Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Veestapel

Omvang veestapel

Deze indicator beschrijft de omvang van de veestapel in de Vlaamse landbouw, opgesplitst per diercategorie (runderen, pluimvee en varkens). De omvang hangt nauw samen met de productie van dierlijke mest en met de emissie van verzurende stoffen (ammoniak), broeikasgassen (lachgas en methaan), fijn stof en vermestende stoffen (nitraat en fosfaat).

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Veestapel groeit sinds 2009 verder aan

De veestapel steeg onder impuls van de uitbreidingsmogelijkheden voorzien in het derde MestActiePlan (MAP 3, vanaf 2007). Uitbreiding per bedrijf werd opnieuw mogelijk, mits bijkomende mestverwerking. Dit had vooral invloed op de omvang van de pluimveestapel en in mindere mate op de varkensstapel omdat pluimveemest het eenvoudigst te verwerken is. Het aantal pluimvee is met 24% gestegen in 2017 t.o.v. 2009; het aantal runderen en varkens is licht gedaald (met respectievelijk 1 en 3%).

Recordaantal pluimvee in 2016, lichte daling in 2017

In 2017 zijn er in Vlaanderen 34,1 miljoen stuks pluimvee, dat is 7% minder dan het recordaantal in 2016 (36.8 miljoen stuks). De toename is vooral te wijten aan een sterke groei van het aantal vleeskippen, o.a. door de gunstige stabiele marktsituatie de laatste jaren. De sector werd hierdoor ook aantrekkelijk voor bedrijven die op zoek waren naar alternatieven (o.a. varkensbedrijven). Nog meer dan andere sectoren wordt de pluimveesector gekenmerkt door een doorgedreven schaalvergroting en specialisatie. Dit zorgt voor kostenefficiëntie en stijgende productiviteit. Naast een daling van de vleesconsumptie in België (cijfers GfK) verschuift de consumptie van rood naar wit vlees.

Tussen 2000 en 2009 daalde de pluimveestapel ten gevolge van het mestbeleid, de dioxinecrisis en de vogelpest. Dit laatste en de lage prijzen zijn ook de oorzaak van de tijdelijke sterke daling in 2003.

Lichte afname rundveestapel 

Een verbeterde efficiëntie (melkvee) en verslechterde economische situatie (vleesvee) zorgden vanaf 1996 voor een graduele inkrimping van de Vlaamse rundveestapel. Voor rundvee werd in 2014 voor het eerst terug een toename genoteerd, maar deze lijkt in 2017 te stoppen (-9% t.o.v. 2016). Ook de melkveestapel groeide vanaf 2012 terug aan, o.a. door het effect van de afschaffing van het melkquotum (die op 1 april 2015 inging) en door hoge marktprijzen (2013-2014). In 2017 daalt de melkveestapel opnieuw (-1% t.o.v. 2016).

Daling varkensstapel zet zich voort

De varkensstapel kromp als gevolg van prijsdaling (sinds 1998), de dioxinecrisis (1999), de opkoopregeling (2000-2004) en het strengere mestbeleid. Sinds 2009 stijgt het aantal varkens opnieuw door de uitbreidingsmogelijkheden na bewezen mestverwerking tot 6,3 miljoen varkens in 2012. Daarna treedt er terug een daling op tot 5.7 miljoen varkens in 2017, o.a. als gevolg van lage marktprijzen en hoge (kracht)voederprijzen. Begin 2014 legde Rusland een ban op voor invoer van Europees varkensvlees.

Lokale milieudruk blijft (te) hoog

De landbouwsector leverde de voorbije decennia heel wat inspanningen om de emissies naar lucht, water en bodem te verminderen. Het (mest)beleid is gericht op een afname van de milieudruk door mestverwerking, strengere bemestingsnormen, aangepaste diervoeders en stimuleren van innovatieve technieken zoals emissiearme stallen en luchtwassers. Dit vertaalde zich in een aanzienlijke toename in de eco-efficiëntie. Toch zijn er grenzen aan deze efficiëntiewinsten en blijft de absolute milieudruk gerelateerd aan de omvang van de veestapel en de hoge productievolumes in Vlaanderen hoog. Zo is de landbouwsector via de vervluchtiging van ammoniak (NH3) uit dierlijke mest de voornaamste bron van verzurende en vermestende emissie in Vlaanderen, en vormen deze stikstofverliezen vaak een hindernis voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen in NATURA 2000 gebieden. Ook waterkwaliteitsdoelstellingen rond bijvoorbeeld nitraat in oppervlakte- en grondwater landbouwgebied zijn nog niet overal bereikt.

Ook buiten de beroepslandbouw is er nog een omvangrijke veestapel paardachtigen (paard, ezel of kruising ervan) in Vlaanderen. Eind 2015 stond de teller volgens de Belgische Confederatie van het Paard op 201 814 geregistreerde paardachtigen in Vlaanderen, waarvan slechts 13 % zich bevindt op een landbouwbedrijf (AMS, 2016). De paardensector is aan een opmars bezig in Vlaanderen, maar er zijn weinig concrete cijfers die de milieudruk, het ruimtelijk belang en de opportuniteiten/bedreigingen ervan in kaart brengen.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid