Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Fosfaat in oppervlaktewater in landbouwgebied

Fosfaat in oppervlaktewater in landbouwgebied

Fosfaat is een belangrijke plantenvoedende stof en is een essentiële bouwsteen in alle levende wezens. Te veel fosfaat draagt echter bij tot de eutrofiëring of overbemesting van de waterlopen. Deze wordt onder meer zichtbaar door overmatige algengroei.

De kwaliteit van het oppervlaktewater in landbouwgebied wordt opgevolgd in het MAP-meetnet. Het aantal meetpunten werd eind 2002 uitgebreid van ongeveer 260 naar ongeveer 760. In principe wordt de waterkwaliteit op de MAP-meetpunten bijna uitsluitend beïnvloed door de landbouw. Op de meetplaatsen van het MAP-meetnet wordt orthofosfaat gemeten. Het zijn die resultaten die hier gerapporteerd worden. Orthofosfaat is het in water opgeloste fosfaat. Dit is het fosfaat dat vlot beschikbaar is voor organismen.

De milieukwaliteitsnormen voor fosfaat in oppervlaktewater gelden voor de jaargemiddelde concentratie, zijn gespecifieerd per waterlooptype en variëren van 0,07 tot 0,14 mgP/l. In deze analyse is voor alle meetplaatsen getoetst aan deze typespecifieke milieukwaliteitsnormen. Het normenstelstel voorziet ook een indeling in kwaliteitsklassen waarbij de grens tussen goed en matig overeenkomt met de norm. De indeling in kwaliteitsklassen wordt gebruikt om een meer genuanceerd beeld van de toestand en de trends te geven.

Verder wordt per meetplaats ook nagegaan of de fosfaatconcentraties een statistisch aantoonbare trend vertonen. Als er sprake is van een statistisch significante trend wordt ook aangegeven of die klein, matig of groot is. Voor fosfaat zijn de grenzen voor die indeling 0,01 en 0,02 mg orthofosfaat-fosfor/l/jaar.

Naar analogie met de indicator nitraat in oppervlaktewater worden alle resultaten hier per winterjaar gerapporteerd.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: november 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Fosfaat in oppervlaktewater, een grote uitdaging

Het percentage meetplaatsen dat de norm in winterjaar 2017-2018 overschrijdt, bedraagt 63 %. Hieruit blijkt dat het fosfaatprobleem groter is dan het nitraatprobleem want in 2017-2018 overschreed 28 % van de MAP-meetplaatsen de drempelwaarde voor nitraat. Bovendien behoort 29 % van de meetplaatsen tot de klasse “slecht” wat impliceert dat de fosfaatnorm er in ruime mate overschreden wordt. Over de hele periode bekeken, vertoont het percentage meetplaatsen met normoverschrijding geen duidelijke trend.

De statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2008-2009 tot en met 2017-2018 bevestigt het ongunstige beeld. In 83 % van de meetplaatsen kon geen statistisch significante trend aangetoond worden, slechts 6 % blijkt significant gedaald en 11 % blijkt significant gestegen.

Het gebruik van dierlijke mest is in het verleden voornamelijk gericht geweest op de invulling van de stikstofbehoeften van de gewassen. Hierdoor zijn grote hoeveelheden fosfaat opgebracht die niet werden opgenomen door de gewassen en geleid hebben tot een accumulatie van fosfaat in de landbouwgronden. Bodems kunnen een bepaalde hoeveelheid fosfaat vasthouden maar hoe meer deze sorptiecapaciteit opgebruikt wordt, hoe minder plaats beschikbaar is om bijkomend fosfaat vast te leggen. Daardoor zal fosfaat uiteindelijk uitspoelen naar grond- en oppervlaktewater. In die zin hebben de huidige fosfaatverliezen vanuit landbouwgronden naar het oppervlaktewater gedeeltelijk een historische oorzaak. Dit impliceert ook dat er fosfaatverliezen zullen optreden zolang de sorptiecapaciteit van de bodem overschreden wordt, ook al wordt de hoeveelheid toegediend fosfaat sterk gereduceerd.

Naast algemene maatregelen die kunnen leiden tot een lagere mestproductie (bv. omvang veestapel beperken, voederefficiëntie verhogen, lagere vleesconsumptie) en tot meer mestverwerking, kunnen de fosfaatverliezen vanuit de landbouw gereduceerd worden door het mestgebruik beter te doseren en te verminderen tot onder onttrekking waardoor de fosfaatvoorraad in de bodem afneemt. Andere maatregelen zijn het inzaaien van vanggewassen en de aanleg van bufferstroken langs waterlopen om de impact van erosie te beperken.

Resultaten per meetpunt kunnen opgevraagd worden via de website van VMM, geoloket waterkwaliteit.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid