Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Industrie / Eco-efficiëntie industrie

Eco-efficiëntie van de industrie

De indicator ‘Eco-efficiëntie van de industrie' geeft weer in welke mate de milieudruk gelijke tred houdt met het activiteitenniveau. Er wordt gesproken van ontkoppeling  wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (bv. emissie van broeikasgassen) lager is dan de groeisnelheid van de activiteitenindicator (bv. bruto toegevoegde waarde). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitenindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Belangrijke sector met grote milieudruk

De sector industrie is goed voor een kwart van de Vlaamse bruto toegevoegde waarde en net geen vijfde van de Vlaamse tewerkstelling. Tussen 2000 en 2017 steeg de bruto toegevoegde waarde van de industrie met 24,5 % terwijl de tewerkstelling (werknemers en zelfstandigen) daalde met 14,4 %, de laatste jaren was er opnieuw een lichte stijging in het aantal tewerkgestelde. De deelsectoren bouw, chemie en metaal zijn de grootste sectoren en zijn samen goed voor 70 % van de bruto toegevoegde waarde. Door de financieel-economische crisis van 2009 en de bijhorende lagere economische activiteit, daalde de milieudruk van bijna alle parameters in 2009 om daarna terug te stijgen, hier wordt verder geen specifieke aandacht aan besteed. De Vlaamse industrie is en blijft economisch gezien een belangrijke sector, door de aard van de activiteiten heeft de industrie echter een grote milieudruk.

Absolute ontkoppeling broeikasgasemissie door ETS

De industrie neemt 44,1 % van het totale Vlaamse energiegebruik voor haar rekening in 2017. Het totale energiegebruik kan worden opgesplitst in een energetisch (63,1 %) en niet-energetisch deel (36,9 %).

Het energetische energiegebruik, bleef tot 2006 net onder het niveau van 2000. Tegen 2017 lag het energetische energiegebruik 3,8 % lager over de beschouwde periode. Het energetische energiegebruik daalde (licht) terwijl de economische activiteit bleef stijgen, hier is sprake van absolute ontkoppeling. Dit wijst op een hogere energie-efficiëntie bij de verschillende industriële stook-, verwarmings- en aandrijvingsprocessen. Voor het genereren van een eenheid bruto toegevoegde waarde was er in 2017 22,8 % minder energetische energie nodig dan in 2000.

Het niet-energetische energiegebruik, waarbij energiedragers worden ingezet als grondstof voor de productie van ammoniak, kunstmest, diverse kunststoffen of als smeermiddel, komt bijna volledig op naam van de chemische sector, waar nafta (een gedestilleerd mengsel van koolwaterstoffen uit ruwe aardolie) 57,2 % van het totale niet-energetische energiegebruik uitmaakt en LPG 19,9 %. Het niet-energetische energiegebruik steeg tussen 2000 en 2017 met 19,7 % terwijl de bruto toegevoegde waarde in de chemische zo goed als verdubbelde, hier kan gesproken worden van een relatieve ontkoppeling.

22,7 % van de antropogene uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen is afkomstig van de industrie. Er zijn energetische broeikasgassen (37% in 2017), die ontstaan door het gebruik van energie als brandstof, en er zijn niet-energetische emissies (63 % in 2017), die ontstaan tijdens het productieproces of afkomstig zijn van afvalemissies.

De energetische broeikasgassen bestaan voor 99 % uit CO2, de resterende fractie uit CH4 en N2O. Tot 2002 stegen de energetische broeikasgassen sneller dan het energetische energiegebruik en de stijging in de bruto toegevoegde waarde. Hierna beginnen de emissies te dalen. Tegen 2017 zijn de energetische emissies gedaald met 14,6 % ten opzichte van 2017, de emissies kennen een gelijkaardig verloop als het energiegebruik. Vanaf 2005, bij de start van Europese emissiehandelssysteem (ETS) (zie Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees emissiehandelssysteem), is er een absolute ontkoppeling tussen de economische activiteit en de uitstoot van energetische broeikasgassen. In 2017 wordt er 31,4 % minder energetische broeikasgassen uitgestoten per eenheid bruto toegevoegde waarde dan in 2000.

De niet-energetische emissies bestonden in 2017 voor 81,8 % uit CO2, 6,8 % uit N2O, 5,4 % uit HFK’s, 4,6 % uit CH4 en het resterende deel uit PFK’s, NF3 en SF6. Tussen 2000 en 2017 nam de uitstoot van niet-energetische broeikasgassen af met ruim 19 %. De broeikasgassen, methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O), tonen een zeer sterke daling van respectievelijk 63,7 % en 72 %, terwijl HFK’s en CO2 stegen met respectievelijk 67,4 % en 5,5 %. Het methaan komt hoofdzakelijk vrij bij het storten van afval, distikstofoxide bij de caprolactam- en salpeterzuurproductie in de chemische sector. HFK’s zijn hoofdzakelijk afkomstig koeling en airco. 

Absolute ontkoppeling van emissies naar lucht, maar uitstoot stagneert

Bij de andere emissies naar de lucht kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling. Emissies van ozonafbrekende stoffen halveerde reeds tegen 2004 ten opzichte van 2000, tegen 2017 lag het niveau 82,9 % lager dan in 2000. De industrie stoot ongeveer de helft uit van alle ozonafbrekende stoffen.  

De industrie stoot ongeveer een derde van de emissies van NMVOS uit en 16,5 % van de verzurende stoffen. De emissies van verzurende stoffen en NMVOS halveerde bijna tussen 2000 en 2009 en bleef daarna dalen, zij het aan een trager tempo. In 2017 kon respectievelijk een daling van 55,1 % en 62,8 % worden waargenomen.

De emissie van zware metalen kennen enigszins een ander verloop, in de periode 2000 tot 2005 schommelen de waarden zeer sterk, de emissie van zware metalen is zelfs hoger in 2004 dan in 2000. Tussen 2005 en 2009 is er een sterke afname van de emissie van zware metalen en ligt de waarde 74 % lager dan 2000. In de daaropvolgende jaren steeg de emissie van zware metalen opnieuw om daarna te blijven schommelen rond dezelfde waarde. In 2017 lag de emissie van zware metalen 66,2 % lager dan in 2000. Met uitzondering van koper en zink is de industrie voor elk metaal verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot in Vlaanderen. De emissie van fijn stof PM2,5 kent, na te pieken in 2002, een daling waarna de ontkoppeling begint. Ten opzichte van 2000 zijn de emissies van fijn stof 41,7 % gedaald, ook hier stagneren de waarden in de laatste jaren. 16,1 % van de emissies van PM2,5 is afkomstig van de industrie.

Ook water en afval in de goede richting

Het waterverbruik (exclusief koelwater), waarvan de industrie 39,6 % verbruikt in Vlaanderen, loopt tot 2006 vrij gelijk met de economische activiteit, hierna volgt een daling van het watergebruik om tegen 2017 te zijn gedaald met 6,1 %. Vanaf 2008 ligt het watergebruik lager dan in 2000. Wat de CZV-lozing in afvalwater betreft, kan duidelijk worden gesproken van een absolute ontkoppeling, sinds 2000 daalde de CZV-lozing met ruim 51,8 %, deze reductie was tegen 2009 bijna gerealiseerd. Voor afval is de tijdsreeks beperkter, na de piek in 2005 daalde de hoeveelheid primair afval, in 2016 was er een daling van 7,0 %.

Verschillende maatregelen stimuleren ontkoppeling in de sector industrie

In de industrie kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling voor de meeste parameters die worden opgenomen. Heel wat parameters kenden een sterke daling in het vorige decennium, waarna ze in veel gevallen lijken te stagneren. De dalende milieudruk is het gevolg van verschillende maatregelen zoals het invoeren van het Europese emissiehandelssysteem, het inzetten van minder milieubelastende brandstoffen, gebruik van solventarme oplosmiddelen, strengere productnormeringen, end-of-pipe technieken, procesmaatregelen, organisatorische en structurele bedrijfsaanpassingen, productoptimalisatie, inzetten van katalysatoren, energiebesparende maatregelen, inzetten van energie uit duurzame bronnen, WKK’s en good housekeeping. Tal van deze maatregelen werden beleidsmatig ingevoerd via verstrenging van emissiegrenswaarden, lozingsnormen en milieuheffingen voor bepaalde installaties of activiteiten, of door Milieubeleidsovereenkomsten met verschillende industriële deelsectoren.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.