Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Eco-efficiëntie energiesector

Eco-efficiëntie van de energiesector

Deze indicator vergelijkt de milieudruk van de energiesector (emissies en gebruik van water en energie) met een relevante activiteitsindicator (hoeveelheid geproduceerde energie bruikbaar voor eindgebruikers) van deze sector. 

Ontkoppeling treedt op wanneer de groeisnelheid van een drukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator. De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: juli 2017
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Johan Brouwers

Transformatieverliezen stroom & warmte wegen op milieuprestaties energiesector

De energetische output van de energiesector – dit is de som van de energie-inhoud van zijn eindproducten zoals motorbrandstoffen of elektriciteit beschikbaar voor de eindgebruikers – vertoont na 2002 een belangrijke daling tot 2013: -28 % op 11 jaar tijd. In 2009 is duidelijk het effect van de financieel-economische crisis te zien, waarbij de output van de energiesector de terugval in vraag naar energie van de andere sectoren weerspiegelt. Daar waar de output in 2010 een kleine stijging liet zien (+2 %), zette de daling zich nog wat verder door in de jaren nadien. Inmiddels ligt de output van de energiesector al bijna 10 % beneden het peil van 2000. Zowel de nuttige output van de petroleumraffinaderijen als van de stroomproducenten viel terug. De laatste jaren speelde bij de stroomproducten o.a. het herhaaldelijk stilleggen van kernreactoren in Doel.

Het eigen energiegebruik en de energieverliezen bij de transformatie, het transport en de distributie van energiebronnen vertoont daarentegen pas sinds 2011 een duidelijk dalend patroon. Die daling blijft evenwel aanhouden, zodat in 2014 een absolute ontkoppeling ten aanzien van de energetische output werd gerealiseerd.

Petroleumraffinaderijen hebben het belangrijkste aandeel (circa 90 %) in de energetische output van de sector, en het verloop van de output-curve is dan ook vooral bepaald door die raffinaderijen. De verhouding tussen de output van geraffineerde producten voor eindgebruikers en de input van primaire energiebronnen (aardolie) schommelt al jaren tussen 94 % en 96 %. Het energiegebruik en de -verliezen in de energiesector zijn daarentegen voor circa 70 % toe te schrijven aan de transformatieverliezen bij de opwekking van elektriciteit & warmte. Bij deze laatste zijn belangrijke rendementswinsten mogelijk, onder andere door nuttig gebruik van restwarmte en de inzet van efficiëntere conversietechnieken en hernieuwbare energiebronnen als wind en zon. Dit aspect wordt in detail behandelt in de indicatorfiche 'Energiebalans en rendement van de centrale stroom- en warmteproductie'.

Uitstoot meeste luchtpolluenten meer dan gehalveerd

Ten opzichte van 2000 is er een duidelijke en aanhoudende absolute ontkoppeling voor de emissies van NMVOS (een ozonprecursor; -60 %), verzurende stoffen (-78 %), zware metalen (-85 %) en fijn stof (-88 %). Veel van deze emissies zijn sterk afhankelijk van het steenkoolgebruik in elektriciteitscentrales. Ook het koelwater dat de sector onttrekt aan oppervlaktewater is absoluut ontkoppeld van de energiedragers voor eindgebruikers die de sector voortbrengt. Voor de emissie van broeikasgassen is de daling pas in 2008 ingezet, en daardoor heel wat beperkter (-23 %).

Ondanks deze belangrijke emissiereducties tekent zich na 2011 een afvlakking af voor de uitstoot van luchtpolluenten terwijl ook de output van de sector ter plaatse blijft trappelen. Enkel voor het eigen energiegebruik & -verliezen en de broeikasgasemissies blijven de dalingen nog aanhouden tot 2014.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid