Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Aantal wegvoertuigen

Aantal wegvoertuigen

Het aantal wegvoertuigen is een activiteitsindicator voor de sector transport. Verschuivingen in de gebruikte brandstof hebben gevolgen voor de milieuprestaties van het voertuigenpark. De cijfers hebben betrekking op het totale aantal voertuigen ingeschreven in Vlaanderen op 31 december van het betreffende jaar. Ook voertuigen ingeschreven in andere gewesten of buitenlandse voertuigen bepalen mee de milieu-impact van transport. Deze worden hier echter niet beschouwd.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: juli 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Vlaams voertuigenpark blijft uitbreiden

De grootte van het Vlaamse voertuigenpark blijft toenemen. In 2014 overschreed het totale voertuigenpark in Vlaanderen voor het eerst de kaap van 4 miljoen voertuigen. In 2017 stond de teller reeds op 4 268 219 stuks. Dit is 31 % meer dan in 2000. De stijging deed zich voor bij alle types van voertuigen, maar was het meest uitgesproken bij de lichte vrachtwagens: ze vertonen een toename van 95 % sinds 2000. De opkomst van de e-commerce heeft hier een groot aandeel in. Bij de zware vrachtwagens was de stijging veel beperkter. In 2008 waren er 10 % meer zware vrachtwagens dan in 2000; daarna liep hun aantal terug. In 2017 lag hun aantal nog 3 % hoger dan in 2000. Het aantal autobussen en -cars steeg met 20 % tussen 2000 en 2008 en bleef daarna vrij stabiel: in 2017 was de vloot 17 % groter dan in 2000. Ook het aantal personenwagens blijft toenemen. In 2017 telde Vlaanderen 3 449 825 wagens. Dat is een vierde meer dan in 2000. Het aantal motorrijwielen (exclusief bromfietsen) steeg in dezelfde periode met 66 %.

Merk wel op dat de methoden voor het bepalen van het aantal voertuigen wijzigden, waardoor de cijfers binnen eenzelfde tijdsreeks niet volledig vergelijkbaar zijn. Deze cijfers moeten dan ook voorzichtig geïnterpreteerd worden. Voor personenwagens werd een aangepaste methode gebruikt vanaf 2008, met nog een lichte wijziging in 2012. Voor de andere voertuigen werd de methode aangepast in 2012. Bij gebrek aan gegevens voor het aantal autobussen en -cars in 2017, werd hetzelfde cijfer als in 2016 gebruikt.

Ontdieselijking personenwagenpark lijkt ingezet

In 2017 maakten personenwagens 81 % uit van het totale voertuigenpark. De samenstelling van het personenwagenpark heeft dan ook een belangrijke invloed op de milieuprestaties van de sector transport (zie ook indicator Ecoscore van nieuwe personenwagens).
De laatste decennia is het aantal dieselwagens in Vlaanderen sterk gestegen. In 1990 maakten dieselwagens minder dan een derde uit van het wagenpark; in 2005 was dit opgelopen tot de helft. Ook daarna ging de verdieselijking van het wagenpark verder. De piek werd bereikt in de periode 2011-2012, toen 63 % van het wagenpark op diesel reed.

De verdieselijking was te wijten aan een verbetering van de rijprestaties en het rijcomfort van dieselwagens, maar ook aan financiële redenen. Diesel was goedkoper dan benzine door lagere accijnzen en het verbruik van dieselwagens is lager. Dieselwagens zijn gemiddeld wel duurder bij aankoop dan benzinewagens, maar dit verschil werd steeds kleiner. Tot eind 2011 was bovendien de federale ecopremie van kracht die de consument stimuleerde om wagens met een lage CO2-uitstoot te kopen en dat waren meestal dieselwagens. Verder had de stijgende populariteit van bedrijfswagens, meestal dieselwagens, zijn effect.

Sinds 2013 neemt het aantal dieselwagens langzaam af: in 2017 reed 56 % van de personenwagens op diesel. Zowel de afschaffing van de ecopremie als de aanpassing van de fiscaliteit van bedrijfswagens speelden hierin een rol. Bovendien breidde het aanbod aan zuinigere benzinewagens uit. Om het wagenpark te vergroenen, maakte de Vlaamse overheid de belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting afhankelijk van de milieukenmerken van een voertuig, waaronder de CO2-emissie, het brandstoftype, de euronorm en de aanwezigheid van een roetfilter, voor voertuigen ingeschreven vanaf 2016. Diesel- en benzinewagens betalen meer dan wagens op meer milieuvriendelijke brandstoffen en dieselwagens betalen meer dan benzinewagens.

Alsmaar meer bedrijfswagens

In vergelijking met andere Europese landen ligt het aantal bedrijfswagens in België erg hoog. Bovendien neemt dit aantal nog steeds toe. In de klassieke betekenis zijn dit wagens die gebruikt worden in het kader van dienstverplaatsingen. Intussen worden hier echter ook de salariswagens mee bedoeld. Deze maken deel uit van het verloningspakket van een deel van de werknemers omwille van het gunstige fiscale regime. Vaak mogen deze wagens ook gebruikt worden voor privé-verplaatsingen en zijn de brandstofkosten inbegrepen. Een deel van deze wagens wordt enkel en alleen voor privédoeleinden gebruikt.

In 2017 waren 18 % van de personenwagens in Vlaanderen bedrijfswagens. Bedrijfswagens kunnen ingedeeld worden in bedrijfswagens in eigen beheer van het bedrijf en in leasewagens. Grofweg komt deze indeling overeen met de klassieke bedrijfswagens en de salariswagens. Vooral het aantal leasewagens kende de voorbije tien jaar een enorme stijging. In 2017 was het aantal leasewagens 67 % hoger dan in 2008; bij de bedrijfswagens in eigen beheer was de toename 18 %. In dezelfde periode steeg het aantal particuliere wagens slechts met 10 %.

Bedrijfswagens in eigen beheer en vooral leasewagens rijden meestal op diesel, resp. 77 % en 91 % van de wagens tegenover 52 % van de particuliere wagens in 2017. Dieselwagens, met uitzondering van de meest recente (Euro 6 D temp norm), zijn slechter voor de luchtkwaliteit dan benzinewagens. Anderzijds zijn bedrijfswagens in eigen beheer en vooral leasewagens over het algemeen een stuk jonger dan particuliere wagens, waardoor ze moeten voldoen aan strengere milieunormen. Toch valt de milieubalans negatief uit omdat bedrijfswagens gemiddeld gezien ook groter en zwaarder gemotoriseerd zijn dan privé-wagens. Bovendien zouden mensen die een bedrijfswagen ter beschikking hebben in het algemeen sneller geneigd zijn om deze te gebruiken in plaats van te kiezen voor een meer duurzaam vervoersmiddel. Het systeem van bedrijfswagens lijkt een verschuiving naar een meer duurzame mobiliteit dan ook in de weg te staan.

Sinds 2018 kunnen werknemers hun bedrijfswagen onder bepaalde voorwaarden inruilen voor een som geld (mobiliteitsvergoeding of ‘cash for car’). Op die manier hoopt de regering het aantal (bedrijfs)wagens omlaag te halen en het mobiliteitsprobleem aan te pakken. Alternatief kunnen werknemers vanaf 1 maart 2019 een jaarlijks mobiliteitsbudget ontvangen wanneer ze hun bedrijfswagen inleveren. Dit budget kan ingeruild worden tegen een (kleinere) wagen die minstens zo milieuvriendelijk is en/of duurzame transportmiddelen (bv. treintickets of een elektrische fiets).

Aandeel alternatieve wagens nog zeer beperkt

Voertuigen die rijden op alternatieve brandstoffen of die gebruik maken van alternatieve aandrijfsystemen (elektriciteit, waterstof, CNG, hybride en plug-in hybride) zijn beter voor het milieu dan voertuigen die rijden op conventionele brandstoffen (diesel en benzine).

Het aantal alternatieve personenwagens is gestegen van 32 exemplaren in 2008 naar 63 112 exemplaren in 2017. Naast een uitbreiding van het aanbod, stimuleerden ook maatregelen op federaal en Vlaams niveau de aankoop (zie indicator Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie). Het aandeel alternatieve wagens in het Vlaamse personenwagenpark is echter nog steeds erg klein: het steeg van 0,001 % in 2008 naar 1,8 % in 2017. Merk wel op dat afzonderlijke cijfers voor hybride voertuigen pas vanaf 2012 beschikbaar zijn. Voordien waren ze in de cijfers van benzine- of dieselwagens inbegrepen.

Binnen de categorie van alternatieve voertuigen zijn de hybriden en plug-in hybriden het meest populair. Samen waren ze in 2017 goed voor 81 % van alle alternatieve wagens. De andere alternatieven zijn wel aan een opmars bezig, want in 2012 hadden (plug-in) hybriden nog een aandeel van 95 % in het alternatieve wagenpark. Bijna alle (plug-in) hybriden (94 % in 2017) gebruiken benzine als brandstof wanneer ze niet elektrisch rijden.

In 2017 was het gezamenlijke aandeel van plug-in hybriden en elektrische voertuigen in het totale Vlaamse wagenpark 1 %. We zijn dus nog ver verwijderd van het streefdoel van 3 % tegen 2020, zoals beschreven in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020.

Een beperkt aantal wagens rijdt in Vlaanderen op de fossiele brandstof LPG. Hun aantal daalde fors de laatste jaren: van 26 606 wagens in 2008 tot 8 501 wagens in 2017. In 2017 maakten ze nog 0,3 % van het totale wagenpark uit.

Meer info over alternatieve voertuigen vindt u in de indicator Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie. De indicatoren Personenkilometers van personenvervoer en Tonkilometers van goederenvervoer geven meer info over het aantal kilometer dat de wegvoertuigen jaarlijks afleggen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid