Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / Aantal wegvoertuigen

Aantal wegvoertuigen

Het aantal voertuigen is een activiteitenindicator voor de sector transport. Het verloop ervan geeft een indicatie over de manier waarop deze sector evolueert. Verschuivingen in type gebruikte brandstof en in cilinderinhoud hebben gevolgen voor de globale milieuprestatie van het voertuigenpark. De data hebben betrekking op voertuigen ingeschreven in Vlaanderen. Ook voertuigen ingeschreven in andere gewesten of buitenlandse voertuigen bepalen mee de milieu-impact van transport. Deze worden hier echter niet beschouwd. Bij de interpretatie van de resultaten moet men er rekening mee houden dat de methodes voor het bepalen van het aantal voertuigen wijzigden, waardoor de reeksen niet perfect consistent zijn. Voor personenwagens werd een aangepaste methode gebruikt vanaf 2008, met ook nog een lichte wijziging in 2012. Voor de andere voertuigen werd de methode aangepast vanaf 2012.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: februari 2018
Actualisatie: Jaarlijks

Vlaams voertuigenpark blijft uitbreiden

In 2013 overschreed het totale voertuigenpark in Vlaanderen voor het eerst de kaap van 4 miljoen voertuigen. In 2016 steeg het totale park opnieuw met 2,1 %, de teller staat ondertussen op 4 222 744 stuks. Dit is 30 % meer dan in 2000. Het aantal personenwagens bleef verder stijgen. De jaarlijkse groei lag tussen 1 % en 2 % in de periode 2000-2016. Enkel in 2010, het jaar na de crisis, steeg het aantal wagens uitzonderlijk met 3 %. In 2016 telde Vlaanderen bijna een vierde meer auto’s dan in 2000. De stijging bij de lichte vrachtwagens was enorm: ongeveer 87 % sinds 2000. Ook het aantal motorrijwielen steeg met meer dan 63 %. In 2008 waren er 10 % meer zware vrachtwagens dan in 2000, daarna liep hun aantal terug. In 2016 lag hun aantal nog geen 2 % hoger dan in 2000. Het aantal bussen steeg met 20 % tussen 2000 en 2008 en bleef daarna vrij stabiel.

Aandeel dieselwagens daalde in Vlaanderen met 1 % in 2016

De personenwagens maken 81 % uit van het totale voertuigenpark. De grootte en de samenstelling van het wagenpark hebben dan ook een belangrijke invloed op de milieuprestaties van de sector transport (zie ook indicator Ecoscore van nieuwe personenwagens).
De laatste decennia is het aantal dieselwagens sterk gestegen. In 1990 maakten de dieselwagens minder dan een derde uit van het wagenpark, in 2005 was dat opgelopen tot de helft. Ook daarna ging de verdieselijking van het wagenpark nog verder. België heeft dan ook één van de hoogste aandelen dieselwagens in de Europese Unie. De verdieselijking kwam er ondermeer door een verbetering van de rijprestaties en het rijcomfort van dieselwagens. Maar er zijn ook economische redenen. Het verschil in aankoopprijs tussen een diesel- en benzinewagen werd steeds kleiner. Dieselbrandstof is ook goedkoper dan benzine omwille van verschillende accijnzen. Daarnaast heeft de federale ecopremie voor wagens die minder dan 115 g/km CO2 uitstoten, van kracht tot eind 2011, de verdieselijking in de hand gewerkt. Dieselwagens stoten gemiddeld namelijk minder CO2 uit dan benzinewagens. Verder had de nog steeds stijgende populariteit van bedrijfswagens, meestal dieselwagens, zijn effect.

Vanaf 2012 werden steeds minder nieuwe dieselwagens gekocht in Vlaanderen. Zowel de afschaffing van de ecopremie als de aanpassing van de fiscaliteit van bedrijfswagens speelden een rol. Ook het aanbod aan zuinigere benzinewagens breidde uit. Toch steeg het totaal aantal dieselwagens in het volledige wagenpark nog licht tussen 2012 en 2015. Er kwamen nog steeds meer dieselwagens bij dan er dieselwagens buiten gebruik gesteld werden. Wat het aandeel in het volledige wagenpark betreft was dit voor dieselwagens het hoogst in 2011-2012, ongeveer 62,5 %. In 2013 stopte de verdere verdieselijking. Daarna daalde het aandeel diesels tot minder dan 59 % in 2016. De kentering doet zich voornamelijk voor bij privévoertuigen, en in mindere mate bij bedrijfswagens.

Ook de cilinderinhoud bepaalt mee de milieuprestatie van de voertuigen. Wagens met een grotere cilinderinhoud gebruiken meer energie en stoten meer CO2 uit dan kleinere wagens. Het aantal kleine dieselwagens nam toe tussen 2008 en 2012, daarna ging het in dalende lijn. Het aantal middelgrote dieselwagens bleef wel verder stijgen tot 2015 om dan licht te dalen in 2016. Het aantal grote dieselwagens was stabiel tussen 2011 en 2015 een daalde aanzienlijk in 2016 (met 5 %). In 2016 maakte de kleine dieselauto 4,7 % van het totale wagenpark uit, de middelgrote dieselwagen 45,4 % en de grote dieselwagen 8,6 %.

Tussen 2008 en 2012 was het aantal kleine benzinewagens quasi constant, daarna ging het in stijgende lijn. In 2016 steeg het aantal kleine benzine wagens enorm: met 8%. Het aantal middelgrote benzinewagens daalde tussen 2008 en 2012, daarna kwam er een lichte kentering. In 2015 werd een grotere stijging ingezet (1,3 %) en in 2016 kende het aantal middelgrote benzinewagens een stijging van 3, 9% ten opzichte van 2015. Het aantal grote benzinewagens steeg in 2015 met 2 %, maar daalde weer in 2016 met 3,8 %. Dit alles zorgde ervoor dat het aandeel benzinewagens in 2016 net geen 40% bedroeg, bijna hetzelfde niveau als in 2009. De kleine benzinewagens maakten 24,9 % uit van het wagenpark, de middelgrote 11,7 % en de grote 2,2 %.

Het beheersen van het aandeel dieselwagens was een van de maatregelen van het luchtkwaliteitsplan voor NO2 dat in 2012 werd goedgekeurd. Het plan diende om zo snel mogelijk de luchtkwaliteitsnormen voor NO2 te behalen. Het streefdoel voor het totale wagenpark was een aandeel van 61,1 % dieselwagens versus 35,6 % benzinewagens tegen 2015, hybriden niet inbegrepen. Met 61,0 % werd de doelstelling voor het aandeel diesels gehaald, maar uit de cijfers blijkt dat het aandeel benzinewagens wel 2 % hoger ligt dan vooropgesteld. Het waren vooral benzinewagens die de diesels vervingen en niet zozeer de alternatieve voertuigen.

Aandeel alternatieven nog zeer beperkt

Wat de andere brandstoftypes betreft zijn er voor de hybride voertuigen pas afzonderlijke cijfers vanaf 2012, voor de jaren voorafgaand aan 2012 zijn ze in de cijfers voor benzines of diesels inbegrepen.

Het aantal LPG-wagens bleef de laatste jaren dalen. Samen met de aardgasvoertuigen maakten ze in 2016 maar 0,4 % van het totale wagenpark uit. Het aandeel voertuigen aangedreven met alternatieve energie (aardgas, elektriciteit, hybride en waterstof) steeg van 0,001 % in 2008 naar 1,3 % in 2016. Het aanbod verhoogde en maatregelen op federaal en Vlaams niveau stimuleerden hun aankoop (zie indicator ‘aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie’). In 2016 bedroeg het aandeel hybride benzinewagens 1 % van het wagenpark, 24 % van de benzine hybriden zijn plug-ins. Het aandeel hybride dieselwagens was veel lager en bedroeg 0,08 %, hierin zijn 21 % plug-ins. Samen met de plug-ins maakten de elektrische voertuigen 0,37 % van het wagenpark uit in 2016, nog ver verwijderd van het streefdoel 2020 van 3 %.

Om het wagenpark verder te vergroenen stelde de Vlaamse overheid de berekening van de BIV, afhankelijk van de CO2-emissie van wagens en van hun impact op de luchtkwaliteit, voor voertuigen ingeschreven vanaf 1 januari 2016 bij. De tarieven verhogen en dieselwagens betalen nog steeds meer dan benzinewagens. Bovendien betalen nu ook de meest recente dieselwagens (EURO6) fors voor hun impact op de luchtkwaliteit. De alternatieve voertuigen behouden hun voordelen. Vlaanderen hervormde vanaf 2016 ook de jaarlijkse verkeersbelasting, volgens hetzelfde principe en met een differentiatie volgens CO2-uitstoot, EURO-norm en brandstoftype.

Meer info over alternatieve voertuigen vindt u in de indicator Aantal nieuwe voertuigen aangedreven met alternatieve energie.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid