Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Huishoudens / Energiegebruik

Energiegebruik door huishoudens

Deze indicator toont het directe energiegebruik van huishoudens gekoppeld aan wonen. Dit is het energiegebruik voor verwarming, ventilatie en koeling van gebouwen, productie van warm water, koken, gebruik van elektrische toestellen en verlichting. Het directe energiegebruik voor personenvervoer valt onder de sector transport. Het indirecte energiegebruik gekoppeld aan de productie van de energiedragers en de andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken, wordt niet meegenomen.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: augustus 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Erika Vander Putten

Energiegebruik en energie-intensiteit vertonen licht dalende trend

De huishoudens waren in 2016 verantwoordelijk voor 13,4 % van het bruto binnenlands energiegebruik van Vlaanderen. Hiermee waren ze de vierde grootste energiegebruiker, na de industrie (42,7 %), de energiesector (20,6 %) en het personen- en goederenvervoer (14,6 %).

Het energiegebruik van huishoudens is voor een groot deel bestemd voor het verwarmen van de woning en varieert dus in functie van de buitentemperatuur (zie figuur 1; het aantal graaddagen is een maat voor hoe koud een jaar is). In 2016 verbruikten de huishoudens 7 % meer energie dan het jaar voordien, voornamelijk vanwege de grotere verwarmingsbehoefte. Toch vertoont het totale energiegebruik van huishoudens een licht dalende trend over de periode 2000-2016 (figuur 2). Het gemiddeld energiegebruik per inwoner en per huishouden daalde nog iets sterker.

Het energiegebruik van Belgische huishoudens is hoog in vergelijking met andere Europese landen: in 2015 stond België op de derde plaats voor het energiegebruik per woning, omgerekend naar gemiddeld EU-klimaat (figuur 3).

Aardgas is belangrijkste energiebron

Aardgas, stookolie, biomassa (hout) en steenkool,  samen goed voor ongeveer vier vijfde van het huishoudelijk energiegebruik, worden grotendeels gebruikt voor het verwarmen van de woning. Aardgas blijft stookolie verder verdringen: het aandeel woningen verwarmd op aardgas nam toe van 47 % in 2000 naar 63 % in 2016, terwijl het aandeel woningen verwarmd op stookolie daalde van 39 % naar 25 %. In 2016 had aardgas een aandeel van bijna 43 % in het huishoudelijk energiegebruik, voor stookolie was dat 30 %. Hoewel het aantal woningen dat verwarmd werd op aardgas toenam over de periode 2000-2016, bleef het totale gebruik van aardgas vrij stabiel. Het gemiddelde aardgasgebruik per woning is dus gedaald.

Het aandeel woningen met hout als hoofdverwarming is beperkt (1,7 % in 2016) maar het totale houtgebruik (als hoofd-  en bijverwarming) is wel verdubbeld sinds 2000. In 2016 had hout een aandeel van bijna 7 % in het huishoudelijk energiegebruik. Daarmee leverde huishoudelijk houtverbruik een bijdrage van ruim 51 % aan de totale groene warmteproductie in Vlaanderen. Het is echter ook de belangrijkste emissiebron van PAK’s en primair fijn stof.

Elektriciteitsgebruik sinds 2004 vrij stabiel

In 2016 had elektriciteit een aandeel van 18 % in het huishoudelijk energiegebruik. In tegenstelling tot aardgas, stookolie, hout en steenkool, is maar een beperkt deel van het huishoudelijk elektriciteitsgebruik bestemd voor verwarming. Het aandeel woningen met elektriciteit als hoofdverwarmingsbron wordt geschat op 8 %. Hierbij zijn warmtepompen aan een voorzichtige opmars bezig. Uit data van de Inventaris hernieuwbare energiebronnen van VITO blijkt dat het aandeel huishoudens met een warmtepomp of warmtepompboiler toenam van 0,02 % in 2000 (373 installaties) naar 0,7 % in 2016 (19 572 installaties). Hiermee zorgden huishoudelijke warmtepompen en warmtepompboilers in 2016 voor 4,1 % van de totale groene warmteproductie in Vlaanderen. Warmtepompen zijn heel efficiënt: een goede warmtepomp kan voor elke kWh elektriciteit die de compressor verbruikt tussen 3 en 6 kWh nuttige warmte opleveren.

Tussen 2000 en 2004 steeg het huishoudelijk elektriciteitsgebruik met 12 %, nadien bleef het vrij stabiel. In 2016 werd 11 % (4,31 PJ) van het huishoudelijk elektriciteitsgebruik gedekt door de productie van eigen zonnepanelen van huishoudens (installaties < 10kWe).

Energieprestatie 6 op 10 woningen onvoldoende

In vergelijking met de meeste andere Europese landen hebben Belgische woningen een hoog energiegebruik (figuur 3). Het Pact 2020 wil er via de plaatsing van dak- of zoldervloerisolatie, de vervanging van enkel glas en van inefficiënte verwarmingsinstallaties, en via innovaties in de sector voor zorgen dat het energiegebruik van het gebouwenpark tegen 2020 aanzienlijk daalt. Het Energierenovatieprogramma 2020 stelt dat er tegen 2020 geen energieverslindende woningen meer mogen zijn. Concreet moet elke woning in 2020 dak- of zoldervloerisolatie hebben, alle enkele  beglazing moet vervangen zijn door minstens verbeterd dubbel glas en centrale verwarmingsketels en aardgaskachels moeten een rendement hebben van minstens 90 %.

Uit de tweejaarlijkse enquête van het Vlaams Energieagentschap naar energiebewustzijn en -gedrag blijkt dat dat 85 % van de woningen in 2017 beschikt over dak- en/of vloerzolderisolatie en 94 % dubbel glas heeft. Ruim de helft (53 %) van de woningen heeft echter nog geen muurisolatie en slechts een vijfde (19 %) heeft hoogrendementsglas. Vloerisolatie is er in 36 % van de woningen, en 21 % van de woningen met een kelder hebben kelderisolatie. Gehuurde en gerenoveerde woningen hebben minder vaak gehele dak/zoldervloerisolatie, muurisolatie of vloerisolatie dan andere woningen, maar het aandeel volledige isolatie is bij deze twee groepen wel gestegen t.o.v. 2013. Drie op de vier aardgasgebruikers met een individuele CV-installatie hebben een condensatieketel. Voor stookolie is dat maar 56 %.

Voor elke woning in de steekproef van de enquête werd een totaalscore voor de energieprestatie berekend, rekening houdend met de mate van aanwezigheid van de verschillende isolatievormen, het soort beglazing, het type verwarming, de aanwezigheid van zonnepanelen (PV of zonneboiler) en het type ventilatie. Bij zes op de tien woningen blijkt de energieprestatie onvoldoende. Hoe ouder de woning, hoe slechter de energieprestatie

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid