Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Zuurstof en nutriënten in het oppervlaktewater

Zuurstof en nutriënten in het oppervlaktewater

Voldoende opgeloste zuurstof (O2) in het water is een belangrijke voorwaarde voor een divers ecosysteem. Te veel nitraat (NO3) en/of fosfaat (PO4) in het oppervlaktewater kan leiden tot overmatige algenbloei waardoor bijvoorbeeld de zichtbaarheid sterk afneemt.

Een oppervlaktewaterlichaam is (een deel van) een waterloop of een stilstaand water waarvan de kenmerken uniform zijn. Waterlichamen die dezelfde kenmerken hebben behoren tot hetzelfde type (bv. polder- of getijdewateren, kanalen). Vlaamse waterlichamen zijn de waterlichamen met een afstroomgebied van meer dan 50 km2. Deze waterlichamen worden beoordeeld aan de hand van een meerjarenstatistiek, namelijk het aggregaat (bv. het gemiddelde) van de laatste drie jaar voor één of meer representatieve meetpunten binnen het waterlichaam (de zogenaamde operationele meetpunten). Deze meerjarenstatistiek maakt een robuustere opvolging van trends mogelijk. Voor elk waterlichaam wordt de meerjarenstatistiek getoetst aan de typespecifieke norm. Bij de verwerking van de gegevens werden een aantal rekenregels toegepast voor de berekening van de aggregaten. Zo zijn bijvoorbeeld de gemiddelde concentraties voor Vlaanderen het gemiddelde van de jaargemiddelde concentraties per waterlichaam, meer bepaald voor die waterlichamen waarvoor een norm is voor de parameter in kwestie.

Als in een bepaald jaar een waterlichaam niet beoordeeld wordt, wordt tot maximaal 6 jaar teruggekeerd in de tijd om een beoordeling te extrapoleren. Omdat er niet voor alle waterlichamen voor elke parameter een norm is en/of metingen beschikbaar zijn, kan voor veel parameters het percentage waterlichamen dat voldoet nooit 100% zijn. In de eerste set van drie figuren is daarom ook het percentage niet-beoordeelde waterlichamen weergegeven.

De laatste figuur geeft de resultaten van een statistische trendanalyse per meetplaats. Daarbij wordt voor de operationele meetpunten eerst nagegaan of er een significante trend is in een bepaalde richting over de periode 2008-2017 (betrouwbaarheid 95 %) en als dat het geval is, wordt ook de grootte van de trend bepaald. Vervolgens worden de meetpunten verdeeld in klassen op basis van de relatieve grootte van de trend.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: juni 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Doel nog steeds veraf

De gemiddelde concentraties zuurstof, fosfaat en nitraat zijn opmerkelijk verbeterd ten opzichte van het begin van de jaren ‘90. Die positieve evolutie is te danken aan de daling van de belasting van het oppervlaktewater. Maar, die gunstige evolutie is de laatste jaren grotendeels stilgevallen.

Fosfor blijft een grote uitdaging. In 2017 voldeed slechts 22 % van de Vlaamse waterlichamen aan de norm voor opgelost fosfaat. Voor totaal fosfor lag dat percentage nog lager (8 %). Voor zuurstof (60 %) en voor nitraat (64 %) liggen die percentages merkelijk hoger, maar ook hier worden de normen dus lang niet overal gehaald.

De resultaten van de statistische analyse per meetplaats over de periode 2008-2017 geven aan dat de zuurstof-, nitraat- en fosfaatconcentraties op ongeveer 30 % van de operationele meetplaatsen significant verbeterden. Een aanzienlijk deel van de meetplaatsen vertoont echter geen trend en een kleine minderheid vertoont zelfs een achteruitgang. De trends voor de gemiddelde concentraties van de Vlaamse waterlichamen doen zich dus niet overal en in dezelfde mate voor. 

Om de zuurstof- en nutriëntenconcentraties verder te verbeteren is het nodig de openbare waterzuivering verder uit te breiden en te verbeteren. Daarnaast is er vooral nog een reductie van de verliezen vanuit de landbouw nodig. Daarbij verdient de fosforproblematiek bijzondere aandacht.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid