Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Systemen / Energie / Groene stroom

Elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen (groene stroom)

Deze indicator geeft voor Vlaanderen een overzicht van de productie aan groene stroom of elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, biomassa, aardwarmte, waterkracht, golfenergie en getijdenenergie.

Groene stroom heeft in vergelijking met elektriciteit gewonnen uit andere energiebronnen (fossiele brandstoffen, kernbrandstof) vooral voordelen:

  • proper: geen of minder uitstoot van vervuilende stoffen, weinig of geen afval,
  • duurzaam: geen uitputting van eindige energievoorraden,
  • afhankelijkheid: het vermindert onze buitenlandse afhankelijkheid qua energiebevoorrading
  • inpasbaarheid: het vergemakkelijkt de combinatie met andere menselijke activiteiten in bebouwde omgeving door de kleinschalige, modulaire aard van sommige hernieuwbare energietechnieken.
Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: april 2020

Doelstellingen

In de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 (2009/28/EG) werden bindende doelstellingen vooropgesteld om het aandeel uit hernieuwbare bronnen ten opzichte van het totale energiegebruik op te krikken naar 20 %. Voor elk EU-land werden individuele doelstellingen opgelegd voor het aandeel hernieuwbare energie, België moet het aandeel hernieuwbare energie optrekken van 2,2 % in 2005 naar 13 % in 2020. Elk land kan zelf bepalen hoe deze doelstelling verder wordt gespecificeerd naar groene stroom, groene warmte & koeling en biobrandstoffen. Door de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2018 (EU/2018/2001) moet het aandeel hernieuwbare energie opgetrokken worden tot 32 % in de EU tegen 2030. De Belgische indicatieve bijdrage bedraagt 25 %. 

Eind 2015 kwamen de verschillende overheden in ons land overeen dat Vlaanderen in 2020 zal instaan voor 2,156 Mtep (miljoen ton petroleumequivalenten) of 90,3 PJ hernieuwbare energie, goed voor 51 % van de benodigde hoeveelheid om de doelstelling van 13 % hernieuwbare energie in België tijdig te realiseren. Vlaanderen streeft ernaar om tegen 2020 37,9 PJ aan groene stroom te produceren, tegen 2030 moet dit verder stijgen naar 46 PJ aan groene stroom.

Stijging onder impuls van zon en wind

De hoeveelheid stroom uit hernieuwbare bronnen kende sinds 2005 nagenoeg een continue stijging (figuur 1), tegen 2018 was dit met een factor 8 gestegen van 3,87 PJ (1073,7 GWh) naar 30,69 PJ (8524,5 GWh). Het totaal aandeel van de hernieuwbare energie in de totale elektriciteitsproductie steeg van 1,84 % in 2005 naar 14,19 % in 2018 (figuur 2). In 2005 werd de groene stroom voor 57 % opgewekt uit biomassa, tegen 2018 vertegenwoordigt biomassa nog slecht een kwart van de groene stroom. De grootste stijgers zijn zonne- en windenergie, in 2005 waren beiden nog zo goed als onbestaand. Zonne-energie steeg van bijna 0 PJ (1,1 GWh) in 2005 naar 9,93 PJ (2759,0 GWh) en voorziet in bijna een derde van de groene stroom. Windenergie op land (on-shore) kende een continue opmars en stond in 2018 in voor 28 % van de groene stroom of 8,58 PJ (2383,3 GWh), of bijna 15 keer groter dan in 2005. In 2015 werd een recordaantal nieuw windmolens gebouwd (84), in 2018 waren er in totaal 532 windmolens op land.

De uitbouw van infrastructuur voor de productie van groene stroom in Vlaanderen wordt hoofdzakelijk ondersteund door een systeem van groenestroomcertificaten. Hierbij worden elektriciteitsleveranciers verplicht voor een jaarlijks toenemende fractie van hun leveringen certificaten voor te leggen die aantonen dat de stroom in Vlaanderen werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Leveranciers die onvoldoende certificaten inleveren, dienen per ontbrekend GSC een boete te betalen die hoger ligt dan de gemiddelde marktprijs voor de GSC.

Midden 2012 keurde het Vlaams Parlement een herziening van het GSC-systeem goed. Om de maatschappelijke kosten van het ondersteuningsmechanisme te beheersen worden de subsidienoden per technologie voortaan permanent geëvalueerd, en bijgesteld zodra als nodig. Zo leidde de herziene regeling toe dat de gegarandeerde minimumprijs voor certificaten van nieuw in gebruik te nemen PV-installaties daalde en voor nieuwe installaties (≤ 40kW) zelf helemaal verdween. De nieuwe installaties hebben dan ook een veel lagere investeringskost en verdienen zichzelf terug zonder subsidies. Na het verminderen van de subsidies werd de snelle groei heel sterk afgeremd, tussen 2014 en 2016 was er een zeer beperkte groei, vanaf 2017 lijkt de groei zich te hernemen.

Nog 2 jaar om doelstellingen te bereiken, nu aan 81 %. En wat na 2020?

Tegen 2018 was er 30,69 PJ (8524,5 GWh) groene stroom, initieel werd er 37,87 (10 519 GWh) vooropgesteld tegen 2020, wat betekent dat 81 % van de vooropgestelde doelstelling werd behaald. Er rest nog slechts twee jaar om aan deze doelstelling te voldoen.

In het Vlaamse Energie- en Klimaatplan 2021-2030 zijn de doelstellingen voor 2030 opgenomen. Tegen 2030 wil men de hoeveelheid groene stroom optrekken naar 46 PJ (12 781 GWh), waarbij voor de verschillende hernieuwbare bronnen afzonderlijke doelstellingen zijn opgenomen (zie figuur 1, doel 2030). Bijna de helft hiervan zou afkomstig moeten zijn PV-installaties 22,48 PJ (6 244 GWh), dit is meer dan een verdubbeling van de huidige groene stroom van zonnepanelen. De zonnekaart geeft weer hoeveel het potentieel in Vlaanderen is om PV-installaties te plaatsen, de Vlaamse Regering zal ook een ‘Zonneplan 2025’ uitwerken om de productie van groene stroom uit PV te verhogen. Naast groene stroom van zonnepanelen, zal een groot deel van de stroom (39 %) afkomstig zijn uit wind of 17,98 PJ (4 994 GWh) tegen 2030. Naast nieuwe windturbines zullen oudere windturbines, die op het einde van hun levensduur zijn, worden uitgerust met nieuwere, krachtigere en efficiëntere turbines (repowering) om extra groene stroom op te wekken. Ten opzichte van 2018 zal de productie van groene stroom moeten verdubbelen tegen 2030. Ook voor windenergie zal een ‘Windplan 2025’ worden opgesteld.
Voor biogas is er slecht een beperkte stijging opgenomen in de Vlaamse Energie- en klimaatplan en dit door een stijging van 10 bijkomende installaties voor de vergisting van GFT en bijkomende pocketvergisters in de landbouw.
De productie van groene stroom uit biomassa zal sterk dalen tegen 2030, de centrale Max Green op houtpellets wordt tussen 2020 en 2030 uit dienst genomen en voor de installaties op biomassa-afval wordt een omschakeling verwacht naar groene warmte via warmtenetten.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

uitgegeven door