Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Dierlijke mest

Dierlijke mest in de landbouw

Deze indicator toont de reële dierlijke mestproductie en het mestgebruik in de landbouw, uitgedrukt in massa nutriënten stikstof (N) en fosfor (P). De reële mestproductie sommeert de productie van runderen, varkens, pluimvee en overige dieren (schapen, geiten, paarden…). Het mestgebruik wordt per bedrijf afgeleid op basis van de reële mestproductie, en houdt rekening met de aan-, afvoer en opslag van dierlijke mest.

De indicator dierlijke mestproductie is sterk gekoppeld met de grootte van de veestapel. Mest dat niet milieuvriendelijk kan toegepast worden in de landbouw draagt bij tot de achteruitgang van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit en tot een verhoogde depositie van verzurende en vermestende stoffen.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: januari 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Stikstofproductie stijgt, fosforproductie daalt t.o.v. 1991

In 2017 bedroeg de totale reële dierlijke mestproductie 162,4 miljoen kg stikstof (N) en 26,3 miljoen kg fosfor (P). Dat is een stijging in de productie van N met 5 % en een daling in de productie van P met 11 % ten opzichte van de start van het mestdecreet in 1991 (figuur 1). Een toename van de veestapel zorgde o.a. voor een hogere mestproductie in de periode 1991-2000. Daarna daalde de productie van dierlijke mest door een inkrimpende veestapel en een verhoogde voederefficiëntie. Vanaf 2007 is uitbreiding van de veestapel per bedrijf opnieuw mogelijk mits bijkomende mestverwerking. Rundermest heeft het grootste aandeel in de N- en P-productie in 2017 (51 en 46 %). Varkens en pluimvee zijn verantwoordelijk voor 33 en 13 % van de N en 38 en 14 % van de P.

Dierlijk mestgebruik neemt geleidelijk af

In 2017 daalde het gebruik van dierlijke mest op Vlaamse landbouwbodems verder tot 90,6 miljoen kg N en 38,9 miljoen kg P2O5.  Bijna alle ruwe rundermest en de helft van de varkensmest in Vlaanderen kan afgezet worden op Vlaamse landbouwgrond. Strengere bemestingsnormen opgenomen in het vierde en vijfde MestActiePlan (MAP4-5) hebben gezorgd voor een daling in dierlijk mestgebruik. Door de aanscherping van de P2O5-bemestingsnormen kan echter minder stikstof uit dierlijke mest aangewend worden. Dit verklaart o.a. de registratietoename van het gebruik van stikstof uit kunstmest vanaf 2007.

Dierlijke mestproductie groter dan afzet 

De productie van N en P via dierlijke mest is hoger dan het dierlijk mestgebruik. Het mestoverschot in Vlaanderen wordt onbehandeld geëxporteerd of verwerkt tot bodemverbeterende stoffen in mestverwerkingsinstallaties. Deze laatste worden uitgevoerd buiten Vlaanderen  (zie indicator Mestverwerking en mestexport). Mestverwerking heeft er ten dele voor gezorgd dat de Vlaamse mestbalans sinds 2007 wettelijk in evenwicht is. Via nutriëntenarme voeders en verbeterde voedertechnieken werd de hoeveelheid nutriënten in de geproduceerde mest reeds sterk verlaagd. Emissiearme stallen kunnen stikstofverliezen naar de lucht verder terugdringen. Bijkomende maatregelen zijn echter nodig om de effecten van vermesting op milieu- en natuurkwaliteit te verminderen (zie o.a. indicatoren Nitraat in oppervlaktewater landbouwgebied, Fosfaat in oppervlaktewater landbouwgebied en Oppervlakte natuur met overschrijding kritische last vermesting). 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid