Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Areaal en teeltkeuze

Areaal en teeltkeuze

De totaal benutte landbouwoppervlakte (BLO) omvat alle cultuurgrond waarop commerciële gewassen geteeld worden, inclusief tuinbouwgewassen en tijdelijk braakland. Niet inbegrepen zijn landbouwwegen, bedrijfsgebouwen, beboste landbouwgronden en ongebruikte gronden. Elke teelt heeft zijn specifieke eigenschappen en effecten op het milieu. Zo is het behoud van blijvend grasland bepalend voor het voortbestaan van natuurwaarden in het landbouwgebied. Blijvend grasland kan ook een bijdrage leveren in de strijd tegen klimaatverandering, via het vastleggen van organisch koolstof in de bodem.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Landbouwoppervlakte blijft verder dalen

In 2017 daalde de benutte landbouwoppervlakte (BLO) met 4 % t.o.v. 2000. Dat komt vooral door een afname van het aandeel grasland (tijdelijke weiden en blijvend grasland) en het aandeel braakgrond tijdens die periode. De toename tussen 1990 en 2000 is het gevolg van een verbeterde registratie en een verschuiving tussen de particuliere niet-commerciële landbouw en de commerciële landbouw. 

Ruim helft areaal in teken van de veeteelt

Ruim 56 % van de benutte oppervlakte in 2017 bestond uit voedergewassen (20%) en grasland (omschreven als tijdelijke weiden en blijvende graslanden; 36%). Het belangrijkste voedergewas is voedermaïs (96%) , voederbieten (3%) en vlinderbloemigen (1%) nemen een kleiner aandeel van de landbouwoppervlakte in.

Areaal (blijvend) grasland krimpt

Het areaal grasland maakte in 1990 nog 42 % van de BLO uit, in 2017 is dit 36 %. Vooral het blijvend grasland gaat achteruit (-23 %), ten voordele van tijdelijk grasland, maïs en nijverheidsgewassen. Opvallend is dat het areaal blijvend grasland ook tussen 2005 en 2016 blijft achteruitgaan. En dit nadat het behoud van het blijvend grasland was ingevoerd als voorwaarde voor het bekomen van inkomenssteun, door de Mid Term Review van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. 

Het teeltpatroon is onderhevig aan veranderingen/verschuivingen ingegeven door rendabiliteit, zoals kostenbesparing (door verhoogde efficiëntie in de voederteelt) en omschakeling naar meer winstgevende teelten (uitbreiding en/of omschakeling naar tuinbouw). Zo moet blijvend grasland dikwijls plaats maken voor andere gewassen met een hogere rendabiliteit.

Daling bieten en granen, stijging areaal aardappelen

Tussen 1990 en 2017 daalde het areaal bieten (-50%) en granen (-31%), onder meer ten voordele van het maïsareaal. De teelt van maïs kende vooral tussen 1990 en 2001 een enorme opgang. Vanaf 2002 vertoonde het een schommelend verloop. De voederbiet is aan het verdwijnen, maar ook de suikerbiet zag zijn areaal verkleinen, o.a. als gevolg van de Europese suikerhervorming en het afschaffen van de suikerquota (september 2017). Het areaal granen stagneerde het laatste decennium rond de 90 000 ha. Tegenover die daling staat een recente toename van het areaal aardappelen: in 2017 piekt het areaal met ruim 52 000 ha. De (wereldwijde) vraag naar aardappelen stijgt door de sterk groeiende Belgische aardappelverwerkende industrie.

Tot slot kende de tuinbouw een grote expansie in de jaren ‘90. Het areaal groeide met ruim een kwart tussen 1990 en 2001. Sindsdien schommelde het steeds rond de 50 000 ha (met een lichte stijging vanaf 2014 tot 2017). Er is een lichte stijging in het areaal groenten en fruit, en een stagnatie in het areaal sierteelten.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid