Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Industrie / Broeikasgasemissies industrie

Emissie van broeikasgassen per industriële deelsector

Industriële activiteiten leiden tot energetische en niet-energetische emissies.  De energetische emissies ontstaat wanneer energiedragers worden ingezet als brandstof. De niet-energetische emissies ontstaan tijdens het productieproces (zoals bijvoorbeeld het vervaardigen van metaal- en ijzerproducten, vervaardigen van kunststoffen in de chemische sector, het gebruik van organische smeermiddelen… ) of zijn afkomstig van afvalemissies. Er kunnen verschillende emissies van broeikasgassen worden onderscheiden:

  • de CO2-uitstoot (koolstofdioxide), van energetische en niet-energetische oorsprong;
  • de N2O-uitstoot (lachgas), als gevolg van de salpeterzuur-en caprolactamproductie;
  • de F-gassen-uitstoot, voornamelijk door de koelsector waar HFK’s steeds meer dienen als vervanging voor ozonafbrekende stoffen. De andere F-gassen zijn SF6, PFK's en NF3;
  • de CH4-uitstoot (methaan), als gevolg van het storten van afval.


 

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Industrie verantwoordelijk voor ruim een vierde van uitstoot broeikasgassen

De sector industrie in Vlaanderen is in 2017 verantwoordelijk voor 28,3 % van de totale uitstoot van broeikasgassen of 21,3 Mton CO2-eq. Dit aandeel bleef relatief constant sinds 1990, toen was dit 29,1 % of 26,5 Mton CO2-eq. De chemie- en metaalsector, economisch de twee grootste deelsectoren, nemen 47,1 % en 25,7 % van de industriële uitstoot voor hun rekening (figuur 1). De sector afval & afvalwater neemt 2,9 % voor zijn rekening. De economisch kleine sectoren papier en textiel zijn samen goed voor 3,1 %. Voeding en overige industrie nemen respectievelijk 7,6 % en 10,1 % voor hun rekening, 3,5 % van de totale broeikasgassen zijn niet toewijsbaar aan een bepaalde deelsector (zoals het gebruik van vaste schuimen, koeling en airco).

88 % broeikasgassen afkomstig van CO2

In de industrie is 37,0 % (7 896 kton CO2-eq in 2017) van de emissies van energetische oorsprong en ontstaan bij het gebruik van energiedragers als brandstof. De energetische emissies bestaan bijna uitsluitend uit CO2, slechts 37 kton CO2-eq is methaan (CH4) en 42,5 kton CO2-eq is lachgas (N2O). In 2017 is 88,2 % van de uitstoot van industriële broeikasgassen afkomstig van koolstofdioxide of CO2 (tweede figuur), een verdere verdeling van de CO2 per deelsector kan worden nagelezen op Totale CO2-emissie per industriële deelsector.  De andere broeikasgassen hebben een niet-energetische oorsprong en ontstaan tijdens het productieproces of zijn afvalemissies. Methaan of CH4, 3,1 % van alle industriële broeikasgassen (617,7 kton CO2-eq), is bijna volledig toe te schrijven aan de deelsector afval & afvalwater (594,7 kton CO2-eq). Dit methaangas komt vrij bij het storten van afval. Nog eens 3,4 % (729,6 kton CO2-eq) is afkomstig van HFK’s of fluorkoolwaterstof die bijna volledig afkomstig zijn van koeling en airco (673,6 kton CO2-eq) en een beperkt deel aan de productie en gebruik van vaste schuimen (46,1 kton CO2-eq) en brandblusapparaten (5,4 kton CO2-eq), wat niet aan een bepaalde sector kan worden toegewezen (niet-deelsector gebonden). Lachgas of N2O is verantwoordelijk voor 4,3 % (921,7 kton CO2-eq ) van de industriële uitstoot van broeikasgassen en is bijna volledig toe te schrijven aan de chemische sector door caprolactam- (574,6 kton CO2-eq) en salpeterzuurproductie (274,8 kton CO2-eq). PFK’s, NF3 en SF6 zijn samen goed voor 0,84 %. De PFK’s of perfluorkoolwaterstof zijn bijna volledig aan één chemisch bedrijf toe te kennen, daarnaast komt het nog vrij bij de productie van halfgeleiders. De productie van halfgeleiders stoot eveneens NF3 of stikstoftrifluoride en SF6 of zwavelhexafluoride uit. Deze laatste komt eveneens vrij bij de glasproductie.

ETS motor voor reductie in Industrie

Met het Europese Energie- & Klimaatpakket beoogt de EU haar totale broeikasgasuitstoot met 20 % te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990 of met 14 % ten opzichte van 2005. Deze Belgische doelstelling werd eind 2015 vertaald naar reductiedoelstellingen voor de gewesten, Vlaanderen zal haar uitstoot van broeikasgassen verminderen met 15,7 % ten opzichte van het referentiejaar 2005. Tegen 2030 is er een reductie vereist van 35 % ten opzichte van 2005.

In de industrie valt in 2017 77,6 % of 16,571 Mton van de uitstoot van broeikasgassen onder het Europese Emissiehandelssysteem (ETS), die ondertussen in de derde handelsperiode (2013-2020) zit (meer informatie over ETS). Het ETS is de belangrijkste motor om de broeikasgassen in de industrie terug te dringen. In deze derde handelsperiode nemen de emissierechten af met 1,74 % per jaar, zodat in 2020 de emissierechten nog slechts 79 % bedragen van die in 2005 of een reductie met 21 %. In de vierde handelsperiode (2021-2030) worden de emissierechten jaarlijks afgebouwd met 2,2 % per jaar zodat tegen 2030 de totale ETS-emissies zijn gedaald met 43 % ten opzichte van 2005. De niet-ETS-industrie valt onder de Vlaamse doelstellingen (15,7 % tegen 2020 en 35 % tegen 2030), maatregelen hiervoor werden opgenomen in het ‘Vlaamse Klimaatbeleidsplan 2013-2020’ en in het ‘Voorontwerp Vlaamse klimaatbeleidsplan 2021-2030’.

Daling ten opzichte van 2005, stagnatie in laatste jaren

In de industrie was er een daling in de uitstoot van broeikasgassen met 14,4 % of 3,58 Mton ten opzichte van 2005. Deze daling doet zich hoofdzakelijk voor in de eerste jaren na 2005, sinds 2010 zijn de emissies van broeikasgassen vrijwel stabiel. De niet-energetische emissies kenden een sterkere daling (16,9 %) dan de energetische emissies (9,8 %). De sterkste daling kan worden waargenomen in de chemie en de metaalsector (16,1 % en 15,3 %). De economische activiteit in de chemie verdubbelde bijna (47,3 %) wat resulteerde in een daling van 43,0 % in broeikasgasintensiteit (ton CO2 eq. per miljoen euro bruto toegevoegde waarde - figuur 3). De economische activiteit in de metaalsector daalde met net geen 9 %, wat resulteerde in een daling van de broeikasgasintensiteit van 7,0 %.  De uitstoot van broeikasgassen in de textielsector daalde nog sterker (44,3 %) maar ook de economische activiteit uitgedrukt in bruto toegevoegde waarde daalde met 37,6 % met als gevolg een daling in broeikasgasintensiteit met 10,9 %. In de sector voeding en de ‘overige industrie’ daalde de broeikasgasintensiteit met iets meer dan 20 %. De enige sector waar de emissies van broeikasgassen (32,0 %) en de broeikasgasintensiteit (25,7 %) steeg was in de papiersector.

De emissies van energetische CO2 kent een daling van 10,1 %. Niet-energetisch methaan die vrijkomt bij het storten van afval kende een halvering sinds 2005. De daling in N2O met 61,5 % ten opzichte van 2005 is bijna volledig toe te wijzen aan de chemische sector en dit door het plaatsen van katalysatoren in de salpeterzuurproductie. HFK’s kenden een beperkte stijging van 5,0 % door een hoger gebruik bij koeling en airco’s.

Inspanningen moeten verder gezet worden

Het grootste deel van de uitstoot van de broeikasgassen in de industrie valt onder ETS, maar ook de niet-ETS bedrijven moeten inspanningen leveren om bij te dragen aan de Vlaamse reductiedoelstellingen. In het Vlaamse mitigatieplan 2013-2020 en het Voorontwerp Vlaamse klimaatbeleidsplan 2021-2030 worden diverse maatregelen opgenomen om bij de niet-ETS bedrijven de uitstoot van broeikasgassen verder terug te dringen. Om dit te realiseren zet de Vlaamse overheid verder in op het bepreken en vergroenen van energiedragers door energie-efficiëntie maatregelen zoals energiebeleidsovereenkomsten, de uitrol energie-efficiëntiebeleid op maat van KMO’s, het stimuleren van groene warmte en gebruik restwarmte, bevorderen WKK en warmtenetten… Er wordt ingezet op de economische ondersteuningsmaatregelen zoals ecologiesteun+, gebundelde informatieverstrekking rond bijvoorbeeld best practices, collectieve aanpak van bedrijventerreinen…  Hiernaast worden er nog inspanningen geleverd om emissiereducties in de volledige keten te stimuleren, een vermindering van N2O-emissies bij caprolactamproductie, verdere daling van de emissies van F-gassen en de transitie naar klimaatvriendelijke koelmiddelen, het beperken van methaanslip in WKK-aardgasmotoren… Deze maatregelen moeten er mede voor zorgen dat de uitstoot in de niet-ETS-industrie tegen 2020 en 2030 de beoogde reducties halen.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid