Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Druk op het waterleven door gewasbescherming

Druk op het waterleven door gewasbescherming (Seq)

De indicator ‘Druk op het waterleven door gewasbescherming’ weegt de jaarlijks verkochte hoeveelheid werkzame stof per gewasbeschermingsmiddel naar toxiciteit voor waterorganismen en verblijftijd in het milieu, en wordt uitgedrukt als de som van de verspreidingsequivalenten (∑Seq). De indicator is dus een maat voor de risico’s voor het waterleven verbonden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De Seq-indicator werd bepaald voor de periode 1990-2010.

In 2013 werd de Seq-indicator op drie punten aangepast met de bedoeling dichter aan te sluiten bij de realiteit. In de eerste plaats werd de toepassingswijze in rekening gebracht. Zo houdt driedimensionale boomgaardbespuiting een groter milieurisico in dan tweedimensionale veldbespuiting. Daarnaast werd de manier om gebruikscijfers te bekomen, aangepast. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw wordt niet langer bepaald op basis van verkoopcijfers maar wel op basis van de resultaten van het Landbouwmonitoringnetwerk (LMN) van het Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie (AMS). Die gegevens worden geëxtrapoleerd op basis van de landbouwtelling (Algemene Directie Statistiek en Economische informatie, ADSEI) zodat een beeld van gans Vlaanderen geschetst kan worden. De data voor toepassingen buiten de landbouw worden  bepaald voor particulieren op basis van verkoopcijfers verkregen via de federale overheid en voor openbare besturen op basis van data verkregen via VMM. Tot slot werden ook de meest recente toxiciteitsdata in de berekeningen geïntegreerd. Deze nieuwe indicator, de Seq+, werd bepaald voor de gebruiksjaren sinds 2009.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: februari 2018
Actualisatie: Jaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Doelstelling gehaald 

Het MINA-plan 3+ (2008-2010) beoogde een reductie van 50 % in 2010 ten opzichte van 1990. Het MINA-plan 4 (2010-2015) stelt een verdere afname in de periode 2010-2015 voorop. In 2010 lag de indicatorwaarde ruim 60 % lager dan in 1990. Daarmee werd de doelstelling van het MINA-plan 3+ (2008-2010) gehaald.

De druk op het waterleven is sterker gedaald dan het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bovenop de oorzaken die de evolutie van het totale gebruik verklaren (zie Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen), is er immers het federale beleid dat er op gericht is de meest toxische middelen uit de handel te nemen. In de daling van 2001 naar 2002 speelt het verbod op lindaan (insecticide) bijvoorbeeld een belangrijke rol. Ook de uitfasering van diuron (herbicide) heeft een merkbaar effect gehad op de totale indicatorwaarde. De daling van 2007 naar 2008 heeft veel te maken met het verbod op paraquat (herbicide). De daling in 2010 kan dan weer grotendeels toegeschreven worden aan een daling van het gebruik van flufenoxuron (insecticide) en fenoxycarb (insecticide).

De Seq+ (vernieuwde indicator) is opmerkelijk gedaald tussen 2009 en 2012. Die daling kan grotendeels toegeschreven worden aan het sterk gedaalde gebruik van endosulfan, een insecticide dat in feite al niet meer gebruikt mag worden sinds juni 2007. In 2012 werd endosulfan helemaal niet meer opgetekend. Na 2012 heeft de daling zich echter niet doorgezet, o.a. omdat endosulfan opnieuw opgetekend werd. De opmerkelijke daling in 2015 ten opzichte van 2014 heeft veel te maken met het feit dat endosulfan en paraquat niet meer werden gebruikt. Ook paraquat is verboden sinds 2007. Koperhydroxide (37 %) heeft nog steeds het grootste aandeel in de totale Seq+. Chloorpyrifos, diquat en diflufenican stijgen nu in de ranking, zij nemen de plaats in van de geschrapte middelen en hebben een aandeel van respectievelijk 15, 12 en 12%. De herbiciden diquat en diflufenican kennen een stijging in gebruik. Het gebruik van het insecticide chloorpyrifos nam niet toe. De landbouw heeft opnieuw een aandeel van 97 % in de totale Seq+. Niet-landbouw heeft een aandeel van 1 %.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid