Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Industrie / NMVOS

Industriële NMVOS-emissie naar de lucht

Deze indicator toont de evolutie van de industriële uitstoot van niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) in de omgevingslucht (zie ook indicator: ‘Emissie van NMVOS naar lucht’). Diverse NMVOS komen onder andere vrij bij de op- en overslag van oplosmiddelen en brandstoffen en bij het gebruik van solventen tijdens de procesvoering.

Een aantal niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) zijn kankerverwekkend (benzeen, vinylchloride, 1,3-butadieen). Daarnaast spelen NMVOS als ozonprecursor (voorloper) een rol in de fotochemische luchtverontreiniging.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: februari 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Doelstellingen NMVOS-emissie

Er zijn geen specifiek doelstellingen voor de sector industrie. In het laatst opgemaakte Vlaamse milieubeleidsplan MINA-plan 4 (2011-2015) zijn voor de totale Vlaamse NMVOS-emissie doelstellingen opgenomen tegen 2015, meer bepaald en 67,9 kton. 

De amendering van het protocol van Göteborg in 2012 leidde tot aangescherpte emissieplafonds tegen 2020 voor België. In een beslissing van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu (ICL) (27/04/2012) werd de verdeling van de inspanningen over de gewesten vastgelegd voor de stationaire bronnen, voor de niet-stationaire bronnen dient deze verdeling nog te gebeuren. Voor Vlaanderen bedraagt het plafond voor stationaire bronnen (waar de industrie deel van uitmaakt) 63,5 kton voor NMVOS. Het Belgische plafond voor niet-stationaire bronnen bedraagt 15 kton voor NMVOS.

Ter vervanging van de NEC-richtlijn werd op 14/12/2016 een nieuwe Europese richtlijn gepubliceerd, de 'Richtlijn 2016/2284 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen'. Deze richtlijn dient door de lidstaten uiterlijk tegen 1 juli 2018 in de regelgeving opgenomen. Een belangrijk verschil met de vroegere NEC-richtlijn is dat de doelstellingen niet meer als een absoluut plafond zijn uitgedrukt, maar als een procentuele emissiereductie t.o.v. 2005, en dit voor de periode 2020-2029 en voor de periode vanaf 2030.

In uitvoering van deze richtlijn heeft de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 een ontwerp van Luchtbeleidsplan goedgekeurd. Volgens dit Luchtbeleidsplan moeten de Vlaamse emissies van NMVOS tegen 2020 met respectievelijk 22 % verminderd worden t.o.v. het jaar 2005. Dit vertaalt zich naar een absoluut emissieplafond van 73,1 kton NMVOS in 2020. Het  reductiepercentage en absolute emissieplafond tegen 2030 bedragen 37 % en 58,8 kton voor NMVOS.

Dalende industriële NMVOS-emissie

De industriesector blijft met 23,1 kton de grootste NMVOS-emissiebron (een aandeel van 28 % in 2016). De chemiesector is de belangrijkste deelsector, met een uitstoot van 10 kton of 43 % van de industriële NMVOS-emissie in 2016. De overige industrieën en de deelsector metaal leveren aandelen van respectievelijk 27 % en 12 %.

De industriële NMVOS-emissie daalde sterk vanaf de jaren 90, en ook na 2000 werd nog een aanzienlijke emissiereductie gerealiseerd (- 63 % van 2000 tot 2016). Door de sterke reductie daalde het aandeel van de industriële NMVOS-emissie in de totale NMVOS-emissie van ruim 43 % in 1990, 42 % in 2000 naar 28 % in 2016. In 2008 en vooral in 2009 was deze daling mee veroorzaakt door een verminderde activiteit door de financieel-economische crisis. Naast de economische activiteit kan ook de wisselende inzet van bepaalde producten een sterke invloed hebben op de industriële NMVOS-emissie. De sterkste emissiereducties tussen 2000 en 2016 werden genoteerd bij de textielsector (- 91 %), de papierindustrie (- 86 %) en de deelsector metaal (- 79 %).

De emissiedalingen zijn onder meer te danken aan het Vlaamse Nationale Emissiemaxima (NEM)-reductieprogramma, dat op 12 december 2003 door de Vlaamse Regering goedgekeurd werd in het kader van de Europese richtlijn Nationale Emissiemaxima. Dit programma gaf voor verschillende industriële sectoren een overzicht van bestaande en geplande maatregelen en geplande beleidsopties voor de emissiereductie van onder andere NMVOS. Deze maatregelen situeren zich o.a. in de verdere optimalisatie van de verschillende productieprocessen, end-of-pipe technieken en verbetering van de energie-efficiëntie.

Bovendien werd in 2008 de LDAR-wetgeving (lekdetectie en –herstelprogramma) opgenomen in VLAREM, met als doel fugitieve emissies te meten, te beheersen en te reduceren. Fugitieve emissies ontstaan door lekverliezen in leidingen, apparaten en (opslag)tanks.

Ook de Europese richtlijn 2004/42/EG droeg bij tot de emissieverlaging door het aan banden leggen van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde industriële verven, vernissen en coatings (bv. schilderwerken in de bouwsector, behandelen van wagens in de automobielassemblage en carrosseriebedrijven, verven van tapijten, …) en in producten voor oppervlaktereiniging en -behandeling (vooral in de metaalverwerkende nijverheid, hout- en textielindustrie …).

In de laatste jaren vlakten de emissiereducties enigszins af, doordat de deadlines van de verschillende richtlijnen voor 2010 afliepen. Tussen 2013 en 2016 werd nog de grootse emissiereductie gerealiseerd bij de textielnijverheid (- 55 %) en de deelsector metaal (- 33 %).

Er zijn momenteel geen resultaten.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid