Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Verplaatsingsgedrag bij woon-werk en -schoolverkeer

Verplaatsingsgedrag bij woon-werk en -schoolverkeer

Woon-werk- en woon-schoolverplaatsingen nemen een belangrijk deel in van het personenvervoer en hebben vooral ’s morgens en ’s avonds (spitsuren) een wezenlijke impact op de milieudruk door transport. Deze indicator toont de evolutie van het hoofdvervoermiddel waarmee de werkende bevolking en de scholieren/studenten zich in Vlaanderen verplaatsen voor respectievelijk woon-werk- en woon-schoolverkeer. Wanneer bv. een (langere) treinrit voorafgegaan wordt door een (kortere) fietstocht naar het station, geven deze cijfers enkel de treinrit weer. Naast de gebruikte vervoerwijze bepaalt ook de afgelegde afstand de milieueffecten; deze wordt ook in de tekst besproken.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: april 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Fiets wint aan populariteit voor woon-werkverkeer

Het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) tracht de mobiliteit van de Vlaamse bevolking zo goed mogelijk in kaart te brengen aan de hand van een jaarlijkse bevraging bij een steekproef van de populatie. Het peilt o.a. naar het hoofdvervoermiddel gebruikt voor woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer.

In de periode 2008-2018 lijkt de verhouding tussen de verschillende hoofdvervoerwijzen in het woon-werkverkeer vrij constant. De fiets lijkt er als enige vervoermiddel wel op vooruit te zijn gegaan. Het aantal fietsverplaatsingen steeg van 11 à 12 % t.e.m. 2012 over 14-16 % in de periode 2013-2017 naar het voorlopige maximum van 18 % in 2018. De elektrische fiets heeft mee geleid tot deze stijging, want die is duidelijk aan een opmars bezig. In 2018 was hij reeds verantwoordelijk voor 4 % van de hoofdverplaatsingen naar het werk. Dit aandeel was nog maar 1 % in 2015, het eerste jaar dat de elektrische fiets apart werd opgenomen in de bevraging. De fiets is na de auto het meest populaire vervoermiddel voor de woon-werkpendel.

Het aandeel van de woon-werkverplaatsingen met de auto (voornamelijk als bestuurder) schommelde in de periode 2008 t.e.m. 2017 rond 70 %. In 2018 was dit aandeel gedaald tot (63 %). Het aandeel openbaar vervoer (trein, bus, tram en metro) schommelde tussen 2008 en 2018 rond 10 %, met de trein als meest gebruikte modus (gemiddeld aandeel van 7 %). Ongeveer 3 % van de verplaatsingen gebeurden te voet. Bedrijfsvervoer en motor-, brom-, en snorfiets hadden een aandeel van resp. 1 en 2 %.

De gemiddelde woon-werkafstand schommelt al 11 jaar rond 19 km. In 2018 bedroeg een kwart van de woon-werkverplaatsingen minder dan 5 km. Iets minder dan de helft (46 %) van deze verplaatsingen gebeurde met de wagen (meestal als bestuurder); 52 % werd afgelegd met de fiets of te voet. Voor woon-werkafstanden van 5 tot 10 km (20 % van het totaal), gebruikt 57 % de auto en 26 % de actieve modi.

De Federale diagnostiek woon-werkverkeer 2017-2018 bespreekt welke factoren een invloed hebben op de modale keuze. De actieve modi worden logischerwijze vooral gebruikt voor kortere verplaatsingen (tot 15 km). De auto is voor elke afstand populair, maar vooral tussen 10 en 30 km. Voor grotere afstanden neemt het aandeel van de trein toe, vooral naar Brussel. Daarnaast heeft de toegankelijkheid van de werkplek via het openbaar vervoer een groot effect op de keuze tussen auto en openbaar vervoer. Er is ook een groot verschil in hoofdvervoerswijze tussen de verschillende bedrijfssectoren door o.a. hun geografische ligging, de gemiddelde woon-werkafstand en hun mobiliteitsbeleid.

Woon-schoolverkeer verloopt duurzamer dan woon-werkverkeer

Net als bij het woon-werkverkeer lijkt het aandeel van de verschillende vervoerwijzen voor het woon-schoolverkeer in het algemeen vrij stabiel tijdens de periode 2008-2018. Omdat het hier kinderen en jongeren betreft, ziet de modale verdeling er wel helemaal anders uit dan die van het woon-werkverkeer.

De fiets en de auto (voornamelijk als passagier) vormen samen de belangrijkste vervoermiddelen voor het woon-schoolverkeer, met een gemiddeld aandeel van 29 % voor elk van beide in de periode 2008-2018. Het openbaar vervoer komt op de derde plaats. Het lijkt wel wat aan populariteit ingeboet te hebben (aandeel van 28 % in 2008-2009 en van 24 % in 2016-2018). Met een gemiddeld aandeel van 11 % was te voet de vierde meest gebruikte manier om naar school te gaan tijdens de afgelopen 11 jaar. Schoolvervoer (gemiddeld 3 %) en motor-, brom-, en snorfiets waren het minst populair (samen minder dan 1 %).

De gemiddelde woon-schoolafstand schommelde in de jaren 2008-2018 tussen 8 en 10 km en bedraagt dus de helft van de woon-werkafstand. In 2018 woonde 57 % van de jongeren op minder dan 5 km van de school. Van hen ging 62 % te voet of per fiets en 30 % met de wagen. Voor afstanden tussen 5 en 10 km (16 % van de jongeren) gebruikte 22 % de ‘zachte’ modi en 39 % de auto. Het woon-schoolverkeer verloopt dus heel wat duurzamer dan het woon-werkverkeer.

Maatregelen voor milieuvriendelijke pendel

De cijfers uit het OVG schommelen sterk tussen jaren, wat het waarnemen van trends bemoeilijkt. Toch is duidelijk dat zowel het woon-werk- als het woon-schoolverkeer nog veel duurzamer kan. De opkomst van de elektrische fiets kan hier aan bijdragen, zeker voor wat het woon-werkverkeer betreft.

De verschillende overheden trachten het gebruik van milieuvriendelijk vervoer te stimuleren. Maatregelen omvatten o.a. de verbetering en uitbreiding van fiets- en wandelinfrastructuur (bv. fietssnelwegennetwerk en trage wegennetwerk), de bevordering van carpoolen door de aanleg van carpoolparkings en de (financiële) ondersteuning aan werkgevers, werknemers en scholen voor initiatieven die leiden tot duurzame mobiliteit (bv. fietsvergoeding en Pendelfonds).

Daarnaast trachten sommige mobiliteitsorganisaties het woon-werk- en woonschoolverkeer te verduurzamen, o.a. door sensibiliseringscampagnes (bv. Week van de Mobiliteit) en door begeleiding van gemeenten en scholen om duurzaam woon-schoolverkeer en veilige, kindvriendelijke schoolomgevingen te realiseren (Octopusplan).

Ten slotte zijn er ook nog burgerinitiatieven zoals Filter Café, waarbij ouders actie voeren tegen de dominantie van de auto, luchtvervuiling en verkeersonveiligheid aan de schoolpoorten.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.