Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Aantal wegvoertuigen

Aantal wegvoertuigen

Het aantal wegvoertuigen is een activiteitsindicator voor de sector transport. De kenmerken van deze voertuigen (o.a. de gebruikte brandstof) bepalen de milieuprestaties van het voertuigenpark. De gerapporteerde cijfers hebben betrekking op het totale aantal voertuigen ingeschreven in Vlaanderen op 31 december van het betreffende jaar. Voertuigen ingeschreven in andere gewesten of buitenlandse voertuigen die in Vlaanderen rondrijden worden hier niet beschouwd.

Deze indicator toont de evolutie van het aantal wegvoertuigen in Vlaanderen. Voor personenwagens worden de aantallen opgesplitst volgens type brandstof en type eigenaar.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: juni 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

Vlaams voertuigenpark blijft uitbreiden

In 2018 bestond het Vlaamse voertuigenpark uit 4,5 miljoen wegvoertuigen. Dit is bijna een derde meer dan in 2000. De stijging deed zich voor bij alle types van voertuigen, behalve de zware vrachtwagens. In 2008 waren er 2 % meer zware vrachtwagens dan in 2000, maar daarna liep hun aantal terug. In 2018 lag hun aantal 1 % lager dan in 2000.

Een deel van de zware vrachtwagens werd vervangen door lichte vrachtwagens (bestelwagens). Bestelwagens kenden de sterkste groei van alle wegvoertuigen: ze vertonen een toename van 89 % sinds 2000. De twee voornaamste redenen zijn:

  • De toename van de e-commerce zorgt voor een grotere vraag naar licht vrachtvervoer.
  • Bestelwagens zijn in tegenstelling tot zware vrachtwagens niet onderworpen aan de kilometerheffing voor vrachtwagens, in voege sinds april 2016, en ook niet aan wettelijke rij- en rusttijden.

Het aantal autobussen en -cars steeg sterk sinds 2000, vooral vanaf 2013. In 2018 was de vloot 52 % groter dan in 2000.

In 2018 lag het aantal personenwagens in Vlaanderen met 3,5 miljoen exemplaren ruim een kwart hoger dan in 2000. Bijna vier op vijf wegvoertuigen was een personenwagen. De samenstelling van het personenwagenpark heeft dan ook een belangrijke invloed op de milieuprestaties van de sector. Merk wel op dat de methoden voor het bepalen van het aantal personenwagens wijzigde in 2008, waardoor de cijfers binnen eenzelfde tijdsreeks niet volledig vergelijkbaar zijn.

Het aantal motorrijwielen steeg met 27 % in de periode 2000-2018.

Verdieseling gevolgd door ontdieseling wagenpark

De laatste decennia is het aantal dieselwagens in Vlaanderen sterk gestegen. In 1990 maakten dieselwagens minder dan een derde uit van het wagenpark; in 2005 was dit opgelopen tot de helft. De piek werd bereikt in de periode 2011-2012, toen 63 % van het wagenpark op diesel reed. De verdieselijking was te wijten aan:

  • de verbetering van de rijprestaties en het rijcomfort van dieselwagens;
  • de federale ecopremie voor wagens met een lage CO2-uitstoot (o.a. dieselwagens);
  • de stijgende populariteit van bedrijfswagens, meestal dieselwagens;
  • de lagere gebruikskosten van diesel- t.o.v. benzinewagens door de lagere accijnzen en het lagere verbruik, die de duurdere aankoopprijs van dieselwagens compenseerden.

Sinds 2013 neemt het aandeel dieselwagens langzaam af: in 2018 reed 53 % van de personenwagens op diesel. Deze ontdieseling heeft volgende oorzaken:

  • afschaffing van de ecopremie eind 2011;
  • aanpassing van de fiscaliteit van bedrijfswagens in 2012
  • uitbreiding van het aanbod zuinigere benzinewagens;
  • vergroening van de Vlaamse belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting voor voertuigen ingeschreven vanaf 2016, waardoor dieselwagens meer betalen dan wagens op andere brandstoffen.

Alsmaar hoger aandeel bedrijfswagens

In 2018 waren 18 % van de personenwagens in Vlaanderen bedrijfswagens. In vergelijking met andere Europese landen ligt het aandeel bedrijfswagens in Vlaanderen erg hoog en dit aandeel neemt jaar na jaar toe.

Bedrijfswagens kunnen ingedeeld worden in bedrijfswagens in eigen beheer van het bedrijf en in leasewagens. Deze indeling komt grofweg overeen met de klassieke bedrijfswagens, die enkel gebruikt worden in het kader van dienstverplaatsingen, en de salariswagens. Deze laatste maken deel uit van het verloningspakket van een deel van de werknemers omwille van het gunstige fiscale regime. Vaak mogen deze wagens ook gebruikt worden voor privé-verplaatsingen en zijn de brandstofkosten inbegrepen. Een deel van deze wagens wordt enkel en alleen voor privédoeleinden gebruikt. Vooral het aantal leasewagens kende de voorbije tien jaar een enorme stijging. In 2018 was het aantal leasewagens 75 % hoger dan in 2008; bij de bedrijfswagens in eigen beheer was de toename 21 %. In dezelfde periode steeg het aantal particuliere wagens met 11 %.

Bedrijfswagens in eigen beheer en vooral leasewagens rijden meestal op diesel, resp. 74 % en 85 % van de wagens tegenover 48 % van de particuliere wagens in 2018. Dieselwagens, met (hoogstwaarschijnlijk) uitzondering van de meest recente (Euro 6 D temp norm), zijn slechter voor de luchtkwaliteit dan benzinewagens. Ze stoten wel minder CO2 uit per km. Anderzijds zijn bedrijfswagens in eigen beheer en vooral leasewagens over het algemeen een stuk jonger dan particuliere wagens, waardoor ze moeten voldoen aan strengere milieunormen. Ook de gemiddelde CO2-emissie ligt lager bij lease- en bedrijfswagens, omdat de fiscale aftrek afhankelijk is van de CO2-uitstoot (zie indicator CO2-emissie van nieuwe voertuigen). Toch valt de milieubalans negatief uit omdat bedrijfswagens gemiddeld gezien ook groter en zwaarder gemotoriseerd zijn dan privé-wagens. Bovendien zijn mensen die een bedrijfswagen ter beschikking hebben in het algemeen sneller geneigd om deze te gebruiken in plaats van te kiezen voor een meer duurzaam vervoersmiddel. Het systeem van bedrijfswagens lijkt een verschuiving naar een meer duurzame mobiliteit dan ook in de weg te staan.

Sinds maart 2019 kunnen werknemers een jaarlijks (federaal) mobiliteitsbudget ontvangen wanneer ze hun bedrijfswagen inleveren. Dit budget kan ingeruild worden tegen een (kleinere) wagen die minstens zo milieuvriendelijk is en/of duurzame transportmiddelen (bv. treintickets of een elektrische fiets).

Aandeel alternatieve wagens zeer beperkt

Voertuigen op alternatieve brandstoffen of met alternatieve aandrijfsystemen (elektriciteit, waterstof, CNG, hybride en plug-in hybride) zijn beter voor het milieu dan de conventionele voertuigen op diesel of benzine. De milieuvriendelijkheid van CNG wordt recent wel in twijfelen getrokken (zie de indicator Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie).

Het aandeel alternatieve wagens in het Vlaamse personenwagenpark is nog steeds erg klein, ondanks een sterke stijging: van 0,001 % (32 wagens) in 2008 naar 2,4 % (82 000 wagens) in 2018. Naast een uitbreiding van het aanbod, stimuleerden ook maatregelen op federaal en Vlaams niveau de aankoop.

Hybriden en plug-in hybriden zijn het meest populair: samen waren ze in 2018 goed voor 79 % van alle alternatieve wagens. De andere alternatieven zijn wel aan een opmars bezig, want in 2012 hadden (plug-in) hybriden nog een aandeel van 95 % in het alternatieve wagenpark. Voor 2012 zijn geen afzonderlijke cijfers voor (plug-in) hybride voertuigen beschikbaar; ze waren inbegrepen in de cijfers van benzine- of dieselwagens. Bijna alle (plug-in) hybriden gebruiken benzine als brandstof wanneer ze niet elektrisch rijden.

In 2018 was het gezamenlijke aandeel van plug-in hybriden en elektrische voertuigen in het totale Vlaamse wagenpark 1 %. We zijn dus nog ver verwijderd van het streefdoel van 3 % tegen 2020, zoals beschreven in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.