Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwantiteit / Neerslagtekort

Neerslagtekort

Het neerslagtekort is het verschil tussen de neerslag en de potentiële evapotranspiratie (verdamping). Dit tekort wordt per dag bepaald en maakt een vergelijking tussen de hoeveelheid beschikbaar water (de neerslag) en de dagelijkse potentiële watervraag o.a. door planten (de potentiële evapotranspiratie). Hierdoor kan de indicator ook gebruikt worden als een benadering van de droogtestress bij planten.

Hoewel het neerslagtekort per dag bepaald wordt, is het maar zinvol deze indicator over langere periodes te bekijken. Stress bij planten door te lage waterbeschikbaarheid treedt immers pas op over langere periodes. Daarom wordt het neerslagtekort cumulatief uitgerekend als de som van het dagelijks neerslagtekort berekend over het volledig groeiseizoen (april tot en met september) in een jaar. Wanneer die som kleiner of gelijk aan nul wordt gedurende de berekeningsperiode, blijft het cumulatief neerslagtekort nul.

Bij het gebruik van het cumulatief neerslagtekort als waterstressindicator moet er wel rekening mee gehouden worden dat de indicator een (sterke) vereenvoudiging van het eigenlijke systeem is: niet alle regenval zal immers beschikbaar zijn voor de plant (een deel zal afstromen, doorsijpelen naar de diepere bodemlagen of rechtstreeks verdampen) en de plant zal niet altijd de volledige potentiële evapotranspiratie kunnen realiseren (bv. jonge planten of afrijpende maïs vertonen een geringe evapotranspiratie).

Een trendanalyse is uitgevoerd voor volgende varianten:

• de maximale toename van het cumulatief neerslagtekort over 30 dagen en over 90 dagen (telkens binnen het groeiseizoen);

• de maximale waarde die het cumulatief neerslagtekort tijdens het groeiseizoen in een jaar bereikt.

Problemen met waterbeschikbaarheid in een groeiseizoen met een hoog neerslagtekort kunnen versterkt worden als de voorgaande groeiseizoenen ook al een hoog neerslagtekort kenden en dit tekort niet volledig aangevuld werd door neerslag in de herfst en winter. Vooral voor het freatische grondwater en voor de debieten in waterlopen kan dat belangrijk zijn. Daarom is het ook relevant om naar het neerslagtekort over een periode van meerdere jaren te kijken. Daartoe wordt de opbouw van het neerslagtekort doorheen het groeiseizoen bekeken als vijfjaarlijkse gemiddeldes. Voor elke periode van vijf jaar wordt dus per dag van het groeiseizoen de gemiddelde waarde van het cumulatief neerslagtekort bepaald.

Tot slot wordt een antwoord gezocht op de vraag of relatief hoge/lage waarden voor het neerslagtekort recent frequenter/minder frequent voorkomen dan vroeger. Daartoe wordt geteld hoeveel van de 10 en 20 hoogste/laagste waarden in de laatste 100 jaar (1920-2019) dateren uit de laatste 25 jaar (1995-2019).

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: mei 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Toename cumulatief neerslagtekort

De trendlijnen van de drie varianten voor het cumulatief neerslagtekort vertonen vooral sinds begin de jaren ’80 een stijging. Bij de maximale toename van het cumulatief neerslagtekort is de stijging relatief het grootst (+70 %). Hoewel de grote variatie op de indicatoren voor neerslagtekort de detectie van trends bemoeilijkt, zijn de verschillen tussen 2019 en het begin van de tijdreeks statistisch significant.

De gemiddelde opbouw van het cumulatief neerslagtekort voor de periode 2015-2019 kende een verloop dat zich in de periode 1905-2014 nooit heeft voorgedaan. Terwijl voordien het 5-jaarlijkse gemiddelde neerslagtekort quasi nooit boven 150 mm ging, steeg het gemiddelde neerslagtekort voor 2015-2019 vlot boven 200 mm. Dit illustreert het uitzonderlijke karakter van de voorbije vijf jaar wat betreft het neerslagtekort.

Relatief hoge waarden komen in de laatste 25 jaar frequenter voor dan voordien. Omgekeerd komen relatief lage waarden minder frequent voor. Beide fenomenen dragen bij aan de waargenomen stijging van het cumulatief neerslagtekort.

De dieperliggende oorzaak van deze trends is de toegenomen potentiële evapotranspiratie tijdens het groeiseizoen in combinatie met de neerslaghoeveelheid in het groeiseizoen die de laatste jaren is afgenomen.

 

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij gaat heel wat aandacht naar de mogelijke evolutie van de neerslag en de potentiële evapotranspiratie.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.