Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwantiteit / Waterstanden in de Zeeschelde

Waterstanden in de Zeeschelde

Door zijn open verbinding met de Noordzee kent de Schelde een dubbeldaags getij. Het getij komt binnen via de Westerschelde en reikt via Antwerpen, Temse en Dendermonde tot Gent, waar het door sluizen en stuwen wordt tegengehouden. Een verandering van de zeespiegel, wijzigingen in het kombergend vermogen en de morfologie van de Schelde (bv. door baggerwerken) en wijzigingen in het afvoergedrag van de zijrivieren van de Schelde (bv. door de toename in verharde oppervlakte) zijn mede oorzaak van de geobserveerde trend.

Wijzigingen in waterstanden kunnen belangrijk zijn want ze beïnvloeden het risico op overstromingen.

Hier wordt de analyse beperkt tot de meetlocatie Antwerpen-Loodsgebouw en tot het middeltij (=gemiddelde van alle tijen). 

Evaluatie: niet van toepassing
Laatst bijgewerkt: oktober 2015
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Trend van stijgende hoogwaterstanden en dalende laagwaterstanden zet zich niet meer door

Tot ongeveer 1955 is er een quasi lineaire stijging van de hoogwaterstanden, nadien versterkt die stijging om de laatste jaren duidelijk af te vlakken. Ook voor de evolutie van de laagwaterstanden is 1955 een kanteljaar. Voordien is er sprake van een gestage daling van de laagwaterstanden, nadien zet die daling zich verder maar worden de schommelingen groter. De laatste jaren zet de dalende trend zich niet meer door. De trendbreuk van 1955 kan gerelateerd worden aan de bathymetrische ontwikkeling van het Schelde-estuarium, vooral de ontwikkeling van het Gat van Ossenisse en van de Overloop van Hansweert in de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw met als gevolg twee hoofdgeulen in plaats van één enkele en een vermindering van globale beddingweerstand. Die zorgden voor een extra toename van de tij-kracht, resulterend in een verhoging van de hoogwaterstanden opwaarts, en in een verlaging van de laagwaterstanden opwaarts, dus in een flinke toename van de getijslag. Gans de ontwikkeling met omslagpunt rond 1955 kan worden gerelateerd aan de zeer buitengewone stormvloed van 1 februari 1953.

Ook de kans op het voorkomen van hoogwaterstanden boven een bepaalde waarde (overschrijdingsfrequentie) evolueert in de tijd. De kans op hoge hoogwaterstanden stijgt in de loop der jaren.

Meer info

MONEOS - jaarboek monitoring WL, BASISBOEK

MONEOS - jaarboek monitoring WL 2014

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid