Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Handel & Diensten / Eco-efficiëntie handel & diensten

Eco-efficiëntie van handel & diensten

De indicator ‘Eco-efficiëntie van handel & diensten’ geeft weer in welke mate de milieudruk gelijke tred houdt met het activiteitsniveau. Er wordt gesproken van ontkoppeling wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (bv. emissie van broeikasgassen) lager is dan de groeisnelheid van de activiteitenindicator (bv. bruto toegevoegde waarde). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitenindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Groot economisch belang, kleine milieudruk

De Vlaamse sector handel & diensten is in 2016 goed voor 72 % van de totale bruto toegevoegde waarde, sinds 2000 steeg deze met 33,3 %. Deze sector is eveneens goed voor 78,2 % van de Vlaamse werkgelegenheid, het aantal werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) steeg in 2016 ten opzichte van 2000 met 27,3 %. Handel & diensten heeft een groot economisch belang, maar slechts een geringe milieudruk als dit wordt vergeleken met de andere sectoren. De milieudruk vindt vaak stroomopwaarts in de keten plaats. Veel producten die bijvoorbeeld worden verkocht in de sector handel & diensten worden vervaardigd in de sector industrie, de milieudruk voor het vervaardigen van de producten wordt dan toegewezen aan de sector industrie.

Energiegebruik en broeikasgassen fluctueren

De sector handel & diensten neemt 6,7 % van het totale energiegebruik en 5,5 % van de emissie van broeikasgassen voor zijn rekening binnen in Vlaanderen. Het energiegebruik bij de handel & diensten steeg tussen 2000 en 2016 met 23,6 %, in 2010 was dit nog een stijging van 29,8 %. In de eerste jaren van het vorige decennium groeide het energiegebruik sterker dan de economische activiteit, daarna schommelde het gebruik rond hetzelfde niveau. De milde winters van 2011 en 2014 liggen hoofdzakelijk aan de basis van de sterke daling van het energiegebruik in die jaren. Sinds 2011 wordt minder energie gebruikt per productie van een eenheid toegevoegde waarde als in 2000. Voorlopig kan er niet echt gesproken worden van een ontkoppeling van het energiegebruik in de sector handel & diensten, gezien de daling in energiegebruik grotendeels kan worden toegeschreven aan milde winters. 
De emissie van broeikasgassen, die sterk afhankelijk is van het energiegebruik, hield voor 2005 gelijke tred met de economische activiteit. Na 2005 daalde de emissie van broeikasgassen en sindsdien schommelde deze emissie rond de waarde van het jaar 2000.

Absolute ontkoppeling ozonafbrekende stoffen, NMVOS en afval

De emissie van NMVOS door de handel & diensten neemt slechts 2,6 % van de totale emissie van NMVOS voor haar rekening. Tussen 2000 en 2005 daalde de emissie van NMVOS met 60 %. Na 2005 bleef deze waarde relatief stabiel, maar na 2011 kon opnieuw een daling worden waargenomen. Ten opzichte van 2000 is de emissie van NMVOS in 2016 gedaald met bijna 70 %. De emissie van NMVOS van de benzinetankstations werd sterk teruggedrongen vanaf 1990 doordat de Europese Richtlijn 94/63/EG Damprecuperatie fase I en Damprecuperatie fase II in VLAREM werd opgenomen. Tussen 1990 en 2000 werden de emissies van NMVOS in de sector handel & diensten reeds gehalveerd. In 2016 zijn de benzinedistributie, op- en overslag en gebouwenverwarming verantwoordelijk voor respectievelijk 29,2 %, 26,8 %en 26,2 % van de uitstoot van NMVOS in de handel & diensten.

De emissie van ozonafbrekende stoffen daalde met 90,2 % ten opzichte van 2000. Tussen 2008 en 2009 daalde de emissie aanzienlijk door een correctie van de levensduur van de laatste huishoudelijke koelkasten met CFK-11 als blaasmiddel. De sector handel & diensten is verantwoordelijk voor 31,6 % van de totale uitstoot aan ozonafbrekende middelen, in 2000 was dit nog 43 %. Zowel bij de emissie van NMVOS als bij ozonafbrekende stoffen kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Tussen 2004 en 2010 daalde de hoeveelheid primair afval voortgebracht door de sector met 18,8 %, daarna bleef dit relatief constant. De hoeveelheid afval per werknemer en afval per eenheid bruto toegevoegde waarde daalden beiden met ongeveer 33 %. De sector handel & diensten produceert 13,4 % van het primaire afval. Ook bij de productie van primair afval kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid