Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Energie / Aandeel energiegebruik, -productie & -verdeling en niet-energiegebonden activiteiten in de milieudruk

Aandeel energiegebruik, -productie & -verdeling en niet-energiegebonden activiteiten in de milieudruk

Deze indicator gaat na in hoeverre ons energiesysteem een rol speelt in de milieudruk in Vlaanderen. Daartoe wordt de totale milieudruk in Vlaanderen opgesplitst naar de bijdrage van:

  • energiegebruik: de vraagzijde in het energiesysteem met de finale energievraag voor diverse energiediensten (verwarmen & koelen, verlichten, aandrijven van motoren …) in woningen, bedrijven, voertuigen, handelszaken en diensten;
  • energieproductie & -verdeling: de aanbodzijde in het energiesysteem met de transformatie van energiebronnen in energiedragers geschikt voor de eindgebruikers, en het transport en de distributie van die energie tot bij de eindgebruikers. Dit omvat dus zowel milieudruk gerelateerd aan activiteiten van de energiesector (centrale productie) zelf, als van decentrale energieproductie (bv. installaties voor warmte-krachtkoppeling);
  • niet-energiegebonden activiteiten: andere bronnen van milieudruk die geen directe link hebben met energiegebruik of -productie staan in voor belangrijke aandelen in de milieudruk. Voorbeelden zijn huishoudelijk en industrieel verfgebruik, compostering, industriële procesemissies, afvalverbranding zonder energierecuperatie, verteringsprocessen in de landbouw en mestopslag.
Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: april 2017
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Milieuverstoringen door het energiesysteem

De figuur maakt duidelijk in welke mate de milieudruk gerelateerd aan het energiesysteem toe te wijzen is aan de vraagzijde (rode balken) en de aanbodzijde (blauwe balken). De grijze balken geven het aandeel in de milieudruk weer van niet-energiegebonden activiteiten in Vlaanderen. De drie zichtjaren 2000, 2010 en 2014 worden gekenmerkt door verschillen in de economische activiteitsniveaus van de sectoren, veranderingen in de bevolking (toename, gezinsverdunning, vergrijzing) en het klimaat (erg koude winter in 2010 versus uitzonderlijk warme in 2014). Deze verschillen resulteren niet in eenduidige patronen van wijzigende aandelen voor energiegebruik en energieproductie & -verdeling over de periode 2000-2014, mogelijk omdat er ook nog andere factoren spelen zoals verschuivingen in aandelen van gebruikte energiebronnen, ingezette technologie, mogelijk gerealiseerde efficiëntiewinsten, enz.

Door het vervagen van de grens tussen energieproductie & -verdeling en energiegebruik (bv. door het stijgend aandeel van prosumenten of energiegebruikers die zelf een deel van hun energie opwekken), kan milieuwinst aan de ene zijde (deels) ten koste gaan van milieuwinst aan de andere zijde. Energieproductie & -verdeling en energiegebruik treden als het ware op als communicerende vaten. Zo kan het toenemende elektriciteitsgebruik bij de eindgebruikers (bv. warmtepompen: eind 2014 al 14 162 geïnstalleerd in Vlaanderen; elektrische wagens: in 2015 zijn 991 volledig elektrische personenwagens en 1 860 plug-in hybrides nieuw ingeschreven in Vlaanderen) leiden tot een lagere milieudruk aan de gebruikerszijde maar een hogere milieudruk aan de productiezijde, vooral als de benodigde stroom niet wordt opgewekt met hernieuwbare energiebronnen. In de mate dat de consumenten zelf groene stroom opwekken, zoals bijvoorbeeld in bijna nulenergiewoningen, kan men deels vermijden dat de milieudruk wordt verschoven naar de centrale aanbodzijde.

Energiegebruik heeft grootste aandeel in luchtverontreiniging

De hoofdmoot van de milieudruk door het energiegebruik situeert zich bij de emissies van diverse luchtpolluenten. Bij de omzetting in mechanische energie, nuttige warmte enz. (verbrandingsmotoren, industriële stookinstallaties, kachels, centrale verwarming …) worden verschillende fossiele energiedragers verbrand. Bij deze verbrandingsprocessen komen tal van polluenten vrij in de omgevingslucht: altijd CO2, en afhankelijk van de brandstof en de efficiëntie van het verbrandingsproces ook SO2, NOx, NMVOS, PAK’s, stofdeeltjes als PM2,5, zware metalen …

In 2014 is het energiegebruik verantwoordelijk voor 51 % van de broeikasgasemissies (bijna uitsluitend CO2) en 43 % van de totale verzurende emissies (met aandelen van 81 % in de totale NOx- en 55 % in de totale SO2-emissie) in Vlaanderen. De CO2-emissie is afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen: vooral voor vervoer, gebouwenverwarming en industriële proceswarmte. De NOx-emissies zijn in 2014 voor 68 % toe te schrijven aan de verbrandingsmotoren op diesel en benzine in de sector transport (hoofdzakelijk wegverkeer). De SO2-emissies komen in 2014 voor 66 % uit de industriële verbrandingsprocessen (door stoken met energiedragers met een hoog zwavelgehalte zoals kolen, cokes en zware stookolie).

Voor de emissies van zware metalen, PAK’s en stofdeeltjes (PM2,5) liggen de aandelen van het energiegebruik nog hoger (respectievelijk 70 %, 99 % en 86 % in 2014). De reden hiervoor is onder andere te vinden in het verbranden van vaste fossiele brandstoffen, biomassa (hout) en (zware) stookolie. Klimaatregeling in gebouwen en de productie van warm water bij eindgebruikers is verantwoordelijk voor 31 % van het energiegebruik, en hangt af van de schommelende weersomstandigheden (strenge of zachte winters). Door niet-optimale verbrandingsomstandigheden dragen de bijhorende verbrandingsprocessen in belangrijke mate bij aan de emissies naar de lucht. Vooral de woningverwarming op vaste brandstoffen (steenkool en hout) en op stookolie in verouderde kachels, verwarmingsketels en allesbranders gebeurt niet altijd efficiënt. Daarom heeft woningverwarming het hoofdaandeel in de energetische emissies van PM2,5 (bijna 62 % in 2014) en PAK’s (90 % in 2014).

Ook in de industrie worden nog vrij veel vaste fossiele brandstoffen (o.a. steenkool, cokes …) en diesel gebruikt, dit onder andere voor de aanmaak van proceswarmte op zowel hoge als lage(re) temperatuur. De industrie heeft daardoor een aandeel van 23 % in de energetische emissies van PM2,5. Daarnaast is de transportsector verantwoordelijk voor ruim 10 % (in 2014) van de energetische PM2,5-uitstoot, dit door het dieselgebruik in het personen- en goederenvervoer.

Energieproductie & -verdeling goed voor bijna kwart van de broeikasgasuitstoot

De energieproductie & -verdeling veroorzaakt, wat luchtemissies betreft, een kleinere milieudruk dan het energiegebruik. Hierbij speelt zeker een belangrijke rol dat grote verbrandingsinstallaties – meer dan kleinschalige verbrandingsinstallaties – kunnen uitgerust worden met ontstoffings-, ontzwavelings- en ontstikkingstechnieken. Toch blijven voornamelijk de elektriciteits- en warmteproductie en de petroleumraffinaderijen ook nu nog een wezenlijke bijdrage leveren aan de milieudruk in Vlaanderen door het gebruik van fossiele brandstoffen. Voor de emissies naar lucht in 2014 valt die bijdrage vooral op bij de uitstoot van broeikasgassen (vooral CO2) met een aandeel van 24 % in de totale uitstoot, en de verzurende stoffen met een aandeel van 8 % (aandelen van 9 % in de NOx- en 30 % in de SO2-emissie). Het koelwatergebruik is voor meer dan 75 % toe te schrijven aan de elektriciteitsproductie (zowel de kerncentrale van Doel als de conventionele thermische centrales).

Afvalproductie (huishoudelijk en industrieel afval), lozingen naar oppervlaktewater van diverse polluenten (P, N, CZV, BZV …), watergebruik (exclusief koelwater) zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan activiteiten die niet direct gelinkt zijn aan het energiegebruik en de energieproductie & -verdeling. Ook een aanzienlijk deel van de emissies van NMVOS, dioxines en verzurende stoffen is afkomstig van niet-energiegebonden activiteiten (bijvoorbeeld tal van verdampingsemissies van coating-, druk- en reinigingsprocessen, huishoudelijk en industrieel verfgebruik, composteringsbedrijven, verteringsprocessen in de landbouw, mestopslag, huishoudelijk afvalwater …).

Het energiegebruik van alle energiediensten maakt het grootste deel uit van het bruto binnenlands energiegebruik (62 % in 2014), gevolgd door het eigen gebruik van energiedragers in de energieproductie & -verdeling (20 %). De rest van de energiebronnen (18 %) worden aangewend voor niet-energetische doeleinden, bijvoorbeeld als ‘bouwstenen’ voor de productie van diverse kunststoffen in de chemische industrie.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid