Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Zware metalen in oppervlaktewater

Zware metalen in oppervlaktewater

Metalen zijn per definitie niet afbreekbaar en (bio)accumuleren in het aquatisch milieu. Een aantal ervan is essentieel voor diverse biochemische processen in organismen. Bij hogere concentraties kunnen ze toxisch worden voor waterorganismen. Metalen komen in oppervlaktewater in opgeloste en in gebonden vorm voor.

Voor de trends van zware metalen in oppervlaktewater worden in de eerste plaats de totale concentraties (som van opgeloste en gebonden vorm, afgekort met een “t”) gebruikt want die werden aanvankelijk opgevolgd. Meer bepaald worden voor arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, nikkel, lood en zink de relatieve evoluties van de voortschrijdende gemiddelde concentraties gepresenteerd. Daarbij is de waarde voor jaar x het gemiddelde van x-1, x, x+1. Sinds 2012 worden de totaal concentraties niet meer opgevolgd.

De opgeloste concentraties zijn ecologisch relevanter want in die vorm worden ze gemakkelijker opgenomen door aquatische organismen. Vandaar dat sinds 2010 ook de opgeloste concentraties gemeten worden en dat de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater voor de opgeloste vorm gelden. De opgeloste concentraties (afgekort met een “o”) worden opgevolgd voor arseen (As), barium (Ba), cadmium (Cd), chroom (Cr), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), uranium (U), vanadium (V) en zink (Zn). Voor deze metalen wordt het percentage meetplaatsen dat de milieukwaliteitsnorm overschrijdt, opgevolgd. Van alle meetplaatsen waar voor elk jaar tussen 2010 en 2015 minimum 2 metingen beschikbaar zijn, wordt ook nagegaan of ze een statistisch significante trend vertonen.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: december 2016
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Sterke daling van de gemiddelde concentraties voor bijna alle metalen

Tussen 2000 en 2010 zijn de gemiddelde totale concentraties van bijna alle zware metalen sterk gedaald. Die dalingen variëren van 55 % voor nikkel tot 78 % voor koper en zijn te danken aan de inspanningen van de bedrijven en de uitbreiding van de openbare waterzuivering. Arseen is de enige uitzondering op die positieve evoluties. De toename van de arseenconcentraties tussen 2004 en 2010 deed zich niet overal voor. Stijgende concentraties werden waargenomen op enkele meetplaatsen in de kuststreek waar aanvoer van arseenrijk grondwater een mogelijke oorzaak is. Ook op enkele andere meetplaatsen, bv. in de Zeeschelde, zijn de arseenconcentraties in de periode 2000-2010 gestegen. De oorzaak is onduidelijk.

Kobalt, uranium, arseen en zink overschrijden het vaakst de normen

In 2015 werd de norm voor kobalt, uranium, arseen en zink in respectievelijk 48, 34, 19 en 14 % van de meetplaatsen overschreden. Van de door de KRW aangeduide prioritaire stoffen wordt opgelost cadmium aangetroffen in te hoge concentraties in 4 % van de meetplaatsen. Voor kobalt, uranium en cadmium lijkt het percentage normoverschrijdingen te verbeteren sinds 2010. 

Meer meetplaatsen met gunstige dan ongunstige trends

Voor elk metaal geldt dat meer dan de helft van de geanalyseerde meetplaatsen geen statistisch significante trend vertoont in de periode 2010-2015 en, met uitzondering van zink, dat het percentage meetplaatsen met een significante daling groter is dan het percentage meetplaatsen met een significante stijging. Het percentage meetplaatsen met een gunstige trend is het grootst voor nikkel, kobalt en cadmium.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid