Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Industrie / Zware metalen naar lucht industrie

Emissie van zware metalen naar lucht door de industrie

De indicator toont de evolutie vanaf 2000 van de hoeveelheden arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) die in de lucht geloosd worden door de industrie. De industrie is een belangrijke bron voor de uitstoot van de diverse zware metalen in de omgevingslucht. Zware metalen worden door de industrie hoofdzakelijk uitgestoten in processen waarbij metaalproducten worden gemaakt of verwerkt.

De aanwezigheid van zware metalen in de lucht kan nadelig zijn voor de gezondheid. Zware metalen verspreiden zich via stofdeeltjes in de lucht en kunnen via de neus of mond worden opgenomen in het lichaam. Het al dan niet optreden van gezondheidseffecten hangt af van de opgenomen hoeveelheid en de tijdsduur van de opname (zie indicator: Concentratie zware metalen in omgevingslucht).

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Beleid industriële emissies

Om industriële emissies van diverse polluenten, waaronder zware metalen, naar de verschillende milieu-compartimenten te bestrijden werd door de Europese Unie de IPPC-richtlijn opgesteld (Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, 2008/1/EG). Deze richtlijn verplicht de lidstaten van de Europese Unie om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren via een integrale vergunning, gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT). De IPPC-Richtlijn werd opgevolgd door de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU). Deze omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met de Richtlijn grote stookinstallaties, de Afvalverbrandingsrichtlijn, de Oplosmiddelenrichtlijn en drie Richtlijnen voor de titaandioxide-industrie. De Richtlijn Industriële Emissies is op 6 januari 2011 in werking getreden.

Industriële emissie van zware metalen sterk gereduceerd, maar industrie blijft de belangrijkste bron

In Vlaanderen blijft de industrie verantwoordelijk voor het grootste aandeel in de emissies van alle zware metalen, behalve koper. In 2016 had de industrie volgende bijdragen in deze emissies: 66 % voor As, 55 % voor Cd, 50 % voor Cr, 17 % voor Cu, 72 % voor Hg, 56 % voor Ni, 87 % voor Pb en 42 % voor Zn.

De industriële emissies van alle zware metalen zijn in de periode 2000-2016 gedaald. Voor Ni en As is de emissievermindering zeer drastisch (- 80 % en - 72 %). Voor Zn, Pb, Hg, Cu en Cr ligt de inperking van de uitstoot grosso modo op de helft (respectievelijk - 66 %, - 64 %, - 55 %, - 53 % en - 49 %). Enkel voor Cd is de reductie beperkt (- 10 %). De emissiereducties zijn het gevolg van tal van end-of-pipe maatregelen, organisatorische hervormingen en doorgedreven procesveranderingen. Doordat zware metalen veelal gebonden zitten op stofdeeltjes heeft de verdere reductie van de stofemissies ook een reductie van de uitstoot van zware metalen met zich mee gebracht.

Op te merken valt dat de emissie van de diverse zware metalen van jaar tot jaar soms sterk schommelt. Deze schommelingen treden vooral op als gevolg van zeer specifieke batchprocessen in de ijzer- en staalproductie en in de non-ferro industrie. Deze batchprocessen zijn uiteraard niet continu en hebben evenmin een vaste periodiciteit, vandaar de sterk wisselende emissies.

In het algemeen werd de daling vooral gerealiseerd in de periode tussen 2000 en 2009. In 2008 en 2009 was er een verminderde activiteit als gevolg van de financieel-economische crisis, dit reflecteerde zich in verdere emissiedalingen. Daarna trok de economie opnieuw aan, wat leidde tot een stijging van de emissies van de meeste zware metalen tussen 2009 en 2016. Vooral de emissies van Cd (+ 100 %), Zn (+ 70 %), Pb en Cu (+ 37 %) stegen aanzienlijk. Bij Cr was de stijging beperkt (+ 16 %). De emissies van Ni, As en Hg daalden in deze periode verder met respectievelijk 53 %, 52 % en 11 %.

Deelsector metaal grootste emissiebron voor alle zware metalen, behalve kwik

De deelsector metaal is veruit de grootste industriële emissiebron voor alle zware metalen, behalve Hg.
In 2016 bedroegen de emissie-aandelen van de deelsector metaal 94 % voor Pb, 71 % voor Cr en Cu, 67 % voor Cd, 66 % voor As en Zn, 45 % voor Ni en 35 % voor Hg. De sterke stijging van de industriële Zn- en Cd-emissies kunnen hoofdzakelijk toegeschreven worden aan de metaalsector. Dit zowel door het groot aandeel van de metaalsector in deze emissies, als door de absolute stijging ervan tussen 2009 en 2016 (+ 353 % voor Cd en + 93 % voor Zn).

De chemiesector heeft in 2016 het grootste aandeel in de Hg-emissie (52 %). Dit vooral door gebruik in de chlooralkali industrie en als katalysator in de polymeerchemie. De chemie levert ook een aanzienlijk aandeel tot de industriële Ni-emissie (27 %).

De deelsector overige industrie is in 2016 vooral verantwoordelijk voor een aandeel in de emissie van Zn (12 %), Cr (13 %), Cd (15 %), Cu (21 %) en Ni (22 %).

De deelsector papier staat in voor een bijdrage van de industriële Cd-, Cr- en Zn-emissie van respectievelijk 10 %, 11 % en 19 % in 2016. Deze emissies zijn na 2009 opvallend gestegen, meer bepaald verdrievoudigd. Deze stijging reflecteert de toename van het gebruik van hernieuwbare brandstoffen in de papierindustrie.

De industriële deelsectoren textiel en voeding staan in voor beperkte bijdragen van minder dan 8 % van de emissies van de diverse zware metalen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid