Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Voertuigen op alternatieve energie

Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie

Voertuigen die gebruik maken van alternatieve brandstoffen of aandrijfsystemen (elektriciteit, waterstof, CNG, hybride en plug-in hybride) zijn globaal gezien milieuvriendelijker dan voertuigen aangedreven met conventionele brandstoffen (diesel en benzine). Het aantal nieuw verkochte ‘alternatieve voertuigen’ geeft een indicatie van de vergroening van de vloot. De alternatieve brandstof LPG wordt hier niet beschouwd omdat de uitstoot van LPG-voertuigen slechts een beetje lager is dan van de conventionele brandstoffen. LPG kan dus niet echt aanzien worden als een ‘groene’ brandstof. De gerapporteerde cijfers over personenwagens hebben betrekking op alle nieuwe wagens ingeschreven in een bepaald jaar, ook deze die in datzelfde jaar terug uitgeschreven werden. De cijfers wordt zowel weergegeven per brandstof/aandrijving als per type eigenaar. Daarnaast worden ook de vergroening van de busvloot en de verkoop van elektrische fietsen besproken.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: juli 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Aandeel nieuwe alternatieve personenwagens blijft laag

Het totaal aantal nieuwe alternatieve personenwagens is in de periode 2008-2018 sterk gestegen: van 830 wagens in 2008 tot 21 850 wagens in 2018. Sinds 2010 is er een aanzienlijke stijging van het aantal alternatieve personenwagens. Een verruiming van het aanbod stimuleerde de verkoop, net als verschillende overheidsmaatregelen (zie verder). In 2012 en 2013 stagneerde het aantal. Dit was mogelijk te wijten aan het schrappen van de federale ecopremie voor energiezuinige wagens (2005-2011). In 2018 was er opnieuw sprake van een stagnatie, door de zwakke verkoop van (plug-in) hybride voertuigen op benzine. In 2018 was het aandeel nieuwe alternatieven in de totale nieuwe vloot nog steeds klein (6,5 %; zie indicator Aantal wegvoertuigen). De hogere aankoopprijs van de voertuigen en de beperkte tank- en laadinfrastructuur spelen daarin een belangrijke rol. In het algemeen kiezen bedrijven sneller voor alternatieven dan particulieren, gedreven door fiscale gunstmaatregelen (zie verder). Ook in 2018 was dit het geval: 11 % van de bedrijfswagens reden op alternatieve brandstoffen t.o.v. 5 % van zowel de particuliere als de leasewagens.

Het merendeel van de voertuigen op alternatieve energie zijn hybride voertuigen (HEV) en plug-in hybride voertuigen (PHEV). PHEV zijn milieuvriendelijker dan de klassieke HEV omdat de batterij extern kan opgeladen worden via het elektriciteitsnet waardoor een grotere afstand volledig elektrisch kan gereden worden. De verkoop van PHEV startte pas in 2011, maar is sinds de laatste drie jaar gelijkaardig, op jaarlijkse schommelingen na, aan deze van de HEV (resp. 7 627 en 8 302 wagens in 2018). De verkoop van (P)HEV kende jarenlang een sterke groei, maar stagneerde in 2018 omdat deze wagens sinds eind 2017 fiscaal minder interessant zijn. Dit is te wijten aan de afbouw van de fiscale gunstregeling voor plug-in hybriden met een kleine elektrische batterij. Bovendien is sinds eind 2018  de nieuwe Europese uitstoottest WLTP van kracht, waardoor de CO2-uitstoot van nieuwe auto’s, en bijgevolg de autobelasting die op basis hiervan berekend wordt, sterk stijgt. Vanaf 2012 werden er in Vlaanderen voor het eerst (plug-in) hybride dieselwagens gekocht, naast hybride benzinewagens. Het merendeel van de nieuwe HEV en PHEV rijdt echter nog steeds op benzine (resp. 99,7 en 93,5 % in 2018).

Elektrische voertuigen zijn momenteel de meest milieuvriendelijke optie. Ze stoten tijdens het rijden geen CO2 uit en veroorzaken veel minder luchtvervuiling (enkel niet-uitlaatemissies) en geluidsoverlast. De productie van de batterijen betekent wel veel energiegebruik en CO2-uitstoot, maar over de volledige levenscyclus bekeken is de uitstoot van elektrische wagens in België ongeveer drie tot vier keer lager dan van een conventionele wagen. Veel hangt af van de manier waarop de elektriciteit wordt opgewekt: mochten deze wagens enkel rijden op hernieuwbare energie, spreken we zelfs over een factor 10.

In 2009 werd het eerste batterij elektrische voertuig (BEV) gekocht in Vlaanderen. Dit aantal is intussen gestegen tot 2 634 wagens in 2018. Toch zijn BEV nog lang niet zo populair als (P)HEV. De hoge aankoopprijs, lange herlaadtijd, beperkte actieradius en de geringe beschikbaarheid van publiek toegankelijke laadpalen schrikken vele kopers af. Verwacht wordt dat in de toekomst elektrische voertuigen de markt sneller zullen penetreren door de verhoging van de batterijcapaciteit en de plaatsing van meer publieke laadinfrastructuur.

Waterstof is een milieuvriendelijke autobrandstof indien de waterstof door hernieuwbare energie wordt opgewekt, bv. via zonnepanelen. In 2014 werd er voor het eerst een bedrijfswagen gekocht die gebruik maakt van waterstof als brandstof in een brandstofcel elektrisch voertuig. In 2018 was dit aantal gestegen tot 8 voertuigen. Het grote voordeel t.o.v. een BEV is de snelle herlaadtijd en het grotere rijbereik. Dit soort wagens is nog vrij duur en de laadinfrastructuur voor deze wagens moet nog uitgebouwd worden. In april 2016 opende het eerste publieke waterstoftankstation in Vlaanderen; in 2018 werd het tweede geopend. Men gaat ervan uit dat dit type wagens in de toekomst eerder zal gebruikt worden voor verplaatsingen over langere afstand.

Voertuigen op CNG (compressed natural gas ofwel gecomprimeerd aardgas) worden ook als milieuvriendelijk beschouwd, ondanks het feit dat CNG een fossiele brandstof is. CNG heeft echter een zeer lage uitstoot van fijn stof, CO en NOx; de CO2 uitstoot is vergelijkbaar met deze van diesel. CNG is daarom heel wat milieuvriendelijker dan de conventionele brandstoffen. Bovendien kan het vervangen worden door biogas, dat chemisch identiek is aan CNG en wel hernieuwbaar is. Tussen 2008 en 2011 was er weinig evolutie in het aantal nieuwe voertuigen op CNG. Sindsdien is hun aantal sterk gestegen, tot 3 279 in 2018. Er zijn wel sterke schommelingen van jaar tot jaar. Dit wisselende succes hangt waarschijnlijk samen met wijzigingen in premies en fiscale stimulansen tussen de verschillende jaren.

Overheidsstimulansen niet voldoende om doelstellingen 2020 te halen

De overheid heeft een aantal maatregelen uitgewerkt om de aankoop van alternatieve voertuigen te stimuleren. Zo is er op federaal niveau een verhoogde fiscale aftrekbaarheid van elektrische en plug-in hybride bedrijfs- en leasewagens onder bepaalde voorwaarden. Op Vlaams niveau worden er zero-emissiepremies toegekend bij aankoop van een batterij elektrische of waterstofwagen. Daarnaast wordt een ecologiepremie+ toegekend aan bedrijven die ecologie-investeringen realiseren m.b.t. transport, o.a. bij aankoop van (of ombouw van een bestaand voertuig naar) een voertuig op waterstof via brandstofcelsysteem en bij installatie van tankinfrastructuur voor waterstof of CNG. Ten slotte geldt er een vrijstelling van BIV (belasting op de inverkeerstelling) en verkeersbelasting voor batterij elektrische wagens en waterstofauto’s. Tot eind 2020 geldt dit ook voor PHEV en wagens op CNG onder bepaalde voorwaarden. Op deze manier kan de hogere aankoopprijs van wagens op alternatieve brandstoffen (deels) gecompenseerd worden.

Het Actieplan ‘Clean Power for Transport’ (2016) omvat een aantal doelstellingen voor de verkoop van alternatieve voertuigen en de uitrol van hun laad- of tankinfrastructuur in Vlaanderen. Zo moet het nieuwe wagenpark tegen 2020 bestaan uit 7,5 % BEV, 2,2 % PHEV en 5 % CNG-wagens. In 2018 bedroeg het aandeel BEV 0,8 %, PHEV 2,3 % en CNG 1 %. De doelstelling voor PHEV wordt gehaald sinds 2017. Voor BEV en CNG-wagens is een forse inhaalbeweging nodig om de doelstellingen alsnog te halen.

Volgens het Actieplan moet het aantal publiek toegankelijke elektrische laadpunten tegen 2020 ongeveer gelijk zijn aan 10 % van de (PH)EV-vloot (~7 400 laadpunten), 10 % van de reguliere tankstations moet CNG aanbieden (~300 CNG-tankstations) en er moeten 20 tankstations voor waterstof zijn. Midden 2019 schatte men het aantal openbaar toegankelijke elektrische laadpunten in Vlaanderen op ruim 3 000. CNG tanken kon al op meer dan 125 plaatsen in België, waarvan het merendeel in Vlaanderen lag. Voor waterstof waren er twee tankstations. Ook in dit geval is dus nog een inhaalbeweging nodig om de doelstellingen te halen.

Ook De Lijn vergroent haar vloot

De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn heeft sinds 2010 hybride bussen in gebruik. Op termijn kunnen deze omgebouwd worden tot PHEV zodat een grotere afstand puur elektrisch kan afgelegd worden. Sinds 2019 koopt De Lijn enkel nog bussen met alternatieve aandrijving, met name hybride bussen, bussen op waterstof en op elektriciteit. Tegen 2025 zullen er in de Vlaamse centrumsteden enkel nog elektrische bussen rondrijden. Dit zal gerealiseerd worden met elektrische bussen of met hybride bussen die in de stadcentra op elektrische motor draaien.

Verkoop van e-bikes groeit explosief

De elektrische fiets is aan een sterke opmars bezig in België. Officiële verkoopcijfers zijn er niet, maar volgens een onderzoek bij Belgische fietshandelaars door de organisatoren van Velofollies was in 2014 bijna één op de vier verkochte fietsen elektrisch. In 2018 liep het aandeel verkochte e-bikes reeds op tot bijna de helft. E-bikes worden vooral aangekocht in functie van het woon-werkverkeer. De grotere actieradius, de betrouwbaarheid van de huidige elektrische fietsen, de sensibilisering vanuit de overheid en de hoge fiscale aftrekbaarheid bij aankoop van een elektrische fiets voor ondernemingen zijn de voornaamste achterliggende oorzaken van deze stijging.

De indicator Ecoscore van nieuwe personenwagens geeft meer info over de milieuvriendelijkheid van wagens met verschillende brandstoffen en aandrijfsystemen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid