Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwantiteit / Waterstanden in de Zeeschelde

Waterstanden in de Zeeschelde

Door zijn open verbinding met de Noordzee kent de Schelde een dubbeldaags getij. Het getij komt binnen via de Westerschelde en reikt via Antwerpen, Temse en Dendermonde tot Gent, waar het door sluizen en stuwen wordt tegengehouden. Die open verbinding met de Noordzee impliceert dat de zeespiegelstijging ook van belang is voor het Schelde estuarium.  

Menselijke ingrepen (e.g. inpoldering, rechttrekkingen, sedimentonttrekkingen, verruiming,…) veranderen direct of indirect de morfologie van het estuarium en leiden tot een belangrijke wijziging in getijkarakteristieken, met implicaties voor de verschillende estuariene functies. Sowieso is er een directe relatie met de veiligheid tegen overstromingen langsheen het estuarium, maar ook de toegankelijkheid en de natuurlijkheid worden hierdoor beïnvloed.

Hier ligt de nadruk op de evoluties van het hoog- en laagwater ter hoogte van Vlissingen, Antwerpen, Dendermonde en Wetteren. Het rapport ‘Historische evolutie getij en morfologie Schelde estuarium’ geeft een veel uitgebreidere analyse.

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: februari 2020
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Stijging hoogwaterstanden en daling laagwaterstanden in de Zeeschelde

De lange termijn trend ter hoogte van Vlissingen illustreert het effect van de zeespiegelstijging. In de periode 1888-2017 nam het gemiddelde hoogwaterniveau er toe met ongeveer 40 cm, terwijl het gemiddelde laagwaterniveau toenam met ongeveer 30 cm.

De overige locaties ondervinden niet enkel de effecten van de zeespiegelstijging maar ook die van allerlei menselijke ingrepen in het estuarium. Tot voor de eerste verruiming (~1970) zijn de belangrijkste menselijke ingrepen in het Schelde estuarium inpolderingen en rechttrekkingen. Rechttrekkingen van de Zeeschelde leiden tot een verkorting van de rivierloop en dus tot een verminderde waterbergingscapaciteit in de zone die nooit boven het water uitsteekt (subtidaal). Inpolderingen langsheen de Westerschelde en de Zeeschelde leiden tot een belangrijke afname van het intergetijdengebied (zone die boven water staat bij laagtij en onder water bij hoogtij) en dus ook van de waterbergingscapaciteit. Vanaf 1970 wordt het estuarium gedomineerd door verruiming en zandwinning, met een toename van het waterbergingscapaciteit in de subtidale zone.

Over de hele periode bekeken, bedraagt de stijging van het gemiddelde hoogwater in Antwerpen ongeveer 70 cm, in Dendermonde 90 cm  en in Wetteren 80 cm. Opvallend in het opwaartse deel van de Boven-Zeeschelde is de sterke toename in stijging van het gemiddelde hoogwater over de periode 1970-2017. Ten gevolge de morfologische ingrepen in het systeem kan de getijgolf makkelijker tot opwaarts het estuarium doordringen.

De extreme hoogwaterstanden worden gedefinieerd als 99ste percentielwaardes of de waarde die door 1% of dus 7 van de hoogwaters in een jaar overschreden worden. Ze zijn het gevolg van een stormopzet in combinatie met springtij. Om na te gaan of de langjarige evolutie in extreme waardes verschillend is van de langjarige trend onder gemiddelde getijcondities werd het verschil tussen de trend voor gemiddelde getijcondities en de extreme waarden geanalyseerd, en dit voor de deelperiodes 1888-1969 en 1970-2017. De extreme waardes hoogwater vertonen voor de opwaartse posten Schoonaarde, Wetteren en Melle in de periode 1888-1969 een significant sterkere stijging dan de stijging in gemiddeld hoogwater. Mogelijks spelen de grootschalige inpolderingen van schorren en vloeisystemen in deze zone van het estuarium een belangrijke rol. Daarnaast werden de bovenafvoerdebieten vanaf 1969 ook anders gestuurd door de aanleg van de Ringvaart rondom Gent. Voor de overige getijposten in de periode 1888-1969, en voor alle meetposten in de periode 1970-2017 is de stijging in extreem hoogwater niet verschillend van de stijging in jaargemiddeld hoogwater.

Ondanks de zeespiegelstijging wordt een daling van de gemiddelde laagwaterstanden ter hoogte van Antwerpen (-25 cm), Dendermonde (-80 cm) en Wetteren (-30 cm) vastgesteld.  De plotse daling van het jaargemiddelde laagwater kan toegeschreven worden aan de geulverruiming in de jaren ’70, waarbij sediment uit het systeem werd verwijderd.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid