Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Handel & Diensten / Eco-efficiëntie handel & diensten

Eco-efficiëntie van handel & diensten

De indicator ‘Eco-efficiëntie van handel & diensten’ geeft weer in welke mate de milieudruk gelijke tred houdt met het activiteitsniveau. Er wordt gesproken van ontkoppeling wanneer de groeisnelheid van een drukindicator (bv. emissie van broeikasgassen) lager is dan de groeisnelheid van de activiteitenindicator (bv. bruto toegevoegde waarde). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitenindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

De sector handel & diensten omvatten de volgende deelsectoren: handel; hotel & restaurants; kantoren & administraties; onderwijs; gezondheidszorg en overige diensten. 

Evaluatie: Icon positief
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Groot economisch belang, kleine milieudruk

De Vlaamse sector handel & diensten is in 2017 goed voor 71,6 % van de totale bruto toegevoegde waarde, sinds 2000 steeg deze met 37,9 %. Deze sector is eveneens goed voor 78,7 % van de Vlaamse werkgelegenheid, het aantal werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) steeg in 2017 ten opzichte van 2000 met 29,7 %. Handel & diensten heeft een groot economisch belang zowel naar toegevoegde waarde als naar werkgelegenheid, maar slechts een geringe milieudruk als dit wordt vergeleken met de andere sectoren. De milieudruk vindt vaak stroomopwaarts in de keten plaats. Veel producten die bijvoorbeeld worden verkocht en gebruikt in de sector handel & diensten worden vervaardigd in de sector industrie, de milieudruk voor het vervaardigen van de producten wordt toegewezen aan de sector industrie.

Energiegebruik en broeikasgassen fluctueren

De sector handel & diensten neemt 8,2 % van het totale energiegebruik en 5,2 % van de emissie van broeikasgassen voor zijn rekening in Vlaanderen. Het energiegebruik bij de handel & diensten steeg tussen 2000 en 2017 met 21,2 %, in 2010 was dit nog een stijging van 30,3 %. In de eerste jaren van het vorige decennium groeide het energiegebruik sterker dan de economische activiteit, daarna schommelde het gebruik rond hetzelfde niveau. De milde winters van 2011 en 2014 liggen hoofdzakelijk aan de basis van de sterke daling van het energiegebruik in die jaren. Sinds 2011 wordt minder energie gebruikt voor de productie van een eenheid toegevoegde waarde dan in 2000. Om van een echte ontkoppeling te spreken van het energiegebruik in de sector handel & diensten is nog wat voorbarig, maar de laatste jaren blijft het energiegebruik constant en blijft de toegevoegde waarde verder stijgen.  
De emissie van broeikasgassen, die sterk afhankelijk is van het energiegebruik en dus een gelijkaardig verloop kennen, hield voor 2005 gelijke tred met de economische activiteit. Na 2005 daalde de emissie van broeikasgassen om daarna terug te stijgen en tegen 2010 het hoogste peil te bereiken of 17,8 % hoger dan in 2000. In 2017 lagen de broeikasgassen 5,8 % hoger dan in 2000.

Absolute ontkoppeling ozonafbrekende stoffen, NMVOS en afval

De emissie van NMVOS door de handel & diensten neemt slechts 2,4 % van de totale emissie van NMVOS voor haar rekening. Tussen 2000 en 2005 daalde de emissie van NMVOS met bijna 60 %. Na 2005 bleef deze waarde relatief stabiel, maar na 2011 kon opnieuw een daling worden waargenomen. Ten opzichte van 2000 is de emissie van NMVOS in 2017 gedaald met 70,4 %. De emissie van NMVOS van de benzinetankstations werd sterk teruggedrongen vanaf 1990 doordat de Europese Richtlijn 94/63/EG Damprecuperatie fase I en Damprecuperatie fase II in VLAREM werd opgenomen. Tussen 1990 en 2000 werden de emissies van NMVOS in de sector handel & diensten reeds gehalveerd. In 2017 zijn de benzinedistributie, op- en overslag en gebouwenverwarming verantwoordelijk voor respectievelijk 30,6 %, 25,2 %en 23,4 % van de uitstoot van NMVOS in de handel & diensten.

De emissie van ozonafbrekende stoffen daalde met 89,5 % ten opzichte van 2000. Tussen 2008 en 2009 daalde de emissie aanzienlijk door een correctie van de levensduur van de laatste huishoudelijke koelkasten met CFK-11 als blaasmiddel. De sector handel & diensten is verantwoordelijk voor 32,3 % van de totale uitstoot aan ozonafbrekende middelen, in 2000 was dit nog 41,1 %. Zowel bij de emissie van NMVOS als bij ozonafbrekende stoffen kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Tussen 2004 en 2010 daalde de hoeveelheid primair afval voortgebracht door de sector met 21,6 %, daarna bleef dit relatief constant. De hoeveelheid afval per werknemer en afval per eenheid bruto toegevoegde waarde daalden beiden met ongeveer een derde. De sector handel & diensten produceert 14,1 % van het primaire afval. Ook bij de productie van primair afval kan er gesproken worden van een absolute ontkoppeling.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid