Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Industrie / Primair fijn stof industrie

Emissie van primair fijn stof door de industrie

Deze indicator brengt de evolutie in beeld van de industriële primaire uitstoot van verschillende fracties fijn stof opgedeeld per deelsector. Dit stof ontstaat voornamelijk door verbranding- en procesemissies, opslag, behandeling en verwerking van fijnkorrelige materialen, verkleining van grover materiaal, erosie van bedrijfsterreinen, slijtage van diverse werktuigen en installaties… Fijn stof kan onderverdeeld worden in diverse fracties:

  • Totaal stof (TPS of Total Suspended Particles) slaat op alle zwevende stofdeeltjes die in de lucht blijven zweven. De aerodynamische diameter van deze deeltjes kan tot ongeveer 100 µm gaan.
  • PM10 is de fractie van de zwevende stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm.
  • PM2.5 is de fractie van de zwevende stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 µm.
  • EC of elementair koolstof (elemental carbon) is niet ingedeeld volgens grootte maar volgens samenstelling. Deze deeltjes zijn restproducten van verbrandingsreacties.

Blootstelling aan fijn stof brengt gezondheidseffecten met zich mee. Hoe kleiner de fracties, hoe dieper ze in de longen kunnen doordringen. Korte blootstelling aan fijn stof maken bestaande gezondheidseffecten zoals luchtweginfecties en astma erger. Bij langdurige blootstelling kan een vermindering van de longfunctie en chronische luchtwegaandoeningen optreden, kan het kankerverwekkend zijn en zorgt het voor een lagere levensverwachting. Fijn stof heeft eveneens een broeikaseffect. 

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Industrie verantwoordelijk voor 16,1 % uitstoot fijn stof

In 2017 was de industrie verantwoordelijk voor 16,1 % van de PM2,5 -emissie in Vlaanderen of 1973,1 ton, in 1995 was dit nog 28,4 % of 7600,5 ton. Voor de uitstoot van elementaire koolstof, PM10 en totaal stof heeft de industrie in 2017 een aandeel van respectievelijk 9,6 %, 12,8 % en 10,5 % in de totale Vlaamse uitstoot.

De deelsector metaal en chemie hebben elk een aandeel van 36,5 % (721,1 ton) en 16,3 % (320,8 ton) in de industriële uitstoot van PM2,5 in 2017. De ‘overige industrie’ (met o.a. de houtindustrie; vervaardiging van producten van rubber, plastiek en niet-metaalhoudende minerale producten en de bouwnijverheid) zorgt voor de meeste uitstoot met 833,4 ton of 42,2 % van de totale industriële uitstoot. Deze emissies worden hoofdzakelijk veroorzaakt door stookinstallaties en diverse processen. Binnen ‘overige industrie’ wordt 74,5 ton PM2,5 uitgestoten door de bouwsector, deze emissies zijn afkomstig door bijvoorbeeld de uitlaat van graafmachines en kranen (off-road). Eens de stoffracties groter worden, komen er voor de bouw de niet-uitlaat emissies bij. In 2017 waren de totale emissies van de bouwnijverheid goed voor 810,7 ton of 20,5 % van de totale industriële uitstoot (3960,5). De sectoren metaal, chemie en ‘overige industrie’ (zonder bouw) hebben een aandeel van respectievelijke 28,1 %, 17,0 % en 25,5 % in de emissies van totaal stof. De economisch kleinere sectoren papier, textiel en voeding hebben in alle fracties een laag aandeel in de totale industriële emissies.

Uitstoot fijn stof blijft dalen in een groeiende industrie

Tussen 1995 en 2005 halveerden de stofemissies in de industrie voor zowel PM2,5 (-58,3%), PM10 (-56,3 %) en totaal stof (-50,1 %). Voor elementaire koolstof was de daling minder sterk (-34,5 %). In deze periode werd de grootste daling gemeten in de metaalsector voor PM2,5 met een daling van 71,2 %. Tussen 2005 en 2017 bleef de uitstoot in de sector industrie verder dalen maar aan een lager tempo dan in de tien jaar daarvoor, behalve voor elementair koolstof. Er was nog een reductie van elementair koolstof met 54,5 %, PM2,5 met 37,8 %, voor PM10 met 35,3 % en totaal stof met 27,8 %. De daling in de emissies in 2009 kan hoofdzakelijk worden toegeschreven aan lager economische activiteit tijdens de financieel-economische crisis.

In bijna alle deelsectoren is er een daling waarneembaar tussen 2005 en 2017 en dit terwijl de economische activiteiten in de meeste deelsectoren bleven stijgen. In de papier sector (die slechts een aandeel van 1,2 % heeft in de industriële uitstoot) steeg de uitstoot van fijn stof met 33,0 %, terwijl de economische bruto toegevoegde waarde (BTW) steeg met slechts 5,0 %. De uitstoot van PM2,5 daalde in de meeste deelsectoren tussen de 30 en 70 %.  In de metaal sector daalde de economische activiteit met bijna 9 %, terwijl de hoeveelheid PM2,5 daalde met 38,2 %. De textielsector kende economisch een zeer grote terugval in de periode 2005-2017 van 37,5 % in BTW, terwijl de uitstoot van PM2,5 daalde met 68,9 %.

Indien wordt gekeken naar de uitstoot per eenheid BTW, kan worden vastgesteld dat er in 2017 45,2 % minder PM2,5 wordt uitgestoten per eenheid toegevoegde waarde dan in 2005. De daling varieert van deelsector tot deelsector, de hoogste reductie per BTW wordt waargenomen in de voedingssector (79,6 %), de laagste daling in de metaalsector (24,9 %). De papiersector is de enige sector die een hoger uitstoot kende van PM2,5 per BTW (26,6 %) in de periode 2005-2017.

Doelstellingen en acties

De afgelopen jaren werd reeds heel wat inspanningen en actieplannen uitgerold om de uitstoot van fijn stof terug te dringen. Zo was er onder andere: in 2005 het ‘Saneringsplan fijn stof voor zones met een overschrijding in 2003 en de aanpak fijn stofproblematiek in Vlaanderen’; in 2007 het ‘Actieplan fijn stof industriële hotspotzones’; het in 2008 uitgewerkte en in 2014 geactualiseerde ‘Actieplan fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en stad Antwerpen’; het in 2016 opgestarte ‘Actieplan voor Gent, kanaalzone en omgeving. In VLAREM werden doorheen de jaren enkele malen de emissiegrenswaarden voor stookinstallaties aangescherpt.

Voor volledig Vlaanderen zijn de doelstellingen tegen 2020 een reductie van fijn stof met 24 % en tegen 2030 met 37 % ten opzichte van de uitstoot in 2005. Deze doelstellingen volgen uit de Europese NEC-richtlijn. Voor de industrie wordt het reductiebeleid die reeds meerdere jaren van toepassing is verder gezet. Dit betekent onder andere dat de uitvoering van maatregelen voldoen aan kosteneffectiviteitscriteria, voor fijn stof is dit 8,0 €/kg. In het luchtbeleidsplan 2030 worden verschillende maatregelen aangehaald om de uitstoot van fijn stof verder te reduceren. De BREF-conclusies uit 2017 zullen worden omgezet naar VLAREM waardoor een aantal emissiegrenzen verder zullen worden aangescherpt.
Voor fijn stof in de metaalsector, bij het bedrijf dat verantwoordelijke is voor bijna alle uitstoot, zijn bijkomende maatregelen gepland zoals het plaatsen van multicyclonen, mouwen-, elektro- en hybride filters. Dit moet leiden tot een reductie van bijna 500 ton in de industrie.
Verder zullen de acties die worden genomen voor een verdere reductie van gebruik van fossiele brandstoffen, reducties van NOx en SO2 ook hun effect hebben op de uitstoot van fijn stof.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid