Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Bodembalans

Bodembalans van de landbouw

De bodembalans van de landbouw bestaat aan de inputzijde uit de hoeveelheden nutriënten die de landbouwbodem binnenkomen: mest, atmosferische depositie, biologische stikstoffixatie, zaaigoed. De outputzijde bestaat uit de hoeveelheden die de landbouwbodem verlaten: nutriënten opgenomen door planten, de ammoniakemissie uit de bodem en de overige emissies naar het milieu die via de landbouwbodem passeren. Deze laatste stroom is het overschot op de bodembalans en is een indicator voor het potentieel verlies van nutriënten uit de landbouwbodem naar het milieu. Meer informatie over de opbouw van de indicator is te lezen in het rapport Bodembalans van de Vlaamse Landbouw (cijfers 2007-2009).

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: maart 2014
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Doelstellingen 2010 al gehaald in 2007

De doelstelling voor 2010, zoals bepaald in het MINA-plan 3+ (2008-2010), bedraagt 70 kg stikstof/ha. Deze doelstelling is afgeleid uit de kwaliteitsnorm (50 mg nitraat/l) voor drinkwater. Als indicatieve doelstelling of referentiewaarde (2010) voor fosfor werd 3,6 kg fosfor/ha vooropgesteld (MIRA-S 2000).

In de periode 1990-2007 is het overschot gedaald met 68 % voor stikstof (N) en met 95 % voor fosfor (P) ten opzichte van 1990. Dit komt door de afname van de veestapel, het verminderd kunstmestgebruik, de toenemende mestverwerking, de lagere nutriënteninhoud van het voeder en de toename van de gewasafvoer door productiviteitsstijgingen. In de periode 2007-2011 schommelde het overschot voor N tussen 32 en 51 kg N/ha, door een schommelend gebruik van kunstmest N en dierlijke mest N. Voor P daalde het overschot  tot in de buurt van een nuloverschot. Deze verdere daling voor P is het gevolg van een afnemend gebruik van P-kunstmest en afnemend gebruik van dierlijke mest.

Daarmee daalt het overschot significant onder de doelstelling 2010 (MINA-plan 3+, 2008-2010) van 70 kg N/ha en de referentiewaarde uit MIRA-S 2000 (3,6 kg P/ha). Er kan voorzichtig geconcludeerd worden dat na decennialange fosforaccumulatie in de Vlaamse landbouwbodem, er sinds 2008 een status-quo bereikt lijkt te zijn, zodat de bemesting in evenwicht is met de gewasonttrekking voor wat betreft fosfor. Dat lijkt in eerste opzicht in overeenstemming met de conclusie uit de metingen van fosfaatgehalte in de bouwvoor door de Bodemkundige Dienst van België. Na jarenlange verhoging van het fosfaatgehalte, is in de periode 2008-2011 geen verdere toename meer gemeten.

De analyse per rivierbekken toont grote regionale verschillen. De gunstige toestand op Vlaams niveau is niet in alle rivierbekkens terug te vinden. In 2011 zijn in volgende rivierbekkens nog extra inspanningen nodig om de doelstellingen van MINA-plan 3+ te halen: IJzer (voor N en P), Leie (N en P), Boven-Schelde (N). Enkel van het Dender-, Dijle-Zenne- en Netebekken kan met zekerheid gezegd worden dat in 2011 er een nuloverschot was voor P. In 2010 gold dit enkel voor het Dender- en Dijle-Zennebekken.

Nog wachten op resultaten op terrein

Het doelbereik voor de indicator overschot op de bodembalans komt niet overeen met de doelafstand die nog overblijft bij de toestand- en impactindicatoren voor oppervlaktewater en oppervlakte natuur met overschrijding kritische last door atmosferische depositie. De doelstellingen zijn niet op een zelfde ambitieniveau gestoeld, zodat op basis van 1 indicator geen eenduidige evaluatie kan gemaakt worden voor de hele milieuverstoringsketen van vermesting. Bovendien zijn deze indicatoren verschillend in schaal, methode en plaats in de milieuverstoringsketen.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid