Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Areaal en teeltkeuze

Areaal en teeltkeuze

De totaal benutte landbouwoppervlakte (BLO) omvat alle cultuurgrond waarop commerciële gewassen geteeld worden, inclusief tuinbouwgewassen en tijdelijk braakland. Niet inbegrepen zijn landbouwwegen, bedrijfsgebouwen, beboste landbouwgronden en ongebruikte gronden. Elke teelt heeft zijn specifieke eigenschappen en effecten op het milieu. Zo is het behoud van blijvend grasland bepalend voor het voortbestaan van natuurwaarden in het landbouwgebied. Blijvend grasland kan ook een bijdrage leveren in de strijd tegen klimaatverandering, via het vastleggen van organisch koolstof in de bodem.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: januari 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Lichte daling landbouwoppervlakte sinds 2000

In 2016 daalde de benutte landbouwoppervlakte (BLO) met 2,6 % t.o.v. 2000. Dat komt vooral door een afname van het aandeel grasland (tijdelijke weiden en blijvend grasland) en het aandeel braakgrond tijdens die periode. De toename tussen 1990 en 2000 is het gevolg van een verbeterde registratie en een verschuiving tussen de particuliere niet-commerciële landbouw en de commerciële landbouw. 

Ruim helft areaal in teken van de veeteelt

Ruim 56 % van de benutte oppervlakte in 2016 bestond uit voedergewassen en grasland (omschreven als tijdelijke weiden en blijvende graslanden). Het aandeel van voedermaïs en grasland bedroeg respectievelijk 34 en 65 %; overige voedergewassen zoals -bieten, -erwten en groenvoeders besloegen minder dan 1 %. 

Areaal (blijvend) grasland krimpt

Het areaal grasland maakte in 1990 nog 42 % van de BLO uit, in 2016 is dit 36 %. Vooral het blijvend grasland gaat achteruit (-44 472 ha of -21 %), ten voordele van tijdelijk grasland, maïs en nijverheidsgewassen. Opvallend is dat het areaal blijvend grasland ook tussen 2005 en 2016 blijft achteruitgaan. En dit nadat het behoud van het blijvend grasland was ingevoerd als voorwaarde voor het bekomen van inkomenssteun, door de Mid Term Review van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. 

Het teeltpatroon is onderhevig aan veranderingen/verschuivingen ingegeven door rendabiliteit, zoals kostenbesparing (door verhoogde efficiëntie in de voederteelt) en omschakeling naar meer winstgevende teelten (uitbreiding en/of omschakeling naar tuinbouw). Zo moet blijvend grasland dikwijls plaats maken voor andere gewassen met een hogere rendabiliteit.

Verschuivingen tussen teelten

De oppervlakte akkerbouwteelten steeg sinds 1990 met ruim 30 000 ha (+10 %), een stijging in het aandeel in de BLO van 51 % in 1990 naar 55 % in 2016. De teelt van maïs kende vooral tussen 1990 en 2001 een enorme opgang. Tussen 2002 en 2016 vertoonde het maïsareaal een schommelend verloop. 

Het areaal van granen en bieten ging sinds de jaren ’90 achteruit, onder meer ten voordele van het maïsareaal. Het areaal granen kromp met een kwart tussen 1990 en 2016 en stagneerde het laatste decennium rond de 90 000 ha. De voederbiet is aan het verdwijnen, maar ook de suikerbiet zag zijn areaal verkleinen. Het totale areaal bieten is sinds 1990 gedaald met 54 %. Het areaal aardappelen schommelt van jaar tot jaar, maar piekt in 2016 met ruim 50 000 ha. De opkomst van koolzaad voor biodiesel de laatste jaren kon de sterke achteruitgang van de andere nijverheidsgewassen niet compenseren. 

Tot slot kende de tuinbouw een grote expansie in de jaren ‘90. Het areaal groeide met ruim een kwart tussen 1990 en 2001, van 40 090 ha naar 51 140 ha. Sindsdien schommelde het steeds rond de 50 000 ha (met een lichte stijging in 2016).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid