Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Transport / NOx, NMVOS, PM2,5 en SO2

Emissie van luchtpolluenten door transport: NOx, NMVOS, PM2,5 en SO2

De transportsector draagt in grote mate bij aan de uitstoot van NOx, NMVOS, fijn stof (PM2,5) en SO2. Deze polluenten veroorzaken verschillende milieu- en gezondheidsproblemen. Deze indicator toont de emissies per modus, nl. wegverkeer (personen en goederen), scheepvaart (binnenvaart en binnenlandse zeevaart), spoorverkeer en binnenlandse luchtvaart. Waar relevant wordt een onderscheid gemaakt tussen uitlaat- en niet-uitlaatemissies.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: maart 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Greet De Coster

NOx-uitstoot door transport daalt maar niet voldoende

Transport is de belangrijkste sector wat betreft de emissie van stikstofoxides. In 2016 bedroeg de emissie van de sector 55 kton. Dit is 51 % van de totale NOx-uitstoot in Vlaanderen. Vooral het wegverkeer draagt hiertoe bij, met 87 % van de uitstoot door transport. De NOx-emissie van goederen- en personenvervoer over de weg was in 2016 ongeveer evenveel.

De NOx-uitstoot van transport daalde met 40 % sinds 2000, dankzij de steeds strengere emissienormen voor voertuigen. Deze afname is voornamelijk toe te schrijven aan het goederenvervoer over de weg: de uitstoot daalde tussen 2000 en 2016 met ongeveer de helft (53 %) dankzij een stijgend aandeel meer milieuvriendelijke EURO V- en EURO VI-vrachtwagens. De NOx-uitstoot van het personenvervoer over de weg lag in 2016 wel maar een kwart (24 %) lager dan in 2000. Dit is te wijten aan de verdieselijking van het wagenpark (dieselwagens stoten meer NOx uit dan benzinewagens) en het feit dat de NOx-emissie van dieselwagens in het reëel verkeer hoger liggen dan verwacht via de EURO-normen. De afschaffing van de federale ecopremie in 2011, die enkel gericht was op het verminderen van de CO2-uitstoot, en het dalend verschil in prijs tussen benzine en diesel zorgde de laatste jaren wel voor een stagnatie van de verkoop van dieselwagens (zie indicator Aantal wegvoertuigen). Er was een toename van de activiteit bij het wegverkeer (zie de indicatoren Personenkilometers van personenvervoer en Tonkilometers goederenvervoer), wat de milieuwinsten door de strengere normen ook deels tenietdoet.

Ook voor de andere vervoerwijzen was de NOx-emissie in 2016 lager dan in 2000. Voor het spoorvervoer bedroeg de daling 62 %, voor de luchtvaart 27 %, voor de binnenvaart 20 % en voor de zeevaart 10 %. De transportsector haalde het streefdoel van het MINA-plan 4 om in 2015 max. 52,3 ton NOx uit te stoten nog steeds niet in 2016 (uitstoot 5 % te hoog). Met lucht- en zeevaart worden enkel de binnenlandse lucht- en zeevaart bedoeld.

Wegverkeer en luchtvaart verantwoordelijk voor NMVOS-emissie

Door het aanscherpen van de milieunormen voor voertuigen daalde de NMVOS-emissie van transport met 76 % sinds 2000. De emissie bedroeg nog 4,4 kton in 2016. Het wegverkeer had daarin een aandeel van 91 %, grotendeels toe te schrijven aan het personenvervoer over de weg (76 %-punten). Ook de luchtvaart is niet onbelangrijk met een bijdrage van 4 %; de uitstoot van de andere vervoersmodi zijn verwaarloosbaar (≤ 2 %). Het doel 2015 van het MINA-plan 4 bedraagt 3,9 kton: een verdere daling met 12 % is dus nodig.

Aandeel niet-uitlaatemissie van PM2,5 wordt steeds groter

De uitstoot van PM2,5 door transport daalde in de periode 2000-2016 met meer dan de helft (61 %) tot 2,3 kton. De sector transport was daarmee verantwoordelijk voor 17 % van de Vlaamse emissie van PM2,5 in 2016. Het wegverkeer nam in 2016 nog steeds 84 % van de totale emissie van transport in; het spoor (met voornamelijk niet-uitlaatemissies) was verantwoordelijk voor 9 %. Het wegverkeer kende de grootste reductie, door de EURO 5-norm die de installatie van een ingebouwde roetfilter in dieselwagens vereiste. Ook de andere modi verminderden hun uitstoot: de uitlaatemissies daalden door de steeds strengere emissienormen voor voer- en vaartuigen. Verschillende premies van de Vlaamse overheid stimuleren sinds 2006 de installatie van roetfilters bij (vracht)wagens en de aankoop van meer milieuvriendelijke vrachtwagens of motoren. Ook De Lijn installeerde roetfilters en vergroende haar voertuigenpark verder (zie indicator Aantal voertuigen aangedreven met alternatieve energie). De niet-uitlaatemissie, veroorzaakt door slijtage van remmen, banden, wegdek, rails en bovenleidingen, neemt een steeds groter aandeel in van de totale emissie van PM2,5. In 2000 maakte de niet-uitlaatemissie 17 % uit van het totaal, in 2016 was dat opgelopen tot 50 %. Het streefdoel van het MINA-plan 4 voor de emissie van PM2,5 door transport (2,3 kton in 2015) werd in 2016 net gehaald.

Zeer sterke afname van SO2-emissie door transport

De SO2-emissie van transport verminderde met 93 % sinds 2000. Hierdoor was deze sector in 2016 nog slechts verantwoordelijk voor 0,8 % van de totale SO2-emissie in Vlaanderen. De zeevaart maakte 39 % uit van deze uitstoot, de luchtvaart 33 % en het wegverkeer 27 %. Deze daling is te danken aan de opeenvolgende EU-richtlijnen die sinds 2002 het zwavelgehalte van brandstoffen beperken. Het huidige niveau voor wegbrandstoffen bedraagt 0,001 %. Sinds 2011 bedraagt het zwavelgehalte van binnenvaartdiesel 0,001 %, waardoor het aandeel van de binnenvaart in de totale SO2-emissie van transport nu verwaarloosbaar is. De SO2-emissie van de zeevaart wordt voornamelijk bepaald door de bagger- en sleepactiviteiten. Sinds 2015 mag de brandstof van schepen die in de Noordzee varen maximum 0,1 % zwavel bevatten.

Maatregelen

Verschillende beleidsmaatregelen op lokaal, Vlaams, federaal, Europees en Internationaal niveau hebben als doel de uitstoot van luchtpolluenten te verminderen.

Om lokaal de luchtkwaliteit te verbeteren en de concentratie aan fijn stof te verlagen kunnen steden en gemeenten lage-emissiezones (LEZ's) instellen. In deze gebieden zijn voertuigen die veel schadelijke stoffen uitstoten niet of slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Momenteel is er enkel in Antwerpen een zone actief (sinds 2017); in Gent is een LEZ gepland vanaf 2020. Dankzij de ontwikkeling van walstroomvoorzieningen kunnen schepen aansluiten op het elektriciteitsnet van de wal wanneer ze aan de kade liggen, zodat ze hun vervuilende motoren niet moeten laten draaien.

Op het Vlaamse niveau werden verschillende maatregelen uitgewerkt binnen het Actieplan ‘Clean Power for Transport’ (van kracht sinds 2016). Er wordt voornamelijk ingezet op de vergroening van de verkeersbelastingen, waarbij milieuvriendelijke voertuigen (tijdelijk) minder of geen belastingen moeten betalen. Een verdere vergroening van het wagenpark wordt beoogd door het stimuleren van alternatieve voertuigen, bv. door de uitbouw van laadpunten en tankstations voor deze voertuigen. Daarnaast wordt gestreefd naar een vergroening van de logistieke sector door een daling van het aantal tonkilometers (bv. door het bundelen van goederenstromen) en het meer gebruik maken van alternatieve en meer milieuvriendelijke vervoersmiddelen.

Sinds 2016 is er een kilometerheffing voor het goederenvervoer van meer dan 3,5 ton in België. Deze kan naast een mogelijke impact op het aantal gereden kilometers ook een effect hebben op de milieuvriendelijkheid van vrachtwagens, gezien de heffing o.a. in functie is van het aantal gereden kilometers en de EURO-klasse van de vrachtwagen. Een uitbreiding van de kilometerheffing naar personenwagens is aangewezen. Een aanpassing van de gunstige fiscale regeling voor bedrijfswagens, waarmee gemiddeld meer kilometers gereden worden dan met privéwagens, is ook wenselijk. Sinds 2018 kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsvergoeding (‘cash for car’). Vanaf maart 2019 kan men ook kiezen voor een mobiliteitsbudget, waarmee met kan opteren voor een combinatie van vervoersmiddelen om vlot en milieuvriendelijk op het werk te geraken.

Door het schandaal rond Volkswagen, waarbij de testcyclus bij sommige automodellen bewust gemanipuleerd werd, maakte EU versneld werk van een meer aan de realiteit aangepaste testprocedure voor de uitstoot van wagens. Strengere emissienormen voor de binnenvaart en het spoor zullen vanaf 2019 een effect hebben op de emissies van NOx, PM2,5 en NMVOS (NRMM-verordening).

Op internationaal niveau werd o.a. voor de Noordzee een NECA-zone aangekondigd vanaf 2021. In deze vaarzones worden nieuwe zeeschepen onderworpen aan strengere eisen wat betreft hun NOx-emissie. Dit zal de emissies van de zeevaart beïnvloeden. Vanaf 2020 mogen zeeschepen in internationale wateren niet meer varen op brandstof die meer dan 0,5 % zwavel bevat.

Voor de uitlaatemissies zal de dalende trend zich verderzetten door de verdere vernieuwing van het (vracht)wagenpark. Het beleid focust nog niet op de niet-uitlaatemissies. Het wegverkeer beperken zou een positieve invloed hebben. Ook inspelen op het soort banden en wegdek kan effect hebben. Een verhoogd gebruik van elektrische en hybride voertuigen, die gebruik maken van regeneratief remmen, kan de niet-uitlaatemissies beperken.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid