Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Broeikasgasemissies energiesector

Emissie van broeikasgassen door de energiesector

De indicator toont de evolutie van de broeikasgasuitstoot van de energiesector. Het gaat om de emissies die ontstaan bij de productie van elektriciteit en warmte, bij petroleumraffinaderijen, bij opslag, transport en distributie van brandstoffen, en bij de vroegere steenkoolwinning en cokesproductie. De elektriciteits- en warmteproductie omvat hier de conventionele thermische centrales en de warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) die geëxploiteerd worden door of in samenwerking met de elektriciteitssector. Decentrale productie door zogenaamde zelfproducenten in de andere sectoren is niet meegenomen in deze indicator. Deze emissies worden gerapporteerd bij de betreffende sectoren (handel & diensten, industrie en landbouw).

De indicator omvat de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en F-gassen. Om de emissies van deze gassen met elkaar te kunnen vergelijken en op te tellen, worden ze uitgedrukt in kton CO2-equivalenten.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: augustus 2020

Gros broeikasgasuitstoot onder Europees systeem emissiehandel

Het overgrote deel van de broeikasgassen die de energiesector uitstoot, wordt gereguleerd door het Europees emissiehandelssysteem (ETS: Emissions Trading System). Zo viel in de eerste handelsperiode (2005 - 2007) gemiddeld 90 % van de broeikasgasuitstoot onder het ETS en dit aandeel is nog verder opgelopen tot gemiddeld 92 % in de tweede handelsperiode (2008 –2012). Een derde handelsperiode startte in 2013 en zal eindigen in 2020. Het overgrote deel van de productie-installaties van elektriciteit en warmte en alle petroleumraffinaderijen vallen onder het ETS. Enkel de uitstoot bij afvalverbrandingsinstallaties met energierecuperatie en enkele WKK's met een klein vermogen vallen niet onder het ETS, evenals de lekverliezen bij de aardgasdistributie.

Meer informatie over het Europees emissiehandelssysteem is te vinden bij de indicatoren Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies en Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem (ETS).

Daling broeikasgasuitstoot energiesector stagneert sinds 2014

De energiesector was in 2018 verantwoordelijk voor 22 % van de totale broeikasgasuitstoot in Vlaanderen. Een groot deel ontstaat bij de productie van elektriciteit en warmte (70 %), gevolgd door de petroleumraffinage (28 %). De rest is afkomstig van de opslag, distributie en transport van aardgas en het transport van aardolie. De uitstoot van broeikasgassen door de energiesector bestaat grotendeels uit CO2 (97,4 %), vooral afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. Daarnaast is er een beperkte uitstoot van CH4 (1,9 %; voornamelijk lekverliezen bij distributie, transport en opslag van aardgas), N2O (0,7 %; te wijten aan onvolledige verbranding), en SF6 (0,03 %; lekverliezen bij isolatie van apparatuur in hoogspanningsposten).

In 2018 was de broeikasgasuitstoot van de energiesector 29 % lager dan in 2000 en 31 % lager dan in 2005, het startjaar van het ETS (figuur 1). Deze emissiereductie is voornamelijk toe te schrijven aan de elektriciteits- en warmteproductie (zie verder) en is het sterkst in de periode 2010-2014. Tussen 2014 en 2018 daalde de uitstoot maar met 4 %.

Emissiereductie elektriciteits- en warmteproductie vooral door brandstofswitch

De broeikasuitstoot bij de productie van elektriciteit en warmte daalde met 36 % tussen 2000 en 2018, en met 39 % tussen 2005 en 2018 (figuur 1 en 2). De daling situeert zich grotendeels in de periode 2005-2014. Tussen 2014 en 2018 namen de emissies slechts met 4 % af.

De emissiereductie is vooral te danken aan de brandstofswitch in conventionele thermische centrales (zie indicator Rendement centrale stroom- en warmteproductie). Er was een drastische afname van de inzet van vooral steenkool en ook stookolie. De laatste kolencentrale werd in het voorjaar van 2016 gesloten. Het aandeel aardgas voor elektriciteitsproductie is daarentegen toegenomen door de ingebruikname van hoge rendement stoom- en gascentrales (STEG). Het groter aandeel van het minder koolstofintensieve aardgas heeft een gunstig effect op de broeikasgasuitstoot. Ook de toename van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen heeft bijgedragen aan de daling van de uitstoot. Zowel het gebruik van biomassa in conventionele centrales als de productie van elektriciteit uit zon, wind en water zijn in de loop der jaren sterk gestegen (zie indicator Elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen).

In tegenstelling tot de broeikasgasemissie van de conventionele thermische elektriciteitscentrales kent de broeikasgasuitstoot van WKK's geen globaal dalende trend (figuur 2). Tot 2010 stegen de WKK-emissies door een toename van het operationeel vermogen. Over de verschillende sectoren heen zorgen WKK's wel voor een netto daling van de broeikasgasuitstoot: de emissietoename bij de WKK's van de energiesector is kleiner dan de emissiereducties in de andere sectoren waar geen brandstoffen meer verbruikt worden om warmte afzonderlijk te produceren (zie indicator Productie van elektriciteit en warmte d.m.v. WKK). Tussen 2010 en 2014 daalden de WKK-emissies van de energiesector, nadien bleven ze vrij constant.

De wijzigingen in het productiepark zorgden voor een daling van de broeikasgasemissie per eenheid geproduceerde elektriciteit (zie indicator Emissie per eenheid geproduceerde stroom). Het effect hiervan op de broeikasgasuitstoot van de sector werd echter deels teniet gedaan door de stijging van de netto niet-nucleaire elektriciteitsproductie tot 2010. Tussen 2010 en 2014 daalde de netto elektriciteitsproductie. Dit weerspiegelt zich in een sterkere daling van de broeikasgasemissies in die periode.

Status quo emissies petroleumraffinage, matige emissiereductie aardgas

De emissie van broeikasgassen door de petroleumraffinaderijen bleef de afgelopen decennia globaal gezien op hetzelfde niveau (figuur 1). De broeikasuitstoot bij de opslag, het transport en de distributie van aardgas daalde met 19 % tussen 2000 en 2018, en met 14 % tussen 2005 en 2018. Lekverliezen van methaan (CH4) uit transport- & distributieleidingen hebben het grootste aandeel in de emissies. De verdere uitbreiding van het aardgasdistributienetwerk in Vlaanderen beperkt ten dele de emissiereducties gerealiseerd door de vervanging van bestaande, meer permeabele leidingen (staal, gietijzer, vezelcement) door leidingen van polyvinylchloride (PVC) of poly-etheen (PE) met een emissiefactor die per lopende meter een factor 10 tot 100 lager ligt.

 

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

uitgegeven door