Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Primair fijn stof landbouw

Emissie van fijn stof door de landbouw

Deze indicator toont de emissie van primair fijn stof door de landbouw. Dit zijn de deeltjes die ontstaan door gebruik van (landbouw)motoren (‘off-road’) en tijdens activiteiten in de veeteelt (o.a. voederen, gedroogde uitwerpselen,…) en in de akker- en tuinbouw (o.a. serre- en stalverwarming, grondbewerking,…). 

Totaal stof omvat alle deeltjes die kleiner zijn dan 100 micrometer (µm). Deeltjes kleiner dan 10 en 2,5 µm worden aangeduid als PM10 en PM2,5. Elementair koolstof (EC) is een onderdeel van de PM2,5 fractie en ontstaat door onvolledige verbranding.

De landbouw draagt ook bij tot secundair fijn stof dat ontstaat door chemische reacties in de lucht. Ammoniak (NH3), voornamelijk afkomstig van mest, treedt op als een belangrijke voorloper van secundair fijn stof (zie indicator Emissie van precursoren van fijn stof).

            

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Belangrijk aandeel in uitstoot totaal stof en PM10

In 2016 was de landbouw verantwoordelijk voor respectievelijk 48, 23 en 5 % van de emissie van totaal stof, PM10 en PM2,5 in Vlaanderen. De evolutie van deze drie stoffracties vertoont een dalend verloop t.o.v. 2000 (-8 % voor totaal stof, -14 % voor PM10 en -43 % voor PM2,5; Figuur 1). Ondanks deze daling bleef het landbouwaandeel in de Vlaamse fijn stof emissie relatief constant t.o.v. 2000.

Grondbewerking als bron van totaal stof en PM10

Ruim de helft van het totaal stof (55 %) en van PM10 (54 %) is afkomstig van bodembewerking (opwaaiend stof) (Figuur 2). Emissies uit de stalling verklaren het andere grote deel van de totaal stof en PM10 uitstoot (respectievelijk 43 en 41 %). Aanwezigheid van mest, voeding, ligmateriaal, huid- en haarschilfers, bouwmaterialen, insecten en micro-organismen in een stal zorgt voor stof. Het is vooral de pluimvee- en varkenshouderij die bijdraagt tot deze emissies.

Vooral emissies in de stal zorgen voor PM2,5

Fijn stof PM2,5 bevat geen bodemdeeltjes. Ruim driekwart van dit stof wordt in de stal geproduceerd, voornamelijk in de pluimveesector. Brandstofgebruik en off-road activiteiten verklaren 24 en 8 % van de PM2,5 uitstoot. Afname van PM2,5 emissie valt samen met een kleinere veestapel (vanaf 2008) en een verschuiving van (zware) stookolie naar aardgas als brandstofbron (voor o.a. serreverwarming). Zo is de uitstoot van PM2,5 in de glastuinbouw in 2016 gedaald tot op een vijfde van het niveau in 2000. 

Niet zo fijn stof: effecten op de gezondheid

Fijn stof wordt vaak in één adem genoemd met luchtkwaliteit en gezondheid. Dat komt omdat het van alle onderzochte milieufactoren ruim 70 % van de gezondheidsimpact in Vlaanderen verklaart. Er is geen veilige ondergrens: ook lage blootstelling resulteert in een meetbaar gezondheidseffect. De samenstelling van fijn stof in de veehouderij (in het bijzonder in de stal) is meestal gevaarlijker voor de gezondheid dan die afkomstig van bodembewerking. De deeltjes zijn niet alleen fijner (PM2,5), ze zijn ook een potentiële drager van ziektekiemen en toxische stoffen. 

Klein aandeel in uitstoot elementair koolstof

In 2016 produceerde de akker-, tuinbouw en veeteelt 35 ton stof als EC. Dit is goed voor een aandeel van 2 % in de Vlaamse EC emissie. Bijna de helft hiervan komt vrij door off-road activiteiten, de andere helft door brandstofgebruik. Net zoals bij de uitstoot van PM2,5 droeg de omschakeling naar aardgas bij tot de daling in EC-emissies (-72 % t.o.v. 2000).

Geïntegreerde aanpak fijn stof, erosie en ammoniak

Voor de akkerbouw kunnen bestaande erosiebestrijdingsmaatregelen zoals niet-kerend ploegen, inzaaien van groenbedekkers, aanplanten van hagen en behouden van blijvend grasland ingezet worden om ook fijn stof uitstoot te reduceren. Meer brongerichte maatregelen zijn o.a. oogsten bij lage windsnelheid of ploegen bij vochtige bodem.

In de veeteelt kunnen (combinaties van) brongerichte aanpassingen aan het strooisel of voeder ammoniak en fijn stof emissies vermijden. Verder worden emissiearme stallen ingezet of traditionele stalsystemen met nageschakelde luchtwassers. Deze end-of-pipe technieken beschermen echter de veehouder en dieren in de stal niet.  

Minder fijn stof, minder geurhinder

Fijn stofdeeltjes zorgen voor de verspreiding van geurmoleculen. Ook is er een link tussen ammoniak en geur, maar NH3 is maar één van de vele componenten die zorgen voor geurhinder. Technieken die een effect hebben op de reductie van ammoniak en/of  fijn stof kunnen een afname van geur teweegbrengen, maar volstaan meestal niet. Onderzoek naar geur(hinder) en reducerende technieken in de veehouderij is nog volop in ontwikkeling. 

 

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid