch eindgebruik van energiedragers voor de aanmaak van andere producten of voor niet-energetische doeleinden, kende vooral in de jaren 90 een sterke stijging. Na 2005 schommelt het niet-energetische gebruik, in 2017 ligt het niet-energetische energiegebruik 4,7 % hoger dan 2005. Het energetische energiegebruik in de industrie daalde dan weer 2,8 %. Het volledige gebruik in de industrie is in 2017 bijna identiek als in 2005.

In de sectoren energie (- 16,7%), landbouw (- 8,0 %) en huishoudens (-17,5 %) kan er in 2017 een daling worden waargenomen in vergelijking met 2005. De sector handel & diensten blijft op hetzelfde niveau. De transportsector, die ook een groei kende in het aantal gereden kilometers kende een stijging van 5,1 %.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid