Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Eco-efficiëntie transport

Eco-efficiëntie van personenvervoer en goederenvervoer

Deze indicator vergelijkt de milieudruk die de sector transport teweegbrengt met een sectorale en een globale activiteitsindicator. De milieudruk wordt weergegeven aan de hand van de broeikasgasemissies (CO2, CH4, N2O, HFK’s en PFK’s), de verzurende emissies (SO2, NOx en NH3), de emissie van de ozonprecursoren NMVOS en CO en van fijn stof PM2,5. Voor het personenvervoer (wegverkeer en spoor) is de sectorale activiteitsindicator de personenkilometers (pkm) en de globale activiteitsindicator het bevolkingsaantal; voor het goederenvervoer (zware vrachtwagens, spoor en binnenvaart) is dit respectievelijk de tonkilometers (tonkm) en het bruto binnenlands product (BBP). De eco-efficiëntie stijgt wanneer de groeisnelheid van een milieudrukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator. Er is dan sprake van een ontkoppeling tussen beide.

Wegens een gebrek aan gegevens zijn de luchtvaart, de binnenlandse zeevaart en het licht vrachtvervoer over de weg (bestelwagens) niet inbegrepen in de analyse. Voor het spoor zijn enkel de activiteit en emissie van dieseltreinen inbegrepen. Voor PM2,5 wordt enkel de uitstoot via de uitlaat beschouwd.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: mei 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Toename in eco-efficiëntie van personenvervoer zwakt af

Het bevolkingsaantal in Vlaanderen stijgt sinds 2000. Ook het totaal aantal pkm afgelegd door het personenvervoer (wegverkeer en spoor) neemt sinds 2000 toe. Het aantal pkm bereikte zijn hoogste peil in 2012 (13 % toename t.o.v. 2000). De relatief grote terugval in 2013 is hoogstwaarschijnlijk te wijten aan een methodologiewijziging i.p.v. aan een werkelijke afname van de activiteit. Sinds 2014 lijkt het aantal pkm wel licht te dalen (6% toename in 2016 t.o.v. 2000).

Voor het personenvervoer was er een relatieve ontkoppeling tussen de broeikasgasemissie en de activiteit in de periode 2000-2014: de broeikasgasemissies stegen minder snel dan de activiteit. De ontkoppeling is vooral te danken aan een verhoogde energie-efficiëntie van de voertuigen en aan het stijgend gebruik van biobrandstoffen, die als CO2-neutraal beschouwd worden. In 2013 bereikte de emissie van broeikasgassen zijn voorlopig laagste waarde (1 % lager in 2013 t.o.v. 2000). Sinds 2013 stijgt de uitstoot opnieuw, ondanks de dalende pkm. Dit is te wijten aan de opmars van SUV’s, die meer verbruiken dan kleinere wagens, en de overstap naar benzinewagens, die een hoger verbruik kennen dan dieselwagens. In 2016 was de uitstoot 2 % hoger dan in 2000.

Voor de verzurende emissie en de emissie van fijn stof PM2,5 via de uitlaat is er een absolute ontkoppeling sinds 2000: de emissies daalden ondanks de stijgende activiteit. De PM2,5 uitlaatemissie daalde met 80 % tussen 2000 en 2016. De sterkste dalingen zijn geassocieerd met het ingaan van de EURO 4-norm in 2005 en het opleggen van de EURO 5-norm voor alle nieuwe wagens in 2011. Die laatste norm vereiste bij dieselwagens de installatie van een roetfilter die minimaal 90 % van het fijn stof tegenhoudt. Tijdens de periode 2000-2016 bedroeg de reductie van de verzurende emissie 32 %. Het dalende zwavelgehalte van brandstoffen heeft een aandeel in deze daling. De verzurende emissie is echter vooral afkomstig van de emissie van NOx door het wegverkeer. Die daalde minder dan verwacht door de verdieselijking van het wagenpark (zie indicator Aantal wegvoertuigen) en omdat de NOx-emissie van dieselwagens in het reëel verkeer hoger bleek te liggen dan wat verwacht werd via de EURO-normen (‘dieselgate’). Daarom bleef de afname in verzurende emissie beperkt in vergelijking met deze van de andere luchtpolluenten.

Voor de uitstoot van NMVOS en CO was er een absolute ontkoppeling in de periode 2000-2014. Initieel was er een sterke daling, veroorzaakt door de verstrenging van de Europese normen voor nieuwe voertuigen en brandstoffen, maar deze zwakte alsmaar meer af. Sinds 2014 is er sprake van een stabilisatie van de NMVOS- en CO-uitstoot. In 2016 bedroeg de uitstoot van beide polluenten 22 % t.o.v. 2000. De afgezwakte daling kan deels verklaard worden door het feit dat de toegestane uitstoot van benzinewagens dezelfde bleef sinds de invoering van de EURO 4-emissienorm.

Ontkoppeling tussen activiteit goederenvervoer en emissies

Het BBP en het aantal tonkm van het goederenvervoer (zware vrachtwagens, spoor en binnenvaart) nemen toe sinds 2000. In het algemeen stijgt het aantal tonkm sneller dan het BBP. De financieel-economische crisis in het najaar van 2008 zorgde wel voor een sterkere daling van de transportactiviteit dan van het BBP. Vanaf 2010 begon de markt zich te herstellen. In 2016 bereikte zowel het aantal tonkm als het BBP hun hoogste waarde, resp. 52 % en 30 % hoger dan in 2000.

Het verloop van de emissie van broeikasgassen door het goederenvervoer volgde het verloop van de tonkm, maar minder uitgesproken. Er was een stijging van de emissie in de periode 2000-2007, gevolgd door een emissiedaling als gevolg van de crisis in 2008-2009. In 2010-2012 bleef de uitstoot stabiel, sindsdien is er opnieuw een stijging. In 2016 lag de broeikasgasemissie 9 % hoger dan in 2000. Voor de relatieve ontkoppeling van de broeikasgasemissie met de tonkm van het goederenvervoer zijn er een aantal verklaringen. Vrachtwagens werden energiezuiniger, hun beladingsgraad verhoogde en het toenemend gebruik van biobrandstoffen vanaf 2007 hadden een verminderde emissie tot gevolg.

Ondanks de sterke toename in activiteit van het goederenvervoer is er sinds 2000 een daling van de emissies van NMVOS, verzurende componenten en PM2,5 (uitlaat). Ook de uitstoot van CO kende een afname, na een initiële stijging tot 2006. De steeds strengere Europese emissienormen leidden tot deze absolute ontkoppeling met de tonkm. In 2010 stegen de emissies door het goederenvervoer licht door de heropleving van de economie. Daarna zette de daling zich verder. De CO-emissie is sedert 2000 teruggevallen tot ongeveer de helft (54 %), de verzurende emissie tot ongeveer een derde (37 %) en de emissie van NMVOS en PM2,5 tot ongeveer een kwart (24 %).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid