Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Broeikasgasemissies landbouw

Emissie van broeikasgassen door de landbouw

De indicator beschrijft de uitstoot van de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) door de Vlaamse landbouwsector. Deze gassen dragen rechtstreeks bij tot de mondiale klimaatverandering. Om de emissies van de drie broeikasgassen met elkaar te kunnen vergelijken worden ze uitgedrukt in kton CO2-eq). Emissies ten gevolge van productie en transport van importgoederen gebruikt door de landbouwsector (bv. veevoeder) worden niet meegerekend. 

De belangrijkste energetische bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn fossiele brandstoffen (bv. voor verwarming van serres en stallen) en off-road voertuigen. Niet-energetische bronnen zijn methaanproductie door vergisting in dierlijke spijsvertering en mestopslag, productie van lachgas door mestgebruik.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Aandeel van 10 % in totale broeikasgasemissie

In 2017 bedroeg de totale emissie van broeikasgassen uit de landbouw (deelsectoren akker- en tuinbouw en veeteelt) 7 391 kton CO2-eq. Dat is een daling van 19 % t.o.v. 1990 en 7 % t.o.v. 2000. Vanaf 2009 schommelt de totale emissie rond de 7000 kton CO2-eq. In 2017 is het aandeel van de landbouw in de totale broeikasgasemissie 10 %. De sectoren transport, huishoudens en industrie hebben een aandeel van 20, 12 en 28 % in de Vlaamse broeikasgasemissie.

Vooral methaan en lachgas blijven uitdaging 

Het emissieprofiel van de Vlaamse akker-, tuinbouw en veeteelt verschilt sterk van andere sectoren. Niet koolstofdioxide, maar methaan en lachgas domineren, goed voor respectievelijk 73 en 58 % van de totale methaan- en lachgasuitstoot in Vlaanderen. Dit zijn hoofdzakelijk niet-energetische emissies gerelateerd aan de veestapel en het gebruik en productie van dierlijke mest.

 Een kleinere veestapel en strenger mestbeleid met toenemende mestverwerking zorgde o.a. voor een aanzienlijke daling van de niet-energetische emissies vanaf 2000. Vanaf 2009 stijgen deze emissies opnieuw, o.a. door een licht toegenomen veestapel. Methaanemissies zijn voornamelijk afkomstig van spijsverteringsprocessen in herkauwers (vooral runderen). Lachgas komt vrij in de atmosfeer door opslag en aanwending van (dierlijke) mest of door indirecte processen zoals depositie en uitloging.

Vierde van de broeikasgasemissies is energetisch

Eén vierde (25 %) van de broeikasgasemissies in de landbouw is energetisch. Ter vergelijking, voor heel Vlaanderen is dit aandeel 73 %. Zoals hierboven wordt aangegeven worden koolstofdioxide emissies ten gevolge van landgebruiks(veranderingen) hier niet meegenomen.

Verdere reducties via technische inspanningen…

De Vlaamse landbouw kent een hoge productiviteit en efficiëntie. Toch kunnen technologische maatregelingen de uitstoot van broeikasgasuitstoot verder reduceren.

Om de energetische emissies te doen dalen focust het Vlaams Klimaatbeleidsplan (2013-2020) op het verder stimuleren van rationeel energiegebruik en het aanwenden van minder koolstof intensieve brandstoffen (vnl. in de glastuinbouw). Maatregelen om niet-energetische emissies te reduceren zijn het opwaarderen van mest via biogasproductie, bemesten in functie van gewasbehoefte en verminderen van kunstmestgebruik. Methaanreductie blijft de grootste uitdaging. Verder onderzoek naar optimalisatie van het voederrantsoen en sturing van de micro-organismen in het spijsverteringsstelsel van runderen kan voor een verdere doorbraak in emissiereductie zorgen.

…maar ook via duurzame productie- en consumptie

Een duurzaam voedingssysteem betekent dat de volledige keten van producent tot consument verduurzaamt. Een evenwichtig voedingspatroon met een verschuiving naar minder dierlijke eiwitten en/of meer lokale producten met een lagere milieudruk kan bijdragen tot een daling van broeikasgassen in Vlaanderen. Ook kan goed beheer van het organisch bodemkoolstofgehalte de broeikasgasemissies uit bodems doen dalen. De biologische landbouw kan een voorbeeldfunctie vervullen in de verdere verduurzaming van de landbouw.

De link tussen consumptie, productie en broeikasgasuitstoot is echter complex. Volgens berekeningen van het Vlaams input-outputmodel (2003) ontstaat bijna driekwart van de broeikasgasuitstoot gerelateerd aan de consumptie van voeding door Vlaamse huishoudens in het buitenland. In datzelfde jaar was de Vlaamse landbouwproductie bestemd voor export (producten uit veeteelt, akker- en tuinbouw) verantwoordelijk voor ruim de helft van de broeikasgasuitstoot van de Vlaamse landbouw (MIRA op basis van cijfers van het input-outputmodel in 2003).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid