Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Broeikasgassen

Emissie van broeikasgassen door de energiesector

De indicator volgt per deelsector op wat de emissie is voor de korf van broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen: CO2, CH4, N2O, SF6, NF3, PFK's en HFK's.

Aan de hand van hun opwarmend vermogen (global warming potential of GWP) kunnen de emissies van deze gassen gesommeerd worden, en uitgedrukt in kton CO2-equivalenten. De gebruikte GWP-waarden betreffen 1 voor CO2, 25 voor CH4, 298 voor N2O, 22 800 voor SF6, 17 200 voor NF3, 11 à 14 900 voor de verschillende HFK's en 7 390 à 17 700 voor de verschillende PFK's.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: september 2017
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Hugo Van Hooste

Broeikasgasemissies 23 % onder niveau 1990 en 2000, daling vooral de laatste jaren

In 2015 stootte de energiesector 18 471 kton CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit, 23 % minder dan in 1990 en in 2000. In een periode van 20 jaar, tussen 1990 en 2010 daalde de emissie van broeikasgassen nauwelijks (- 4 % tussen 1990 en 2010). Tussen 2010 en 2014 is er grotere emissiereductie (- 24 % ). In 2015 steeg de broeikasgasemissie met bijna 7 % t.o.v. 2014, vooral te wijten aan een verhoging van de elektriciteitsproductie in de conventionele centrales.

Nog meer dan bij andere sectoren bestaat de uitstoot van broeikasgassen door de energiesector voornamelijk uit CO2: 97,35 % (in 2015), vooral afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. De rest van de emissies betreft 2 % CH4 (voornamelijk door lekverliezen bij distributie, transporten opslag van aardgas); 0,6 % N2O (te wijten aan onvolledige verbranding) en 0,04 % SF6 (door lekverliezen bij isolatie van apparatuur in hoogspanningsposten).

In de jaren 90 leverden vooral de stopzetting van activiteiten in de steenkoolmijnen en van de enige losstaande cokesfabriek de grootste netto daling op. In de periode sinds het jaar 2000 werd vooral de CO2-uitstoot in conventionele elektriciteitscentrales ingeperkt, voor de helft gebeurde dat pas vanaf het jaar 2011.

De emissiereductie bij de productie van elektriciteit & warmte is vooral te wijten aan de afname met vier vijfden van de inzet van steenkool in conventionele thermische elektriciteitscentrales tussen 2000 en 2014. Tot 2010 werd dit opgevangen door een verhoogde inzet van het minder koolstofintensieve aardgas (+ 40 %) en koolstofneutrale biomassa (+ 550 %). Vanaf 2011 bleef de inzet van biomassa ongeveer status quo, maar nam naast steenkool ook de inzet van aardgas af (- 62 % in 2014 t.o.v. 2010). In 2015 steeg de broeikasgasemissie in deze conventionele centrales met 13 % t.o.v. 2014, dit omwille van een forse verhoging van de netto-elektriciteitsproductie (+ 30 % in 2015 t.o.v. 2014). 

De dalende emissies afkomstig van de klassieke thermische elektriciteitscentrales worden ten dele teniet gedaan door de toenemende uitstoot bij warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK’s) (een toename met 58 % tussen 2000 en 2012, in 2014 een reductie met 27 % t.o.v. 2012, in 2015 terug een stijging met 29 % t.o.v. 2014). Over de verschillende sectoren heen zorgen WKK's wel voor een netto daling van de broeikasgasuitstoot: de emissietoename bij de energiesector is kleiner dan de emissiereducties in de andere sectoren waar geen brandstoffen meer verbruikt worden om warmte afzonderlijk te produceren.

De emissies van broeikasgassen door de petroleumraffinaderijen kenden afgelopen decennia een eerder licht schommelend verloop maar zijn globaal gezien op hetzelfde niveau gebleven (de broeikasgasuitstoot  in 2015 van deze deelsector ligt 2 % lager dan in 2000 en 7 % hoger dan in 1990). 

Bij de opslag, transport & distributie van aardgas blijven de lekverliezen van methaan uit transport- & distributieleidingen de belangrijkste component in de broeikasgasuitstoot.  De verdere uitbreiding van het aardgasdistributienetwerk in Vlaanderen beperkt ten dele de emissiereducties gerealiseerd door de vervanging van bestaande, meer permeabele leidingen (staal, gietijzer, vezelcement) door leidingen van polyvinylchloride (PVC) of poly-etheen (PE) met een emissiefactor die per lopende meter een factor 10 tot 100 lager ligt. 

Gros broeikasgasuitstoot onder Europees systeem emissiehandel

Het overgrote deel van de broeikasgassen die de energiesector uitstoot, wordt gereguleerd door het Europees emissiehandelssysteem (ETS). Zo viel in de eerste handelsperiode (2005 - 2007) gemiddeld 90 % van de broeikasgasuitstoot onder het ETS-systeem, en dit aandeel is nog verder opgelopen tot gemiddeld 92 % in de tweede handelsperiode (2008 –2012). Een derde handelsperiode startte in 2013 en zal eindigen in 2020. Het overgrote deel van de productie-installaties van elektriciteit en warmte en alle petroleumraffinaderijen vallen onder het ETS systeem. Enkel de uitstoot bij afvalverbrandingsinstallaties met energierecuperatie en enkele WKK’s met een klein vermogen vallen niet onder het ETS, evenals de lekverliezen bij de aardgasdistributie. 

Voor meer informatie omtrent het Europees emissiehandelssysteem: zie de indicatoren: 'Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies' en 'Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem (ETS)'.

 

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid