Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Sectoren / Energieproductie / Eigen energiegebruik en -verliezen energiesector

Eigen energiegebruik en energieverliezen in de energiesector

Het energetisch verschil tussen input en output van energiebedrijven omschrijven we als ‘het eigen energiegebruik en de energieverliezen van de energiesector’. Zoals die omschrijving al aangeeft bestaat dit uit:

  • de energieverliezen bij transformatie (bv. omzetting van energie in gas naar elektriciteit in gascentrales) en transport & distributie van energie (bv. verliezen uit aardgasleidingen of op hoogspanningsleidingen);
  • het eigen energiegebruik van de energiesector: deel van de energetische output dat de sector zelf gebruikt bij het omzetten van de ene energievorm naar de andere (bv. de geproduceerde raffinaderijgassen die de raffinaderijen zelf gebruiken om ruwe aardolie om te zetten naar o.a. benzines; of het elektriciteitsgebruik voor verlichting in de gebouwen van elektriciteitsproducenten).

Deze indicator volgt het verloop van het eigen energiegebruik en de energieverliezen van de energiesector in Vlaanderen.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: december 2019
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Sander Devriendt

Energiesector gebruikt een vijfde van het bruto binnenlands energiegebruik

De energie die gebruik wordt in de energiesector zijn in belangrijke mate transformatieverliezen (ongeveer 70 %) waarbij bepaalde energievormen worden omgezet naar bruikbare energievormen zoals elektriciteit, warmte, benzine …  In 2017 neemt de energiesector 20,6 % of 322,65 PJ van het Vlaamse energieverbruik voor haar rekening. 68,8 % of 221,9 PJ van deze energie (eerste figuur) wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit en warmte en 2,78 % of 8,98 PJ gaat verloren tijdens het transport van de elektriciteit. 28,03 % of 90,43 PJ wordt gebruikt door de petroleumraffinaderijen, de overige 0,41 % of 1,32 PJ wordt gebruikt voor de distributie van aardgas.

Na een eerder stijgend verloop tot 2007 vertoont de sector energie eerder een dalende trend. De sterke daling in 2014 en 2015 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat verschillende kernreactoren in Doel buiten werking waren. Ten opzichte van 1990 daalde het energiegebruik in de energiesector met 6,3 %, ten opzichte van 2005 met 16,7 % of 64,6 PJ. Voor 1990 en 1995 wordt het verbruik van de ondertussen gesloten steenkoolmijnen en de losstaande cokesfabrieken opgenomen bij de 'overige energiebedrijven' (eerste figuur).

Productie elektriciteit & warmte

De productie van elektriciteit en warmte is afkomstig uit de conventionele thermische centrales, kerncentrales, WKK’s en warmteproductie. In 2017 nam het eigen energiegebruik 3,53 % of 7,8 PJ in van het totale energiegebruik voor de productie van elektriciteit en warmte (tweede figuur). De andere 96,47 % of 221,9 PJ zijn transformatieverliezen, de energie die verloren gaat bij het omzetten van energiebronnen naar elektriciteit en warmte en dit hoofdzakelijk bij kerncentrales en de conventionele en thermische centrales (zie ook energiebalans en rendement van de centrale stroom- en warmteproductie)

Tot 2011 was het energiegebruik relatief constant. In 2014 en 2015 lag het energiegebruik beduidend lager doordat de transformatieverliezen in de kerncentrales sterk daalden. Deze daling werd veroorzaakt doordat verschillend reactoren in Doel zowel gepland als ongepland werden stilgelegd (zie stroomproductie in kerncentrales). In 2017 lag het gebruik van energie 23,3 % lager dan in 2005.

Petroleumraffinaderijen

Bij de petroleumraffinaderijen ligt het aandeel van het eigen gebruik een stuk hoger dan bij de productie van elektriciteit en warmte, in 2017 was dit 87,9 % of 79,5 PJ van het totale verbruik in de petroleumraffinaderijen (derde figuur). De petroleumraffinaderijen gebruiken zelf geproduceerde petroleumproducten met de laagste economische waarde zoals raffinaderijgas als brandstof in de fornuizen en ketels (ongeveer 41,9 PJ in 2017). Daarnaast gebruiken ze ook andere energiebronnen (vnl. aardgas). De transformatieverliezen bedragen hier 12,1 % of 10,9 PJ. Dit betreft vooral:

  • lekverliezen bij flenzen, afsluiters, kleppen, veiligheidskleppen, pompen, compressoren, monsternamepunten, opslagtanks en overslaginstallaties (vooral daar waar vluchtige producten onder druk worden behandeld);
  • ademverliezen: dampen die ontstaan bij het opwarmen van petroleumproducten en via luchtinlaten in de omgevingslucht terechtkomen;
  • verplaatsingsverliezen: dampen die naar buiten worden weggedrukt bij het beladen van opslagtanks;
  • verdampingsverliezen bij rioleringen, afvalwaterbehandeling en koeltorens.

Concrete maatregelen die raffinaderijen kunnen treffen om het eigen brandstofgebruik te reduceren betreffen vooral de minimalisering van de reflux in de destillatietorens, van de luchtovermaat in de fornuizen en van de druk in bepaalde processen. Ook investeringen in een betere isolatie, warmterecuperatie en warmte-integratie werken energiebesparend.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid