Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Verzurende emissies landbouw

Verzurende emissie door de landbouw

Deze indicator toont de emissie van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxide (NOx) door de landbouw (deelsector akker- en tuinbouw en veeteelt). Om de emissies van deze stoffen vergelijkbaar te maken, worden ze uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq). 

Verzurende stoffen en hun reactieproducten leiden tot verzuring van lucht, water en bodem. De gevolgen zijn divers, gaande van een daling van de milieukwaliteit en biodiversiteit, gezondheidseffecten, tot herstelschade door corrosie van gebouwen. Bovendien houden de effecten van verzuring niet op aan de grenzen: verzurende componenten (in het bijzonder SO2 en NOx) kunnen over afstanden van meer dan 1000 km getransporteerd worden. 

Reactieproducten van verzurende emissies dragen bij tot de concentraties van secundair fijn stof in de atmosfeer. Daarnaast is NOx een voorloper van fotochemische luchtverontreiniging en is er een sterk verband tussen emissie van NH3 en vermesting.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Sterke daling verzurende emissie, daarna stagnatie

De totaal potentieel verzurende emissie daalde in 2017 met 61, 31 en 6 % ten opzichte van 1990, 2000 en 2010 (Figuur 1). De landbouw blijft hiermee de belangrijkste bron van verzurende emissie in Vlaanderen (48 %). Hiervan wordt 91 % verklaard door NH3, 9 % door NOx en <1 % door SO2.  De amendering van het protocol van Göteborg (2012) heeft geleid tot nieuwe, aangescherpte emissieplafonds tegen 2020. Voor stationaire bronnen (waarvan de landbouwsector deel uitmaakt) in Vlaanderen werden deze vastgelegd op 56,9 kton voor NOx, 41,2 kton voor NHen 44,5 kton voor SO2

Mest blijft voornaamste bron verzurende emissie

Verzurende emissie is bijna uitsluitend afkomstig van mestgerelateerde bronnen (96% in 2017, Figuur 2). Afbouw van de veestapel, lagere stikstofinhoud van veevoeder, emissiearme aanwending van dierlijke mest, emissiearme stallen en toenemende mestverwerking zorgden voor een daling van de NH3-emissies na 2000. Het laatste decennium stagneert deze uitstoot. Toename van de veestapel compenseert het effect van emissiearme stallen en mestverwerking niet langer.

Energetische bronnen (brandstofgebruik en off-road emissies) dragen slechts in beperkte mate bij aan de verzurende emissie in de landbouw. Een lager zwavelgehalte in de stookolie (gebruikt voor serreverwarming) en de omschakeling van stookolie naar aardgas zorgde voor een daling van de SO2-uitstoot van 90 % tussen 1990 en 2017.

Maatregelen gericht op ammoniakreductie

Met het oog op scherpere emissieplafonds tegen 2020 is verdere afname van verzurende stoffen in Vlaanderen aangewezen. In de landbouwsector zijn maatregelen hoofdzakelijk te vinden in de veeteelt via het beperken van de ammoniakemissie en het mestgebruik (NH3 en NOx). Mits bijkomende financiële inspanningen is er nog ruimte voor emissiebeperking door de uitbreiding van emissiearme stallen en de verlaging van de stikstofinhoud in veevoeders.

Naast een daling van de NH3 uitstoot kunnen emissiearme stallen ook zorgen voor een lagere geur- en fijn stofemissie (zie indicator Emissie van fijn stof door de landbouw). Emissiereductie van NH3 kan ook bijdragen tot daling van de fijn stof concentratie in de lucht. 

Specifieke aanpak nodig in het kader van natuurbehoud

Een te hoge stikstofdepositie vormt een drempel voor de uitvoering van het Europees en Vlaams natuurbeleid (zie ook indicator Oppervlakte natuur met overschrijding van de kritische last verzuring). Om zowel natuurdoelen te realiseren als de betrokken (landbouw)bedrijven met stikstofemissies een toekomst te geven, nam de Vlaamse regering in 2014 maatregelen onder de noemer van een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Dit beleid beoogt een aangepast gebiedsgericht vergunningenbeleid voor activiteiten waarvan de stikstofneerslag in Europees beschermde natuurgebieden op Vlaams grondgebied te hoog is. Maatregelen voor ammoniakreductie worden opgenomen in een PAS-lijst die in functie van nieuwe wetenschappelijke inzichten kan wijzigen. Naast ingrepen aan de stalinfrastructuur bevat de lijst ook aanpassingen aan het voeder en maatregelen voor rundvee,

Landbouwbedrijven die een impact hebben van meer dan 50 % (rode) en tussen de 5 en 50% (oranje bedrijven) op de stikstofneerslag in een nabijgelegen natuurgebied kunnen beroep doen op flankerende maatregelen. Deze gaan van bedrijfsverplaatsing, of -reconversie, tot bedrijfsbeëindiging en koopplicht. Uit de meest recente telling blijkt dat het gaat om 46 ‘rode’ en ‘498’ oranje bedrijven. Slechts een klein aantal van deze bedrijven maakt gebruik van deze maatregelen (11 van de 46 rode bedrijven).

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid