Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Opslag radioactief afval

Opslag van geconditioneerd radioactief afval in afwachting van definitieve berging

Deze indicator geeft de evolutie van de totale opslag (gecumuleerd) van geconditioneerd radioactief afval van categorie A, van categorie B en van categorie C bij Belgoprocess te Dessel in afwachting van definitieve berging (aan oppervlakte en/of in diepe geologische lagen):

  • Categorie A: laag- en middelactief kortlevend afval. Deze fractie bestaat hoofdzakelijk uit bèta- en gammastralers met een korte halveringstijd (< 30 jaar) en een lage stralingsintensiteit; het afval kan opgesplitst worden in:
    • operationeel afval uit diverse exploitatie-activiteiten, bestaande uit mogelijks licht besmette kledij, papier en plastic uit gecontroleerde zones, filters en vloeibare effluenten uit laboratoria en reactorkringen, gebruikte ionenuitwisselingsharsen, ventilatiefilters, enz,  die verder verwerkt en geconditioneerd worden.
    • afval afkomstig van ontmanteling en ontsmetting van buiten dienst gestelde installaties zoals nucleaire gebouwen, reactoren, deeltjesversnellers, enz. 
  • Categorie B: laag- en middelactief langlevend afval. Dit betreft voornamelijk afval dat besmet is met alfastralers met lange halveringstijd in concentraties die te hoog zijn om in categorie A ingedeeld te worden. Het bevat ook wisselende hoeveelheden bèta- en gammastralers; Hiertoe behoort onder meer verglaasd, gecementeerd en gebitumineerd afval dat gegenereerd werd door heropwerking van 180 ton splijtstof van kernreactoren en 30 ton splijtstof van onderzoeksreactoren in de Eurochemic pilootinstallatie te Dessel. Deze heropwerkingsinstallatie werd uitgebaat tussen 1966 en 1974 door een internationaal consortium van OESO landen. Daarnaast omvat dit ook de gecompacteerde hulzen en eindstukken (zogenaamd CSD-C afval) afkomstig van heropwerking van splijtstof te La Hague (Frankrijk), een praktijk die toegepast werd tot aan het moratorium op heropwerking van 1993.
  • Categorie C: hoogactief afval. Dit is afval met erg hoge concentraties aan radionucliden waardoor het warmte afgeeft (>20 W/m³). Bevat bestraalde kernbrandstof als deze als afval wordt beschouwd, en hoogactief verglaasd opwerkingsafval ontstaan bij verwerking van bestraalde kernbrandstof.
Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Tweejaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Aanvankelijk gedumpt in zee

België stortte in de periode 1967-1982, net als vele andere landen, radioactief afval in zee. Zo werd er in totaal 15 765 m³ geconditioneerd laagactief en radiumhoudend afval in de Noord-Atlantische Oceaan gedumpt op een diepte van 4000 m. In 1982 stopte België vrijwillig met deze activiteit, maar het ondertekende pas in 1993 de Conventie van Londen die een definitief verbod op zeeberging inhield. Sinds 1983 wordt dit soort afval opgeslagen bij Belgoprocess in Dessel.

Opslag in afwachting van definitieve berging

Het grootste deel van het nucleair afval is afkomstig van de splijtstofcyclus. Deze cyclus is opgebouwd rond de nucleaire elektriciteitsproductie en bestaat in Vlaanderen uit splijtstofproductie, kerncentrales, afvalverwerking en nucleair onderzoek. Belgoprocess, de industriële dochtermaatschappij van NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen, verwerkt, conditioneert en slaat het radioactief afval op.

De eerste figuur toont de hoeveelheden radioactief afval die bij Belgoprocess in Dessel worden opgeslagen. In afwachting van berging nemen deze hoeveelheden jaarlijks toe. Niettemin kan af en toe een lichte daling ten aanzien van het voorgaande jaar voorkomen:

  • in 2008 voor middelactief afval door de invoering van een nauwkeuriger beheersysteem, waardoor bepaalde afvalvaten in een andere afvalcategorie werden ondergebracht;
  • in 2010 door het overbrengen van afval in het opslaggebouw voor middelactief afval naar het opslaggebouw voor laagactief afval na radioactief verval;
  • in 2014 doordat het afval verglaasd in de PAMELA-installatie niet langer als hoogradioactief afval werd beschouwd;
  • in 2015 door het invoeren van de categorisatie in A, B en C-afval op het niveau van de familie waartoe het afvalvat behoort, waar deze indeling voorheen collectief gebeurde per opslaggebouw op basis van de theoretische bestemming.

De wet op de kernuitstap van 31 januari 2003 bepaalde dat de kerncentrales dicht moeten zodra ze 40 jaar oud zijn, tenzij daardoor de bevoorradingszekerheid voor stroom daardoor in gedrang zou komen in ons land. Ondertussen werd deze wet reeds enkele malen herzien en zou de laatste kerncentrale sluiten in 2025 (zie stroomproductie in kerncentrales). Uitgaande hiervan raamde NIRAS de afvalvolumes die het tegen 2070 moet beheren op:

  • 69 900 m³ afval van categorie A, waarvan bijna 75 % afkomstig van de ontmanteling van de nucleaire installaties;
  • 10 430 m³ afval van categorie B bij handhaving van het moratorium voor opwerking; en 11 100 m³ indien het moratorium voor opwerking opgeheven wordt en alle bestraalde splijtstoffen worden opgewerkt;
  • 4 500 m³ afval van categorie C bij handhaving van het moratorium voor opwerking, waarvan 90 % bestraalde kernbrandstof en 10 % opwerkingsafval; 600 m³ indien het moratorium voor opwerking opgeheven wordt en alle bestraalde splijtstoffen worden opgewerkt.

Een verlenging van de exploitatieduur van de drie oudste kerncentrales (Doel 1, Doel 2 en Tihange 1) met 10 jaar leidt tot een stijging van het categorie A en B afval met minder dan 1,5 % en tot een stijging van het categorie C afval met ongeveer 8 %.

Bovenstaande ramingen houden geen rekening met afval dat in het kader van de splijtstofcyclus oorspronkelijk in het buitenland werd geproduceerd. Meer bepaald de grote hoeveelheden mijnafval bij de winning van uranium en verarmd uraniumafval afkomstig van de verrijkingsfabrieken.

Definitieve berging

Europees wordt als beginsel gehanteerd dat ieder land zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen radioactief afval, inclusief de eindberging daarvan. In juli 2011 stemde de Europese ministerraad in met het voorstel om iedere lidstaat tegen 2015 een nationaal programma te laten voorleggen aan de Europese Commissie waarin wordt aangegeven wanneer, waar en hoe ze definitieve bergingsfaciliteiten zullen bouwen en beheren met inachtneming van de strengste veiligheidsnormen. Die programma's zullen ook kostenramingen moeten omvatten en bepalen welke financieringsstelsels worden gehanteerd om die kosten te dekken.

Voor afval van categorie A besliste de federale regering in 2006 voor een oppervlakteberging in Dessel op de grens met Mol. NIRAS heeft begin 2013 daartoe de nodige vergunningsaanvragen ingediend. Na grondig nazicht verklaarde het FANC het dossier in 2013 onvolledig, en stelde aan NIRAS een driehonderdtal vragen. Eind 2017 werden de laatste vragen beantwoord en begin 2019 diende NIRAS het aangepaste dossier opnieuw in. Dit dossier werd samen met het evaluatieverslag van het FANC overgemaakt aan de Wetenschappelijke Raad in oktober 2019, waarna een gunstig voorlopig voorafgaand advies werd verkregen. NIRAS dient voorafgaand aan de tweede zitting van de Wetenschappelijke Raad het dossier te voorzien van aanvullende plannen, procedures en documenten en enkele bijkomende studies en evaluaties. Wanneer ook dat advies gunstig is kan de nucleaire oprichtings- en exploitatievergunning worden verleend via een koninklijk besluit. De aanvang van de bouwfase op de bergingssite is afhankelijk van het moment waarover alle vergunningen zullen bekomen worden. Wanneer alles vlot verloopt, denkt NIRAS in 2024 het eerste categorie A-afval te kunnen bergen. De meeste andere Europese lidstaten beschikken reeds over operationele bergingsinstallaties voor dit type afval.

Net als in de meeste andere lidstaten is in België het onderzoek naar passende bergingsmethodes voor het hoogactief en langlevend afval (categorieën B en C) nog aan de gang. In september 2011 stelde NIRAS een finaal afvalplan en een milieueffectenrapport voor het beheer op lange termijn van dit afval voor. Daarin wordt geopteerd voor (diepe) geologische berging op Belgisch grondgebied in weinig verharde klei. Tot op heden is er geen definitieve beslissing genomen door de Belgische regering over de definitieve bergingsvoorstellen.

Op Federaal niveau werd het Comité van het Nationaal Programma opgericht in toepassing van artikel 6 van de wet van 3 juni 2014 ter omzetting van de Europese Richtlijn 2011/70/Euratom van 19 juli 2011. Het comité heeft als opdracht het Nationaal Programma voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval op te stellen en op regelmatige basis te actualiseren. Dit programma maakt met name de balans op van de bestaande beheermethodes van verbruikte splijtstof en radioactief afval, brengt de te voorzien behoeften in kaart inzake opslag- of bergingsinstallaties, verduidelijkt de noodzakelijke capaciteit van deze installaties en de duur van de opslag en bepaalt de te bereiken doelstellingen voor het radioactieve afval dat nog niet het voorwerp uitmaakt van een definitieve beheermethode. Het Nationale Programma structureert de uitvoering van de onderzoeken en studies betreffende het beheer van de verbruikte splijtstof en van het radioactieve afval door mijlpalen vast te leggen voor de implementatie van nieuwe beheervormen, de oprichting van installaties of de wijziging van de bestaande installaties. De eerste uitgave van het Nationaal Programma werd gepubliceerd in oktober 2015.

Radioactieve afvalstromen

De tweede figuur geeft een vereenvoudigd schema van het acceptatiesysteem voor radioactief afval van NIRAS. Het geproduceerde radioactieve afval (grijze blokken) bestaat uit geconditioneerd en niet-geconditioneerd radioactief afval en is afkomstig van kerncentrales, het Studiecentrum voor Kernenergie, afbraak van oude installaties in Mol-Dessel, ziekenhuizen, biomedische laboratoria en diverse producenten. 

De opslag van het afval gebeurt bij Belgoprocess (groene blokken). Hier wordt het afval opgeslagen in afwachting van de definitieve berging.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid