Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Energie / Energie- en koolstofintensiteit

Energie- en koolstofintensiteit van Vlaamse economie

Bij de energie-intensiteit wordt nagegaan hoe de evolutie verloopt van het bruto binnenlands energiegebruik (BBE) per eenheid bruto binnenlands product (BBP).

Bij de koolstofintensiteit daarentegen gaan we na hoe de hoeveelheid energiegerelateerde CO2-emissie (incl. procesemissies in de chemie en emissies t.g.v. het niet-energetisch verbruik van brandstoffen) verloopt per eenheid BBP.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Energie-intensiteit met kwart gedaald

Vanaf 2004 realiseerde Vlaanderen een duidelijke ontkoppeling tussen de economische groei en het energiegebruik. Het bruto binnenlands product (BBP) bleef verder stijgen en het energiegebruik bleef eerder constant waardoor de energie-intensiteit een dalende tendens kende. De daling werd veroorzaakt door enerzijds structurele effecten (verschuivingen van het belang van sectoren in de Vlaamse economie) en anderzijds wijzigingen in de energie-efficiëntie (bv. wijzigend energiegebruik per eenheid product of dienst).

De financieel-economische crisis remde de trend echter af in 2008 en 2009. Zo viel bijvoorbeeld in de erg energie-intensieve industriële deelsector chemie het activiteitsniveau sterker terug dan het totaal energiegebruik. En voor nieuwe investeringen in energiebesparende technologie werden bedrijven geconfronteerd met aangescherpte criteria voor kredietverstrekking.

In 2010 werd de trend zelfs abrupt onderbroken: de energie-intensiteit van Vlaanderen nam weer toe (+5 % in 1 jaar). De extreem koude wintermaanden van 2010 spelen hier een belangrijke rol, met name bij het energiegebruik door huishoudens, handel & diensten en de glastuinbouw. Maar daarnaast nam het energiegebruik in industriële installaties dat jaar veel sneller toe dan het algemeen productieniveau. Na 2010 daalde de energie-intensiteit opnieuw, in 2014 was er daling van iets meer dan 25 %. Na 2014 steeg de intensiteit opnieuw licht, dit hoofdzakelijk door een toegenomen energiegebruik. In 2017 lag de energie-intensiteit net geen 25 % lager dan in 2000.

Diverse aanpak

Bij de interpretatie van de energie-intensiteit is het belangrijk oog te hebben voor de grote diversiteit tussen de sectoren. Voor woningen en gebouwen van de sector handel & diensten stimuleert de overheid al jaren een verbetering van de energetische kwaliteit, zowel via normering (het energieprestatiepeil of EP voor nieuwbouw), via financiële stimuli (premies, zachte leningen en belastingaftrekken) voor hoofdzakelijk betere isolatie van de gebouwschil en voor meer efficiënte verwarmingssystemen, en tot slot via sensibilisering. De verbetering van de energie-efficiëntie van het Vlaamse gebouwenpark is echter afhankelijk van de nieuwbouw-, renovatie- en sloopratio’s. Deze liggen in Vlaanderen relatief laag in vergelijking met de rest van Europa, en ons gebouwenbestand is relatief verouderd.

Voor het verbeteren van de energie-efficiëntie (en de koolstofintensiteit) van de industrie en de energiesector rekent de overheid vooral op (vrijwillige) overeenkomsten, en het Europese systeem van emissierechten.

Het energiebeleid rond transport is nog vrij beperkt, met vooral fiscale maatregelen en subsidies voor het stimuleren van wegvoertuigen die minder CO2 uitstoten. Integratie met ruimtelijke ordening om een verschuiving naar meer energie- en milieuvriendelijke transportmodi te bevorderen kan in de toekomst nog voor een belangrijke bijdrage zorgen.

Koolstofintensief daalde met 35 %

Sinds 2000 is de Vlaamse economie 35 % koolstofarmer geworden. Sinds 2004 ontstond er een absolute ontkoppeling tussen de economische groei en de energiegerelateerde CO2-uitstoot. Daar waar het BBP jaar na jaar bleef stijgen met enkel een terugval in 2009-2010, nam de energiegerelateerde CO2-uitstoot verder af.

Alhoewel deze curve een gelijkaardig verloop kent met de energie-intensiteit, ligt de koolstofintensiteit systematisch lager door de omschakeling naar koolstofarmere brandstoffen. Vaste brandstoffen met een hoge CO2-emissiefactor werden vervangen, voornamelijk door aardgas met een lagere CO2-emissiefactor (bv. shift bij stroomproducenten van klassieke steenkoolcentrales naar meer efficiënte gascentrales; overstap van steenkool en vooral aardolie naar aardgas voor gebouwenverwarming). Ook de omslag naar meer hernieuwbare energiebronnen ondersteunen de evolutie naar een koolstofarme economie.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid