Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Zware metalen in waterbodems

Zware metalen in waterbodems

De fysisch-chemische beoordeling van de waterbodem omvat onder meer een onderzoek naar de aanwezigheid van zware metalen. De indicator geeft voor arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), koper (Cu), kwik (Hg), nikkel (Ni), lood (Pb) en zink (Zn) de toetsing van de waterbodemmeetplaatsen aan de referentiewaarden. De indeling in klassen is gebaseerd op de afwijking ten opzichte van een referentiewaarde. Deze referentiewaarde werd bepaald uit het geometrisch gemiddelde van 12 streng geselecteerde referentiewaterlopen in Vlaanderen.

Sinds 9/7/2010 zijn er decretale milieukwaliteitsnormen voor waterbodems. De normen zijn richtwaarden. Ze bepalen het milieukwaliteitsniveau dat zo veel mogelijk moet worden bereikt of gehandhaafd. Ze gelden niet als saneringscriterium, noch als saneringsdoel.

Het waterbodemmeetnet bestaat uit een 300-tal meetpunten waarvan jaarlijks ongeveer een kwart bemonsterd wordt. Het duurt dus vier jaar om een volledig beeld van de toestand in Vlaanderen te krijgen. Om de toestand en de trends te beschrijven, wordt hier enkel gebruik gemaakt van de meetplaatsen die in de 4 voorbije meetcylcli een beoordeling kregen. Dat zijn er in totaal 235.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2016
Actualisatie: Vierjaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Overwegend positieve evoluties

De meetresultaten voor de periode 2012-2015 geven aan dat vooral cadmium, chroom, koper, kwik, lood en zink voor verontreiniging zorgen. Die verontreiniging is deels het gevolg van historische vervuiling. Koper en zink geven het vaakst aanleiding tot overschrijdingen van de normen, dat is in respectievelijk 50 en 49 % van de meetplaatsen het geval.

Sinds 2000 neemt de verontreiniging van de waterbodems met kwik en nikkel duidelijk af. Voor de overige metalen is de verbetering minder uitgesproken. Voor geen enkel metaal gaat de toestand duidelijk achteruit.

De kwaliteit van een waterbodem kan wijzigen:

  • door sediment te verwijderen (al leidt sanering niet altijd tot een verbetering van de waterbodemkwaliteit omdat de historische verontreiniging soms diep in de waterbodem is doorgedrongen);
  • door verminderde lozingen waardoor de nieuw gevormde waterbodem – met andere woorden de bovenste sedimentlaag – minder vervuild is;
  • door de gewijzigde fysisch-chemische kwaliteit van de waterkolom, bijvoorbeeld hogere zuurstofconcentratie, kan nalevering van toxische stoffen vanuit de waterbodem naar de waterkolom optreden.
Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid