Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Publicaties / 2015

2015

Opmaak van een indicator voor ozonschade aan vegetatie in Vlaanderen via uitbouw van een ozonfluxmodel

In opdracht van MIRA en in samenwerking met IRCEL bouwde VITO een ozonfluxmodel uit. Dit model berekent gebiedsdekkend de Phytotoxische Ozon Dosis (PODʏ) als indicator voor de ozonschade aan vegetatie. Verhoogde ozonconcentraties kunnen leiden tot bladverkleuring en -verlies, vertraagde groei of zelfs afsterven van de plant. Bij gewassen leidt dit bovendien tot opbrengstvermindering. Het ozonfluxmodel berekent PODʏ-waarden voor aardappels, grasland, graan, tarwe, akkerland, loofhout en naaldhout in Vlaanderen of België.

Blauwdruk Systeemdynamisch Model Vlaanderen

In opdracht van MIRA ontwikkelde VITO een prototype of blauwdruk van een ‘systeemdynamisch model Vlaanderen’. Een systeemdynamisch model legt de verbanden vast tussen de toestandsvariabelen die van belang zijn voor het dynamische gedrag van het systeem. Dit maakt het mogelijk verschillende combinaties van scenario’s en beleidskeuzes op coherente wijze door te rekenen, en de impact op middellange en lange termijn te bepalen. Voor het opstellen van de zogenaamde blauwdruk werden diverse workshops georganiseerd waarbij experts en belanghebbenden verbetervoorstellen konden formuleren van het model.

Duurzaam sparen en beleggen in België: actualisatie tot 2014

De markten voor duurzaam sparen en duurzaam beleggen evolueren positief en in verhouding tekenen ze een hogere groei op dan de traditionele markten. Hierdoor is er voor beide segmenten een groei in het marktaandeel. Dat blijkt uit de indicatoren voor duurzaam sparen en beleggen tot 2014 die Forum Ethibel vzw in opdracht van MIRA geactualiseerd heeft.

De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen, 1990-2013

Onze economische welvaart meten we traditioneel aan de hand van het bruto binnenlands product (BBP). Maar er zijn ook andere factoren waarmee we rekening moeten houden, zoals sociale en milieuaspecten. De Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) biedt een alternatief. Dit MIRA-rapport actualiseert het verloop van de ISEW voor Vlaanderen voor de periode 1990-2013 met behulp van een verbeterde methodologie. Het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit Gent.

Horizonscanning in het kader van milieuverkenningen: literatuurstudie

De Vlaamse overheid tracht alle relevante omgevingsontwikkelingen tijdig op de radar te krijgen (horizonscanning). Zo kunnen we hun impact op het milieu(beleid) goed inschatten. Deze studie bouwt voort op het Megatrendsrapport(1) van de Vlaamse Milieumaatschappij en reikt wegen aan om megatrends en andere soorten ontwikkelingen periodiek op te volgen. De Vlaamse Milieumaatschappij liet Technum bestuderen hoe dit in andere (buitenlandse) initiatieven verloopt. De studie levert concrete aanbevelingen op voor de organisatie van horizonscanning en over de doorwerking naar het beleid.

Actualisatie en verfijning klimaatscenario's tot 2100 voor Vlaanderen - Hoofdrapport

Een overzicht is gegeven van de huidige kennis m.b.t. de klimaatverandering in Vlaanderen. Dit overzicht is gebaseerd op de resultaten van recente klimaat- en klimaatimpactstudies, en de statistische verwerking van de nieuwste klimaatmodelresultaten voor België en Vlaanderen. Deze laatste resultaten zijn uitgebreid gerapporteerd in de 3 Appendices die dit hoofdrapport vergezellen.

Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen - Appendix 1: Nieuwe modelprojecties voor Ukkel op basis van Europese en Belgische fijnmazige klimaatmodellen

Dit is de 1e technische Appendix (Engelstalig) bij het MIRA rapport ‘Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen’. Ze rapporteert de resultaten van de CORDEX-modellen en de MACCBET modellen, die werden geanalyseerd voor Ukkel. Deze analyse was noodzakelijk om de hoge-resolutie klimaatrun te kunnen interpreteren binnen het CORDEX ensemble. Vanwege de hoge computerkosten die de hoge-resolutie runs met zich meebrengen, werd binnen het MACCBET project voor België slechts een aantal CMIP5 modellen (EC-Earth) dynamisch neergeschaald.

Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen - Appendix 2: Nieuwe modelprojecties voor Ukkel op basis van globale klimaatmodellen (CMIP5)

Dit is de 2e technische Appendix (Engelstalig) bij het MIRA rapport ‘Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen’ en tevens het eindrapport bij de parallele studie voor de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM. Ze rapporteert de resultaten van de CMIP5-modellen, die werden geanalyseerd voor Ukkel, aangevuld met bijkomende analyses om inzicht te geven in de exacte positie van de hoge-resolutie Belgische klimaatmodelresultaten (zie Appendix 1) binnen de bandbreedte die het IPCC naar voren schuift. Deze analyse was noodzakelijk om de hoge-resolutie klimaatruns te kunnen interpreteren. Vanwege de hoge computerkosten die de hoge-resolutie runs met zich meebrengen, werden voor België slechts twee CMIP5 modellen (EC-Earth-KU Leuven en Arpege-KMI) dynamisch neergeschaald (zie Appendix 1 bij dit MIRA-rapport). Een presentatie van enkel deze runs kan een vertekend beeld geven naar beleidsmakers toe en daarom is het kaderen in de bandbreedte van het IPCC absoluut noodzakelijk. Dit gebeurt in dit rapport. Daarna beschrijft dit rapport de nieuwe klimaatscenario’s, afgeleid op basis van die uitgebreide set aan nieuwe CMIP5-klimaatmodelsimulaties. In het kader van de parallelle studie voor de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de VMM werden deze resultaten verder verwerkt tot het afleiden van klimaatscenario’s die specifiek bruikbaar zijn voor hydrologische en hydraulische impactanalyses, na toepassing van statistische neerschaling en de methode beschreven in Ntegeka et al. (2014).

Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen - Appendix 3: Ruimtelijke patronen voor België op basis van Europese en Belgische fijnmazige klimaatmodellen

Dit is de 3e technische Appendix (Engelstalig) bij het MIRA rapport ‘Actualisatie en verfijning klimaatscenario’s tot 2100 voor Vlaanderen’. Ze rapporteert de ruimtelijke patronen van de CORDEX-modellen, de MACCBET modellen en het ALARO model die bekomen werden voor België. De ruimtelijke patronen werden aangemaakt voor jaarlijkse temperatuur, zomerneerslag, winterneerslag en enkele extremen. Op deze manier is het mogelijk om na te gaan of er consistente ruimtelijke patronen aanwezig zijn in de klimaatprojecties voor België.

Managementsamenvatting literatuurstudie Horizonscanning 2015

Naar aanleiding van het Megatrends onderzoek werd binnen de dienst Milieurapportering (MIRA) van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de vraag gesteld om de nood aan een volwaardig systeem van horizonscanning te onderzoeken. Een systeem van horizonscanning laat toe dat mogelijke toekomstige ontwikkelingen tijdig op de radar verschijnen en de impact op het milieu van deze ontwikkelingen tijdig kunnen worden ingeschat. Mede op deze manier wil men het beleid in staat stellen om beter voorbereid te zijn op mogelijke toekomstige ontwikkelingen en wil men ondersteuning bieden bij het ontwikkelen van beleid dat voldoende robuust is ten aanzien van de onzekere toekomst.

Onderzoek naar beleidstoepassingen van milieu input-outputmodellen

In opdracht van OVAM, VMM-MIRA en LNE ontwikkelden VITO en het Federaal Planbureau in de periode 2007-2010 het Vlaamse milieu input-outputmodel (milieu IO-model). Dit model koppelt op een systematische manier economische data aan milieu- en tewerkstellingsgegevens, en dit voor de hele wereldeconomie. Daardoor laat het toe om de impact van productie- en consumptieactiviteiten en -patronen op milieu, economie en tewerkstelling doorheen de hele waardeketen in kaart te brengen en in detail te analyseren. Het model werd ondertussen al voor verschillende (beleids)studies gebruikt maar het potentieel was nog onvoldoende gekend. Daarom gaf MIRA aan VITO de opdracht om de mogelijkheden van het Vlaamse milieu IO-model voor ondersteuning van milieu-gerelateerd beleid verder te onderzoeken.

Transitie naar duurzame mobiliteit in steden: een analysekader

Stedelijke mobiliteit is een complex systeem. Hoe kunnen steden de transitie maken naar duurzame mobiliteit? Welke kansen maken die transitie mogelijk, en welke bedreigingen zullen ze bemoeilijken? MIRA liet in samenwerking met Thuis in de stad (Agentschap Binnenlands Bestuur) een analysekader ontwikkelen door BUUR en shiftN om stedelijke mobiliteitssystemen grondig onder de loep te nemen. Het kader laat toe de huidige mobiliteitssystemen van steden grondig te analyseren en het potentieel voor transitie naar duurzame mobiliteit te onderzoeken. Het analysekader biedt geen pasklare antwoorden, maar helpt het complexe systeem van stedelijke mobiliteit te lezen, te beschrijven en te begrijpen.

Energie-intensiteit van personen- en goederenvervoer

De sector transport neemt nog steeds een aanzienlijk deel van het energiegebruik van Vlaanderen voor zijn rekening. Om meer energie-efficiënte keuzes te kunnen maken actualiseerde de Vrije Universiteit Brussel, in opdracht van MIRA, de gegevens over het energiegebruik van verschillende modi van het personen- en goederenvervoer. Het rapport vergelijkt ook de energie-efficiëntie van wagens die rijden met verschillende brandstoffen en aandrijvingen.

Indicatoren van het stedelijk hitte-eiland in Vlaanderen

In dit rapport wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkeling en toepassing van nieuwe indicatoren van het stedelijk hitte-eiland in Vlaanderen. Om te beginnen werd een indicator opgesteld op basis van in-situ metingen. Vervolgens werd een indicator van het stedelijk hitte-eiland opgesteld op basis van thermisch infrarood satellietbeelden, die het voordeel hebben gebiedsdekkend te zijn, en beschikbaar voor langere perioden. In een laatste stap werd dan een modelgebaseerde indicator voor het stedelijk hitte-eiland ontwikkeld.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid