Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Huishoudens / Broeikasgassen huishoudens

Emissie van broeikasgassen door huishoudens

Deze indicator omvat de directe broeikasgasemissies van huishoudens die gekoppeld zijn aan wonen. Dit zijn de broeikasgassen die rechtstreeks vrijkomen aan en in woningen. De directe broeikasgasemissies van personenvervoer worden niet meegenomen. Deze vallen onder de sector transport. Ook de indirecte emissies die ontstaan in de productie- en distributieketens van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken, worden niet meegenomen in deze indicator. 

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en fluorkoolwaterstoffen (HFK’s). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: september 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Directe broeikasgasuitstoot vertoont dalende trend

In 2016 hadden huishoudens een aandeel van 14 % in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen. Het gros hiervan, 96,8 %, ontstond bij de verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming van de woning en voor warm water. Emissies door lozen van afvalwater en septische putten  waren goed voor 1,8 %. Verder zijn er de emissies van koelmiddelen (koelkasten en airco-installaties) en drijfgas  (1,0 %) en emissies door off-road voertuigen zoals grasmaaiers en quads (0,4 %). 95 % van de broeikasgasuitstoot van huishoudens bestaat uit CO2-emissies.

De broeikasgasemissies van huishoudens variëren in functie van de buitentemperatuur. In 2016 lag de uitstoot 11 % hoger dan het jaar voordien, voornamelijk vanwege de grotere verwarmingsbehoefte.  Over de periode 2000-2016 vertonen de emissies wel een duidelijk dalende trend (-18 %). Dit komt door de daling van het energiegebruik voor verwarming en door de omschakeling naar brandstoffen met een lagere koolstofinhoud zoals aardgas en in mindere mate naar hernieuwbare energiebronnen zoals hout, warmtepompen en zonneboilers.

Toch is er nog veel ruimte voor verbetering. In vergelijking met de meeste andere Europese landen heeft België een hoog energiegebruik per woning. Hoewel de isolatiegraad van Vlaamse woningen en penetratiegraad van efficiënte verwarmingsketels toeneemt, blijft een aanzienlijk deel van de woningen slecht geïsoleerd. Meer informatie hierover is te vinden bij de indicator Energiegebruik van huishoudens.

Indirecte broeikasgasuitstoot van consumptie is veel hoger dan directe emissies

Naast de broeikasgasemissies die ontstaan bij de huishoudens zelf, komen er heel wat broeikasgasemissies vrij bij de productie en distributie van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken. Uit berekeningen met het Vlaams milieu input-outputmodel blijkt dat slechts een vijfde van de broeikasgasuitstoot die veroorzaakt wordt door huishoudelijke consumptie, ontstaat bij de gezinnen zelf (datajaar 2010). Ongeveer de helft hiervan zijn emissies aan de schouw van woningen, de andere helft zijn de emissies aan de uitlaat van wagens. Vier vijfde van de consumptie-gerelateerde broeikasgasemissies ontstaat in de productie- en distributieketens van de aangekochte goederen en diensten, grotendeels buiten Vlaanderen. Meer informatie hierover is te vinden bij de indicator Koolstofvoetafdruk.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid