Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Voertuigen op alternatieve energie

Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie

Voertuigen aangedreven met alternatieve energie (aardgas, elektriciteit, hybride en waterstof) zijn globaal gezien milieuvriendelijker dan voertuigen aangedreven met conventionele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) en kunnen bijdragen aan meer duurzame mobiliteitssystemen. Het aantal nieuw verkochte voertuigen op alternatieve brandstof of aandrijflijn (AMF of Alternative Motor Fuels and Technologies) geeft een indicatie van de penetratie van deze voertuigen in de vloot. De huidige data hebben betrekking op alle nieuwe wagens ingeschreven in een bepaald jaar, ook deze die datzelfde jaar terug uitgeschreven zijn.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: februari 2018
Actualisatie: Jaarlijks

Aandeel nieuwe alternatieve personenwagens blijft laag, 4,9 % in 2016

Zowel op federaal als op Vlaams niveau werden verschillende fiscale maatregelen genomen die de aankoop van alternatieve voertuigen stimuleren. Een aantal maatregelen werden in de loop der jaren aangepast of er zijn plannen om deze aan te passen, of terug afgeschaft.

Maatregelen op federaal niveau:

  • elektrische bedrijfswagens zijn voor 120 % fiscaal aftrekbaar, bedrijfswagens die tot 60 g CO2/km uitstoten (voorlopig zijn dit enkel plug-in hybrides) zijn voor 100 % fiscaal aftrekbaar. Er zijn concrete plannen om deze maatregel aan te passen, meer bepaald om de hoge aftrekbaarheid van elektrische wagens te verlagen tot 100 %, en om de grote en krachtige plug-in hybrides minder aantrekkelijk te maken. Het uitgangspunt zou zijn dat er een voldoende grote batterij aanwezig moet zijn om een voldoende grote elektrische range toe te laten (uitgedrukt in een minimale verhouding kWh/gewicht van de auto), en de maximale CO2-uitstoot zou verder verlaagd worden tot 50 g CO2/km.
  • een korting via de personenbelasting van 30 % van de aankoopprijs voor een elektrische personenwagen. Deze korting werd begin 2013 afgeschaft.
  • de ecopremie gaf een directe korting op factuur van 15 % van de aankoopprijs voor voertuigen die minder dan 105 g CO2/km uitstoten en van 3 % voor voertuigen die tussen 105 g en 115 g CO2/km uitstoten. Sedert begin 2012 werd de ecopremie afgeschaft.

Maatregelen op Vlaams niveau:

  • ecologiepremie voor bedrijven bij aankoop van een hybride, elektrisch of aardgasvoertuig en bij installatie van laad- en tankinfrastructuur voor deze technologieën. Sedert 17 november 2014 komen deze technologieën en infrastructuren niet meer in aanmerking voor een ecologiepremie. Momenteel is er enkel een ecologiepremie voorzien voor wagens op waterstof en hun tankinfrastructuur (enkel bedrijven komen in aanmerking voor een ecologiepremie).
  • vrijstelling van BIV (belasting op inverkeerstelling) voor elektrische en plug-in hybride voertuigen (plug-in hybrides tot eind 2020), leasingwagens uitgezonderd. Voor aardgaswagens werd in de in 2012 hervormde BIV een correctiefactor op de CO2-uitstoot toegepast omwille van een lagere emissie bij de productie van de brandstof. Vanaf 2016 tot en met 2020 zijn aardgasvoertuigen vrijgesteld van BIV (recente wijziging: is t.e.m. 11 fiscale pk, vanaf 12 fiscale pk is er een forfaitaire vermindering van 4 000 euro).
  • Sedert 2014 kunnen bedrijven en particulieren bij de aankoop van een aardgasvoertuig (CNG-voertuig) een premie krijgen van de aardgasfederatie. Door het grote succes werd de actie voor Vlaanderen voor 2016 reeds afgesloten op 28 januari.
  • In 2016 kunnen particulieren genieten van een zero-emissiepremie tot 5 000 euro bij de aankoop van een 100 % elektrische wagen (op batterijen of brandstofcellen). Vanaf 2017 daalt de premie elk jaar.

Het totaal aantal nieuwe alternatieve personenwagens is in de periode 2008-2016 sterk gestegen: van 830 stuks in 2008 tot 15 378 stuks in 2016. Na de lage aantallen in 2008 en 2009 was er een sterke stijging in 2010 en 2011. In 2012 en 2013 stagneerde het aantal, om daarna weer toe te nemen. In 2016 werden meer dan 2x zoveel personenwagens aangedreven met alternatieve brandstoffen verkocht dan in 2014, en bijna 20x zoveel als in 2008. Het aandeel nieuwe alternatieven in het totaal blijft wel nog steeds relatief klein. In 2016 maakten ze 4,9 % uit van het nieuwe personenwagenpark. De hogere aankoopprijs van de voertuigen speelt daar zeker een rol in. Ook de beperkte tank- en laadinfrastructuur en geringe actieradius van de batterij elektrische wagens zijn momenteel nog belangrijke hinderpalen. Verwacht wordt dat in de toekomst elektrische voertuigen de markt sneller zullen penetreren door de verhoging van de batterijcapaciteit en plaatsing van publieke laadinfrastructuur, o.a. door Eandis en Infrax (http://milieuvriendelijkevoertuigen.be/publieke-laadinfrastructuur). Ook in 2016 kozen bedrijven meer voor alternatieven dan particulieren, gedreven door verschillen in de fiscale gunstmaatregelen voor beiden. Het aandeel was 6,3 % voor de nieuwe bedrijfswagens en 3,4 % voor de nieuwe privéwagens.

Reeds vóór 2008 werden er hybride voertuigen aangekocht. Ook de federale ecopremie stimuleerde de aankoop van hybrides in de periode 2005-2011. Bovendien verruimde het aanbod aan hybrides verder. In 2012 stopte de stijgende trend (er was zelfs een lichte daling), vermoedelijk mee te wijten aan het schrappen van de federale ecopremie voor energiezuinige wagens. Vanaf 2012 werden er voor het eerst ook hybride dieselwagens gekocht, naast hybride benzinewagens. Ook in 2013 werden minder hybrides gekocht dan in 2011. Het aantal hybrides steeg terug in 2014, in 2015 liep het lichtjes terug maar steeg in 2016 verder naar 5 983 stuks. 53 % van de nieuwe hybrides in 2016 waren bedrijfswagens,  47 % privéwagens. Het merendeel van de nieuwe hybrides waren benzines (96 % in 2016).

De batterij van plug-in hybride voertuigen kan extern opgeladen worden via het elektriciteitsnet. De afstand die de bestuurder volledig elektrisch aflegt, kan zo groter zijn dan bij de 'gewone' hybride voertuigen. Als de bestuurder de batterij van de plug-in ook daadwerkelijk oplaadt, zijn de plug-in hybriden milieuvriendelijker dan de klassieke hybrides. De verkoop van plug-in hybrides startte in 2011. In 2012 steeg hun aantal mede door de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. In 2013 kwamen er vijf nieuwe modellen bij en werden er 251 PHEV (plug-in hybride elektrische voertuigen) verkocht. In de jaren daarna steeg het aantal PHEV’s aanzienlijk tot 5 855 stuks in 2016, bijna evenveel als de gewone hybrides.Plug-ins worden voornamelijk als bedrijfswagen aangeschaft (95 % in 2016), en dan vooral als niet-leasing bedrijfswagen (bijna 80 % in 2016). Daarvan zijn 2 op de 3 wagens van het type ‘grote SUV’s’ (Audi Q7, BMW X5, Mercedes GLE Porsche Cayenne en Volvo XC90). De meer voordelige fiscale aftrekbaarheid t.o.v.. de meeste andere brandstoftypes verklaart dit aandeel. Het merendeel van de nieuwe plug-ins waren benzines (93 % in 2016).

Het aantal nieuwe batterij elektrische wagens (BEV) steeg vanaf 2009, maar hun aandeel in het totaal aantal nieuwe wagens bleef beperkt tot 0,5 % in 2016. De Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen (2011-2014), met als doel innovatie en adoptie van elektrische en plug-in hybride voertuigen te faciliteren, had een positieve impact op het aantal nieuwe plug-in hybrides en elektrische voertuigen in 2012. Sinds het afschaffen van de federale premie voor elektrische voertuigen kochten minder particulieren een nieuwe elektrische wagen in 2013, waardoor het totaal aantal BEV’s stagneerde in 2013 t.o.v. 2012. De laatste drie jaar steeg het aantal opnieuw, wat mogelijks te wijten is aan het grotere aanbod. Het gunstige fiscale regime zorgt ervoor dat elektrische wagens aantrekkelijk zijn als bedrijfswagens: de helft zijn ingeschreven als niet-leasing bedrijfswagens, en daarvan zijn 6 op de 10 een Tesla. In 2016 steeg de populariteit van BEV ook bij particulieren: 40 % van de nieuwe BEV in 2016 zijn privévoertuigen t.o.v. 9 % in 2015.

In 2014 werd er voor het eerst één bedrijfswagen gekocht die gebruik maakt van waterstof als brandstof in een brandstofcel elektrisch voertuig, in 2015 waren dat er twee en in 2016 vijf, waaronder demonstratiewagens van de constructeurs. Dit soort wagens is nog vrij duur. Men gaat ervan uit dat dit type wagens in de toekomst eerder zal gebruikt worden voor verplaatsingen over langere afstand. Ook de laadinfrastructuur voor deze wagens moet nog uitgebouwd worden. In april 2016 opende het eerste publieke waterstoftankstation in Vlaanderen.

Tussen 2008 en 2011 was er weinig evolutie in het aantal nieuwe aardgasvoertuigen. Om hun gebruik te stimuleren werd in 2011 de vergunning voor de installatie van aardgastankstations aantrekkelijker en meer haalbaar gemaakt. Ook voorzag de ecologiepremie tot eind 2014 in een tegemoetkoming voor voertuigen op aardgas en voor het installeren van laadinfrastructuur voor aardgas (enkel bedrijven komen in aanmerking voor een ecologiepremie). De beschikbaarheid van tankstations en meer verschillende CNG-modellen stimuleerde de aankoop van CNG-wagens. De vanaf 2012 hervormde BIV begunstigde CNG-wagens. Tussen 2011 en 2016 steeg hun aantal tot 2 010  in 2016, dat is een factor 77 ten opzichte van 2011. De stijgende populariteit heeft waarschijnlijk ook te maken met de premie die vanaf 2014 werd toegekend door de aardgasfederatie ter gelegenheid van het autosalon. In 2015 was het succes minder groot, de premie halveerde dan ook. In 2016 werden de helft van de nieuwe aardgasvoertuigen gekocht door particulieren.

Beleidskaders voor alternatieven

De Europese Richtlijn 2014/94/EU legt de lidstaten op om tegen november 2016 nationale beleidskaders te maken voor de marktontwikkeling van schone brandstoffen voor voertuigen (elektriciteit, waterstof en aardgas). In functie van die richtlijn heeft Vlaanderen in december 2015 een actieplan ‘Clean Power for Transport’ goedgekeurd om alternatieve brandstoffen/voertuigen te stimuleren, met doelen voor het aantal alternatieve voertuigen en voor de uitrol van hun infrastructuur. Het nieuwe wagenpark moet in 2019 1 % plug-in hybrides bevatten en in 2020 7,5 % BEV’s met 7 400 publiek toegankelijke laadpunten en 5 % CNG-wagens waarbij 10 % van de reguliere tankstations CNG zal aanbieden. In 2016 bedroeg het aandeel plug-in hybrides 1,9%, BEV’s 0,5% en CNG’s 0,7%. Eind 2014 schatte men het aantal openbaar toegankelijke elektrische laadpunten in Vlaanderen op 321, privé (gezinnen en bedrijven) waren dat er 3 361. Begin 2016 keurde Vlaanderen een besluit goed voor de uitrol van 2 500 laadpalen. Naar schatting zouden er hierdoor eind 2016 een 1 000-tal laadpunten (~500 laadpalen) moeten zijn. In de loop van 2017 zullen er bovendien op die manier in totaal 750 laadpalen bijgeplaatst worden. Het aantal CNG-tankstations bedraagt momenteel 93 (en 25 reeds geplande stations, bron: www.ngva.be), het doel 2020 is 300. Voor waterstof zijn er momenteel 3 tankstations. Tegen 2020 stelt Vlaanderen het doel van de uitrol van 20 waterstoftankstations, met steun vanuit Europa via het TEN-T-netwerk.

Ook de Lijn zet in op alternatieven

De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn koopt reeds sinds 2009 hybride bussen aan voor hun eigen wagenpark en zette hiermee duidelijk de richting in naar AMF-voertuigen. In 2016 besliste De Lijn om nog 63 hybride dieselbussen aan te kopen (d.i. tweederde van de aankopen in 2016). In totaal bestond het wagenpark van De Lijn midden 2016 uit 217 hybride bussen. Wat bussen op alternatieve brandstoffen betreft rijden er drie elektrische bussen in Brugge. In het kader van het Europese project High VLO City zet De Lijn in de regio Antwerpen sedert december 2014 vijf brandstofcelbussen op waterstof in. Dit project loopt nog tot eind 2018. Verder gaat De Lijn zes volledig elektrische bussen met bijhorende laadinfrastructuur bestellen. Deze bussen zullen tegen eind 2019 worden uitgetest op trajecten in Gent, Antwerpen en Leuven. De Lijn plant vanaf 2019 enkel nog bussen met alternatieve aandrijving aan te kopen, met name hybride bussen, bussen op waterstof en op elektriciteit. Op die manier zullen tegen 2025 in stedelijke omgeving enkel nog groene bussen rondrijden (www.delijn.be/nl/overdelijn/nieuws/bericht/14029_de_lijn_trekt_streep_onder_klassieke_dieselbussen).

Wat elektrische fietsen betreft scoort België relatief hoog in vergelijking met de buurlanden. Zo was een op de acht verkochte fietsen elektrisch in 2013, ongeveer 50 000 over het hele jaar. In 2016 liep het aandeel verkochte e-bikes op tot bijna 40 % (brons: enquête Velofollies).

Het eindrapport ‘Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen’ stelt dat er op wereldvlak eensgezindheid heerst dat elektrische voertuigen samen met voertuigen op andere alternatieve brandstoffen deel zullen uitmaken van het toekomstige mobiliteitssysteem. Dit mobiliteitssysteem zal niet meer louter gebaseerd zijn op de verkoop van voertuigen met een bepaalde brandstof/aandrijflijn maar zal ook gebaseerd zijn op een dienstensysteem, bv. een deelsysteem. De regelgeving is veelal niet voorzien op deze nieuwe business-modellen en vergt aanpassing voor de introductie van deze nieuwe diensten. Naast nieuwe economische kansen kunnen elektrische voertuigen ook een rol spelen in nieuwe energieconcepten. In het kader van de uitbouw van smart grids kan hun batterij lokaal geproduceerde hernieuwbare energie opslaan en zo bijdragen aan een beter evenwicht van vraag en aanbod op de energiemarkt.

De indicator Ecoscore van nieuwe personenwagens geeft meer info over de milieuvriendelijkheid van wagens met verschillende brandstoffen en aandrijflijnen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid