Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Huishoudens / Broeikasgasemissies huishoudens

Emissie van broeikasgassen door huishoudens

Deze indicator omvat de directe broeikasgasemissies van huishoudens die gekoppeld zijn aan wonen. Dit zijn de broeikasgassen die rechtstreeks vrijkomen aan en in woningen. De directe broeikasgasemissies van personenvervoer worden niet meegenomen. Deze vallen onder de sector transport. Ook de indirecte emissies die ontstaan in de productie- en distributieketens van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken, worden niet meegenomen in deze indicator.

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en fluorkoolwaterstoffen (HFK’s). Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Directe broeikasgasuitstoot vertoont dalende trend

In 2017 hadden huishoudens een aandeel van 12,5 % in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen. Het gros hiervan, 95,7 %, ontstond bij de verbranding van fossiele brandstoffen voor verwarming van de woning en voor warm water. Emissies door lozen van afvalwater en septische putten waren goed voor 2 %. Verder zijn er de emissies van koelmiddelen (koelkasten en airco-installaties) en drijfgas (1,8 %) en emissies door off-road voertuigen zoals grasmaaiers en quads (0,5 %). 94 % van de broeikasgasuitstoot van huishoudens bestaat uit CO2-emissies.

De broeikasgasemissies van huishoudens variëren in functie van de buitentemperatuur. Zo is de daling van de uitstoot in 2017 deels het gevolg van de lagere verwarmingsbehoefte t.o.v. 2016. Bovenop de temperatuursgebonden variatie vertonen de emissies sinds de eeuwwisseling een duidelijk dalende trend. In 2017 was de uitstoot 29 % lager dan in 2000 en 25 % lager dan in 2005. Dit komt door de daling van het energiegebruik voor verwarming en door de omschakeling naar brandstoffen met een lagere koolstofinhoud zoals aardgas en in mindere mate naar hernieuwbare energiebronnen zoals hout, warmtepompen en zonneboilers.

Toch is er nog veel ruimte voor verbetering. In vergelijking met de meeste andere Europese landen heeft België een hoog energiegebruik per woning. Hoewel de isolatiegraad van Vlaamse woningen en penetratiegraad van efficiënte verwarmingsketels toeneemt, blijft een aanzienlijk deel van de woningen slecht geïsoleerd (zie indicator Energiegebruik van huishoudens).

Het ontwerp Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 heeft de ambitie om de CO2-uitstoot van het woningpark tegen 2030 met 42 % te verminderen t.o.v. 2005. Dit moet gebeuren via sterk doorgedreven renovatie, in lijn met de doelstellingen van het Renovatiepact, het verderzetten van het energieprestatiebeleid voor nieuwbouw en de geleidelijke afbouw van fossiele verwarming. Ook het verbruik van hout wordt afgebouwd.

Indirecte broeikasgasuitstoot consumptie veel hoger dan directe emissies

Naast de broeikasgasemissies die ontstaan bij de huishoudens zelf, komen er heel wat broeikasgasemissies vrij bij de productie en distributie van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken. Uit berekeningen met het Vlaams milieu input-outputmodel blijkt dat slechts een vijfde van de broeikasgasuitstoot die veroorzaakt wordt door huishoudelijke consumptie, ontstaat bij de gezinnen zelf (datajaar 2010). Ongeveer de helft hiervan zijn emissies aan de schouw van woningen, de andere helft zijn de emissies aan de uitlaat van wagens. Vier vijfde van de consumptie-gerelateerde broeikasgasemissies ontstaat in de productie- en distributieketens van de aangekochte goederen en diensten (inclusief brandstoffen), grotendeels buiten Vlaanderen. Meer informatie hierover is te vinden bij de indicator Koolstofvoetafdruk.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid