Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwantiteit / Grondwaterstand

Grondwaterstand

Het is om twee redenen belangrijk de evolutie van de grondwaterstanden op te volgen: enerzijds om de impact van grondwaterwinning op de watervoerende lagen op te volgen en anderzijds omwille van de relatie tussen de grondwaterstand en grondwaterafhankelijke ecosystemen. Omwille van de goede en stabiele kwaliteit pompen heel wat bedrijven en drinkwatermaatschappijen grondwater op om het te gebruiken als proceswater en drinkwater. Als de grondwaterstanden dalen, moet er dieper gepompt worden of moet er overgeschakeld worden op andere bronnen. Een daling van de grondwaterstanden kan ook een nadelige invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. Daarnaast kan de stand van het ondiepe grondwater ook een invloed hebben op de vegetatie. Een daling of stijging van het ondiepe grondwater kan in sommige gevallen negatieve gevolgen hebben voor de natuur en de landbouw.

 De VMM beschikt over een uitgebreid net van meetfilters waar de grondwaterstand regelmatig opgevolgd wordt, zowel in freatische als niet-freatische watervoerende lagen. De meetresultaten van 827 meetfilters werden individueel statistisch geanalyseerd voor de periode 2012-2018. Voor de periode 2000-2018 werden 856 meetfilters geanalyseerd. Telkens werd eerst nagegaan of een meetreeks een statistisch significante trend vertoont, met name of er sprake is van een monotone trend in een bepaalde richting. Als dat het geval was, werd de grootte van de trend berekend (in meter per jaar) en in klassen ingedeeld:

  • 0-0,05 m/j = kleine daling/stijging
  • 0,05-0,1 m/j = matige daling/stijging
  • 0,1-0,5 m/j = grote daling/stijging
  • > 0,5 m/j = zeer grote daling/stijging

 

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: januari 2020
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

In freatische grondwaterlagen vaker geen trend

Zowel uit de analyse voor de korte termijn (2012-2018) als voor de lange termijn (2000-2018) blijkt dat freatische grondwaterlagen vaker geen statistisch significante trend vertonen. In tegenstelling tot de diepere, niet-freatische meetfilters, reageren freatische meetfilters snel op de weersomstandigheden die vaak een wisselend karakter hebben. Bovendien zijn er geen uitgesproken stijgende of dalende trends in de onttrekkingen uit de freatische grondwaterlagen vast te stellen, terwijl dat in sommige niet-freatische lagen wel het geval is. Beide factoren verklaren waarom de grondwaterstanden van freatische lagen minder vaak een uitgesproken trend vertonen.

Effecten van de recente droogteperiodes duidelijk zichtbaar

Zowel uit de analyse voor de korte termijn (2012-2018) als voor de lange termijn (2000-2018) blijkt dat de freatische grondwaterlagen veel vaker een statistisch significante daling dan een stijging vertonen. De effecten van de recente droogteperiodes worden hier dus duidelijk zichtbaar. De aanvulling van het grondwater gebeurt vooral in de winter, maar is ook afhankelijk van de neerslag en de hoeveelheid water die verdampt gedurende het hele jaar. De winterneerslag vertoont de recente decennia dan wel een stijging, maar dat wordt gecompenseerd door de algemene toename van de temperaturen en dus ook van de verdamping. Daar bovenop komen nog eens de uitzonderlijke droogteperiodes van 2017 en 2018. 

In diepere waterlagen ongeveer evenveel stijgingen als dalingen

Bij de meetfilters in niet-freatische waterlagen worden ongeveer evenveel stijgingen als dalingen vastgesteld.

De waargenomen trends zijn grotendeels te verklaren door grondwaterwinning, nu en in het verleden. Klimatologische variatie kan voelbaar zijn in niet-freatische lagen, maar het effect van die variatie is klein in vergelijking met de antropogene beïnvloeding door waterwinning. Bij de niet-freatische grondwaterlagen worden op meerdere plaatsen (zeer) grote stijgende trends vastgesteld. Die zijn waarschijnlijk het gevolg van lokale of regionale maatregelen om de afbouw van grondwaterwinningen te stimuleren. Er zijn echter ook meetfilters met dalende trends, wat doet vermoeden dat er plaatselijk uit sommige lagen nog steeds te veel grondwater opgepompt wordt.

Omdat de trends vaak sterk verschillen naargelang de laag en het gebied, is er een aanpak op maat door een gedifferentieerd grondwaterheffingen- en vergunningenbeleid.

Merendeel grondwaterlichamen in goede kwantitatieve toestand

Bij de opmaak van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen is de kwantitatieve toestand van de grondwaterlichamen uitgebreid geëvalueerd voor 2012. Daarbij werden 5 criteria in rekening gebracht. Naast de trendanalyse van de grondwaterstanden werd ook nagegaan of de waterwinningen in het beschouwde grondwaterlichaam een invloed hebben op de toestand van aangrenzende waterlichamen. Vervolgens werden de mogelijke indringing van zout water van buiten het grondwaterlichaam door antropogene invloeden en het risico op beluchting van gespannen grondwaterlichamen bekeken. Tot slot werden ook de mogelijke effecten op grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen geanalyseerd. De resultaten geven aan dat de 26 freatische grondwaterlichamen in goede toestand zijn en dat 8 van de 16 gespannen grondwaterlichamen in slechte kwantitatieve toestand verkeren. Deze uitgebreide analyse wordt in principe om de 6 jaar herhaald.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.