Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Landbouw / Energiegebruik landbouw

Energiegebruik door de landbouw

Deze indicator beschrijft de energie die nodig is voor de verwarming, ventilatie en verlichting van serres en stallen en voor de brandstof voor trekkers en landbouwmachines. Indirecte energie nodig voor de aanmaak van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of krachtvoer is hier niet inbegrepen.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: juni 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Floor Vandevenne

Energiegebruik schommelt vanaf 2007

In 2018 gebruikte de landbouwsector 28,9 PJ energie (Figuur 1), of 1,9 % van het bruto binnenlands energiegebruik in Vlaanderen. Dit aandeel is klein in vergelijking met andere sectoren zoals industrie (45,1 %), energie (17,7 %), transport (15,1 %, incl. zeevisserij) en huishoudens (13,1 %). Ruim de helft van het energiegebruik is toe te schrijven aan verwarming en elektriciteit voor gewasbelichting in de glastuinbouw. Akkerbouw- en intensieve veeteelt  en graasdierhouderij zijn goed voor 28 en 17 %. Dit gaat om energie voor stalverwarming, tractoren en melkmachines.

Invloed koude winters en voorjaar

De buitentemperatuur beïnvloedt de energie nodig voor verwarming en ventilatie van serres en stallen. Het aantal graaddagen (roze lijn figuur 1) is een maat voor de verwarmingsbehoefte (zie ook indicator Energiegebruik per sector). Zo laat het koudere weer in 2013 en het warmere 2011 en 2014 zich voelen in het energiegebruik.

Daarnaast spelen tal van andere factoren een rol, zoals grootte van de veestapel, mate van automatisatie, teeltkeuze en netto-energiebesparing door warmtekrachtkoppeling (WKK) in de glastuinbouw. Die laatste is mede verantwoordelijk voor de stijging in het energiegebruik vanaf 2015, ondanks de weersomstandigheden (zie verder).

Verschuiving petroleum naar aardgas

Vanaf 2007 worden petroleumproducten gradueel vervangen door aardgas (figuur 2; aandeel van 67 % in 2018). Aardgas wordt vooral gebruikt in de glastuinbouw voor serreverwarming en is ook de primaire energiebron voor WKK’s. Terwijl het aandeel van zware stookolie in 2007 nog meer dan één vijfde van de energiemix bedroeg was dit in 2018 slechts 2 %. Ook het percentage kolen is gehalveerd in 2018, al is er wel terug een toename vanaf 2015. Steenkool wordt gebruikt als bijverwarming in serres en stallen wanneer de prijs gunstiger is dan andere energiedragers. Diesel- of gasolie verklaarde in 2018 nog ruim een vierde van het energiegebruik. Het wordt o.a. gebruikt als brandstof voor trekkers.

Landbouw is sinds 2010 netto-elektriciteitsproducent

Onder impuls van stijgende energieprijzen in 2006 en VLIF-investeringssteun werd in de glastuinbouw een oplossing gezocht in de bouw van WKK’s.  Een WKK voorziet de serre van warmte en elektriciteit waarbij brandstof bespaard wordt ten opzichte van gescheiden opwekking. Hierdoor is de netto CO2-uitstoot ook lager. Omdat serres vooral warmte nodig hebben wordt het grootste deel van de geproduceerde elektriciteit aan het net geleverd. WKK-installaties in eigen beheer produceren elk jaar meer elektriciteit. In 2018 waren ze goed voor een productie van 8,7 PJ (+ 8,6 % t.o.v. 2017), waarvan 6,9 PJ (of 81 %) op het net werd gezet en 1,8 PJ op het bedrijf zelf werd gebruikt. Als gevolg plaatste de totale landbouwsector 2,8 PJ meer elektriciteit op het net dan dat hij afnam in 2018 (figuur 2). Het aardgas- en elektriciteitsverbruik bepalen voor een deel de evolutie van het energieverbruik van de landbouw (figuur 1). Zo valt de stijging in het totale energiegebruik vanaf 2015 samen met een stijging in het aardgasverbruik en een hogere nettoproductie van elektriciteit.

Aandeel biomassa daalt licht

In 2006 werd biomassa (biogas, bio-olie of hout) als hernieuwbare energiebron geïntroduceerd in de glastuinbouw.  De laatste jaren wordt het vooral ingezet in de graasdierhouderij (melk- en rundvee) en in beperktere mate in de intensieve veeteelt (varkenshouderij) en akkerbouw. Het aandeel biomassa steeg geleidelijk en bereikte een piek in 2015. De opkomst van de pocketvergisters speelde hierbij een rol. In 2018 bedroeg het biomassa-aandeel  10,3 % (-2,7 % t.o.v. 2015). Biogas is de belangrijkste vorm van biomassa in de landbouw.

In 2018 is respectievelijk 85 en 81 % van de Vlaamse doelstelling voor groene warmte en stroom tegen 2020 bereikt. De landbouwsector kan via energiebesparing, verhoging van de energie-efficiëntie en het aandeel hernieuwbare energie de energetische broeikasgasemissies verder doen dalen en de afhankelijkheid van externe energie verminderen.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.