Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Importafhankelijkheid energiegebruik

Afhankelijkheid van import voor het totale primaire energiegebruik

Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen in zijn eigen energiebehoeften kan voorzien. Vlaanderen geeft geen eigen ontginning van fossiele brandstoffen of uranium. De eigen energieproductie bestaat uit de verbranding van afval met elektriciteitsproductie, de recuperatie van restbrandstoffen, biomassa, elektriciteit uit zond, wind en water, warmteproductie ...

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Import domineert in Vlaamse energiegebruik

Door de beperkte aanwezigheid van economisch winbare energievoorraden in de Vlaamse bodem voert Vlaanderen het gros van de benodigde primaire energiebronnen in, in 2017 was dit 91,76 % (figuur 1) van de primaire energiegebruik. Hoewel we nog steeds zeer afhankelijk zijn van geïmporteerde energiebronnen is een lichte maar duidelijke trend zichtbaar. In 1990 lag de afhankelijkheid nog op 95,33 %. Door het stopzetten van de ontginning van steenkool (in 1990 nog goed voor 1,81 % van de energiebehoefte) in 1992 steeg de afhankelijkheid in 1995 tot 95,75 %. Sinds 2002 daalde de netto-invoer van 95,38 % tot 91,22 % in 2015, het laagste aandeel in de tijdsreeks. In 2016 en 2017 was er opnieuw een stijging van de netto-invoer en dit mede door de stijging van het totale energiegebruik. In 2017 was Vlaanderen voor 91,76 % afhankelijk van het buitenland voor ons energiegebruik.
In absolute cijfers (figuur 2) bedraagt de netto-invoer 1765,73 PJ in 2017. De hoogste absolute netto-invoer was in 2007 en kende hierna een daling tot in 2014, waarna de netto-invoer opnieuw steeg.

Vlaanderen heeft geen gekende reserves van uranium, aardolie of aardgas, dit wordt volledig geïmporteerd. In 2017 kwam het aardgas (voor België) voor 42 % uit Nederland, 30 % uit Noorwegen en het overige kwam hoofdzakelijk uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Qatar. Aardolie was voor 48 % afkomstig uit Rusland, 19 % uit Saoedi-Arabië, 9 % uit het Verenigd Koninkrijk, 8 % uit Noorwegen en nog een deel uit Nigeria, Iran, Irak en Venezuela. Voor uranium zijn geen specifieke importcijfers voor Vlaanderen beschikbaar, maar wereldwijd zijn Kazachstan, Canada en Australië en Niger de grootste leveranciers.

Vlaamse energiebronnen in stijgende lijn

In 2017 was meer dan de helft (55,2 %) van de eigen primaire energieproductie afkomstig van andere brandstoffen (87 PJ) (figuur 3). De andere brandstoffen bevatten onder andere de verbranding van afval met energierecuperatie en de recuperatie van energiedragers als restbrandstof, nadat die eerst werden ingezet als grondstof of 'feedstock' in de productieprocessen van vooral de chemische industrie. Het betreft vooral butaan, propaan, LPG, koolteer, zware stookolie en nafta. Sinds 2000 schommelde de waarde tussen 77 en 97 PJ. In 2017 was 4,54 % van de primaire energievraag.
De eigen geproduceerde biomassa verviervoudigde bijna tussen 2000 en 2017 tot 42,2 PJ of 2,19 % van het primaire energiegebruik. Deze biomassa bestaat hoofdzakelijk uit hout.
Elektriciteit uit wind, water en PV, de snelst groeiende fractie van de laatste jaren, was nog altijd maar goed voor 15,6 PJ op een primair energiegebruik van 1 924 PJ of 0,81 %. Verder overschakelen op hernieuwbare energiebronnen is de sleutel voor een verhoogde zelfvoorzieningsgraad en een garantie op stabiele energievoorziening in de toekomst. Naast bovengenoemde energiebronnen wordt er nog 13,2 PJ aan warmte geproduceerd of 0,69 % van de primaire vraag.

Vlaamse fossiele voorraden blijven in de grond

Vlaanderen beschikt in het Kempens bekken nog over zo’n 39 miljard ton steenkool. Circa 8 miljard ton daarvan zou technisch winbaar zijn. Door de veel goedkopere prijzen op de wereldmarkt, werd in 1992 de ondergrondse ontginning stopgezet. De teller van steenkool bovengehaald in Vlaanderen stond dan op 441 miljoen ton. Inmiddels voert Vlaanderen alle steenkool in, vooral uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Australië en Rusland.

De Kempense steenkoolreserves bevatten ook methaangas, soms mijngas of steenkoolgas genoemd. VITO heeft deze reserves ingeschat op 50 à 127 miljard m³, waarvan  7 à 31 miljard m³ in de best winbare zones. Winning kan vrij eenvoudig gebeuren door het water uit de steenkoollagen te pompen en het methaangas dat dan vrijkomt te collecteren. Onder de naam Limburg Gas - een samenwerking tussen de Limburgse Reconversiemaatschappij LRM en een buitenlandse partner - werd begin 2013 een opsporingsvergunning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, overeenkomstig de bepalingen van het Vlaams Decreet betreffende de diepe ondergrond. Een vergunning werd afgeleverd om in een afgebakende zone binnen de concessies van de NV Mijnen in het Kempens steenkoolbekken de praktische en economische haalbaarheid van methaangaswinning te onderzoeken. Daarbij zou de buitenlandse partner (Dart Energy / IGas Energy) instaan voor een deel van het startkapitaal en operationele know-how inbrengen. Maar door gewijzigde marktomstandigheden moet LRM op zoek naar een nieuwe operationele partner. In afwachting ligt het project stil, waardoor de toekomst van de ontginning van mijn- of steenkoolgas in Vlaanderen erg onzeker geworden is.

Nog dieper in de Vlaamse bodem komt ook schalielagen voor waaruit mogelijks (fossiel) schaliegas zou kunnen gewonnen worden. Maar in tegenstelling tot de winning van mijngas uit steenkoollagen die van nature een goed ontwikkeld netwerk van spleten en barsten vertonen, vereist de winning van schaliegas de inzet van de omstreden fracking-techniek. Daarbij wordt water vermengd met chemicaliën en soms ook zand en vloeibare stikstof door het gashoudende gesteente geperst om deze hydraulisch te verbrijzelen en het zo vrijkomend gas af te voeren. Onder andere de mogelijke impact van die chemicaliën op waterwinning uit watervoerende lagen is reden van bezorgdheid. Het potentieel aan schaliegas in de Vlaamse ondergrond is onbekend. Bovendien is momenteel een moratorium in Vlaanderen van kracht op de winning van schaliegas waardoor er geen schaliegas gewonnen mag worden.  

Geothermie de Vlaamse Energiebron van de toekomst?

Een recentere vorm om duurzame energie te winnen uit de Vlaamse ondergrond betreft diepe geothermie of aardwarmte. In de bodem neemt de temperatuur gemiddeld toe met 3 °C per 100 meter diepte. Zo heeft de bodem op een diepte van 1 kilometer een gemiddelde temperatuur van 35 à 40 °C. In gebieden met bijzondere geologische omstandigheden (bv. vulkaangebieden) kan deze temperatuur veel sneller en hoger oplopen. Maar ook in Vlaanderen is diepe geothermie mogelijk, al moeten we daarvoor wel diep boren. Met name in de regio van de Antwerpse en Limburgse Kempen zijn op meer dan 3 km diepte grondwaterlagen beschikbaar die een voldoende hoge temperatuur hebben. Deze aardwarmte wordt aanzien als een hernieuwbare energiebron. In 2015 werd gestart met de eerste proefboring en in 2016 werd water van 125 °C bereikt op een diepte van 3610 meter. In 2017 werd de eerste steen gelegd voor een heuse geothermiecentrale, de vierde grootste in Europa, die vanaf 2019 de gebouwen van VITO, SCK-CEN en Belgoprocess verwarmt. De bedoeling is om termijn meer en meer bedrijven, gebouwen, woningen… aan te sluiten op een warmtenet. Wanneer tijdens de zomermaanden de warmtevraag laag is, wordt de restwarmte omgezet in elektriciteit.  

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.