Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Broeikasgasemissies energiesector

Emissie van broeikasgassen door de energiesector

De indicator volgt per deelsector op wat de emissie is voor de korf van broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen: CO2, CH4, N2O, SF6, NF3, PFK's en HFK's.

Aan de hand van hun opwarmend vermogen (global warming potential of GWP) kunnen de emissies van deze gassen gesommeerd worden, en uitgedrukt in kton CO2-equivalenten. De gebruikte GWP-waarden betreffen 1 voor CO2, 25 voor CH4, 298 voor N2O, 22 800 voor SF6, 17 200 voor NF3, 11 à 14 900 voor de verschillende HFK's en 7 390 à 17 700 voor de verschillende PFK's.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: november 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Gros broeikasgasuitstoot onder Europees systeem emissiehandel

Het overgrote deel van de broeikasgassen die de energiesector uitstoot, wordt gereguleerd door het Europees emissiehandelssysteem (ETS: Emissions Trading System). Zo viel in de eerste handelsperiode (2005 - 2007) gemiddeld 90 % van de broeikasgasuitstoot onder het ETS-systeem, en dit aandeel is nog verder opgelopen tot gemiddeld 92 % in de tweede handelsperiode (2008 –2012). Een derde handelsperiode startte in 2013 en zal eindigen in 2020. Het overgrote deel van de productie-installaties van elektriciteit en warmte en alle petroleumraffinaderijen vallen onder het ETS systeem. Enkel de uitstoot bij afvalverbrandingsinstallaties met energierecuperatie en enkele WKK’s met een klein vermogen vallen niet onder het ETS, evenals de lekverliezen bij de aardgasdistributie. 

Voor meer informatie omtrent het Europees emissiehandelssysteem: zie de indicatoren: 'Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies' en 'Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem (ETS)'.

Broeikasgasemissies in 2017  28 % onder niveau 1990 en 2000, daling vooral de laatste jaren

In 2017 stootte de energiesector 17 175 kton CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit, 28 % minder dan in 1990 en in 2000. In een periode van 20 jaar, tussen 1990 en 2010 daalde de emissie van broeikasgassen door de energiesector nauwelijks (- 4 % tussen 1990 en 2010). Tussen 2010 en 2014 is er een forse emissiereductie (- 23 % ), vooral toe te wijzen aan maatregelen in de elektriciteitsproductie (zie verder). In 2015 steeg de broeikasgasemissie met bijna 4 % t.o.v. 2014, vooral te wijten aan een tijdelijke verhoging van de elektriciteitsproductie in de conventionele centrales. In 2016 daalde de broeikasgasemissie opnieuw, met 7 %, tot 17 095 kton CO2-equivalenten, de laagste emissie ooit door de energiesector. In 2017 ligt de emissie met 17 175 kton CO2-equivalenten op ongeveer hetzelfde niveau als in 2016 (+ 0,5 %).

Nog meer dan bij andere sectoren bestaat de uitstoot van broeikasgassen door de energiesector voornamelijk uit CO2: 97,33 % (in 2017), vooral afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. De beperkte rest van de emissies betreft 1,95 % CH4 (voornamelijk door lekverliezen bij distributie, transport en opslag van aardgas); 0,69 % N2O (te wijten aan onvolledige verbranding) en 0,03 % SF6 (door lekverliezen bij isolatie van apparatuur in hoogspanningsposten).

In de jaren 90 leverden vooral de stopzetting van activiteiten in de steenkoolmijnen en van de enige losstaande cokesfabriek de grootste netto emissiedaling op. In de periode sinds het jaar 2000 werd vooral de CO2-uitstoot in conventionele elektriciteitscentrales ingeperkt, voor de helft gebeurde dat pas vanaf het jaar 2011.

Forse emissiereductie bij de elektriciteits- en warmteproductie vooral door brandstofswitch

De emissiereductie bij de productie van elektriciteit & warmte is vooral te wijten aan de drastische afname van de inzet van vooral steenkool en ook stookolie in conventionele thermische elektriciteitscentrales. Het verbruik van deze vaste en vloeibare brandstoffen is ondertussen tot een minimum herleid. De laatste kolencentrale werd in het voorjaar van 2016 gesloten. Het aardgasverbruik voor elektriciteitsproductie is daarentegen fors toegenomen door de ingebruikname van hoge rendement stoom- en gascentrales (STEG) en van warmtekrachteenheden. Deze verhoogde inzet van het minder koolstof intensieve aardgas heeft uiteraard een gunstig effect op de CO2-uitstoot. Ook is het gebruik van koolstof neutrale biomassa in de loop der jaren fel gestegen. Vooral houtpellets, -stof, -chips, olijfresten, slib en koffiegruis worden alsmaar meer in de elektriciteitscentrales verbrand. In 2015 steeg de CO2-emissie in deze conventionele centrales met 6 % t.o.v. 2014, dit omwille van een verhoging van de netto-elektriciteitsproductie (+ 19 % in 2015 t.o.v. 2014). In 2016 daalde de CO2-emissie dan weer t.o.v. 2015 met 9 % door een afname in de netto-elektriciteitsproductie met 11 %. In 2017 bleef de CO2-emissie onveranderd t.o.v. 2016, de conventionele netto-elektriciteitsproductie lag eveneens op hetzelfde niveau (+ 1,8 % in 2017 t.o.v. 2016).

Naar rendement toe blijkt dat de specifieke CO2-emissie per Gwh de laatste jaren beperkt schommelt en tussen de 800 à 900 ton CO2 per Gwh bedraagt. De stagnatie van de CO2-emissie per Gwh kan omgebogen worden in een duidelijke vermindering door de productie van elektriciteit uit conventionele centrales te beperken en deze uit windturbineparken, fotovoltaïsche panelen, golfenergieomvormers … verder uit te breiden.

In tegenstelling tot de globaal dalende CO2-emissie afkomstig van de klassieke thermische elektriciteitscentrales kent de CO2-uitstoot bij warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK’s) een schommelend verloop (een toename met 63 % tussen 2000 en 2010, daarna terug een geleidelijke vermindering (- 26 % in 2017 t.o.v. 2010)). Over de verschillende sectoren heen zorgen WKK's wel voor een netto daling van de CO2-uitstoot: de emissietoename bij de energiesector is kleiner dan de emissiereducties in de andere sectoren waar geen brandstoffen meer verbruikt worden om warmte afzonderlijk te produceren.

Status quo in de emissies van de petroleumraffinage

De emissies van broeikasgassen door de petroleumraffinaderijen kenden afgelopen decennia een eerder licht schommelend verloop maar zijn globaal gezien op hetzelfde niveau gebleven (de broeikasgasuitstoot in 2017 van deze deelsector ligt amper 1,5 % lager dan in 2000 en 8 % hoger dan in 1990). 

De petroleumraffinaderijen zijn er dus niet in geslaagd om de CO2-emissies te reduceren,  ondanks heel wat inspanningen om het specifieke energiegebruik te doen dalen. Dit als gevolg van tegengestelde trends voor de productie doorzet en specifieke CO2-emissie. Voor de economische crisis in 2009 steeg de doorzet en daalde de specifieke CO2-emissie, na de crisis zien we het omgekeerde effect. Tussentijdse emissiedalingen in 2011 en 2013 (respectievelijk - 9 % en – 4 % t.o.v. het voorgaande jaar) zijn uitsluitend te wijten aan een volledige stilstand van een grote productie-installatie voor inspectie-, onderhouds- en renovatiewerkzaamheden.

Matige emissiereductie bij de aardgasopslag, -transport & -distributie

Bij de opslag, transport & distributie van aardgas blijven de lekverliezen van methaan (CH4) uit transport- & distributieleidingen de belangrijkste component in de broeikasgasuitstoot.  De emissies daalden met 24 % tussen 2000 en 2017. De verdere uitbreiding van het aardgasdistributienetwerk in Vlaanderen beperkt ten dele de emissiereducties gerealiseerd door de vervanging van bestaande, meer permeabele leidingen (staal, gietijzer, vezelcement) door leidingen van polyvinylchloride (PVC) of poly-etheen (PE) met een emissiefactor die per lopende meter een factor 10 tot 100 lager ligt. 

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid