Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Waterbodemkwaliteit

Waterbodemkwaliteit

Verontreiniging van oppervlaktewater blijft niet beperkt tot de waterkolom zelf. Een aantal stoffen hebben immers de neiging zich te binden aan het zwevend stof. Als dit zwevend stof bezinkt, gaat het samen met de eraan vastgehechte polluenten de waterbodem of sedimentlaag vormen. Verontreiniging van waterbodems is vaak het gevolg van historische vervuiling met zware metalen, pesticiden, PCB’s … De kwaliteit van de Vlaamse waterbodems wordt al geruime tijd opgevolgd met de triademethode. Die methode integreert de resultaten van chemische, biologische en ecotoxicologische analyses en laat toe waterbodems in te delen in kwaliteitsklassen, gaande van niet verontreinigd tot sterk verontreinigd.

Sinds 9 juli 2010 zijn er decretale milieukwaliteitsnormen voor waterbodems. Het zijn richtwaarden die het milieukwaliteitsniveau bepalen dat zo veel mogelijk moet worden bereikt of gehandhaafd. Ze gelden niet als saneringscriterium, noch als saneringsdoel.

Het waterbodemmeetnet bestaat uit een 300-tal meetpunten waarvan jaarlijks ongeveer een kwart bemonsterd wordt. Het duurt dus vier jaar om een volledig beeld van de toestand in Vlaanderen te krijgen. Om de toestand en de trends te beschrijven, wordt hier enkel gebruik gemaakt van de meetplaatsen die in de 4 voorbije meetcycli een beoordeling kregen. Dat zijn er in totaal 199.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2016
Actualisatie: Vierjaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

De waterbodemkwaliteit vergrijst

In de periode 2012 - 2015 was 22 % van de onderzochte meetplaatsen sterk verontreinigd, 76 % licht verontreinigd tot verontreinigd en 2 % was niet verontreinigd. Uit de toets aan de normen blijkt dat enkele stoffen in meer dan 50 % van de meetplaatsen de normen overschrijden. Daarbij zijn enkele PCB’s, twee afbraakproducten van DDT, zink en koper.

Sinds de start van de eerste monitoringscyclus in 2000 is het percentage sterk verontreinigde meetplaatsen gedaald van 51 % naar 22 %. Dat is een opmerkelijke verbetering, maar daar staat tegenover dat het percentage niet of licht verontreinigde waterbodems in de loop van de drie laatste cycli afgenomen is. Er lijkt dus een vergrijzing op te treden van de algemene toestand van de waterbodemkwaliteit in Vlaanderen.

De verbetering kan op verscheidene waterlopen toe te schrijven zijn aan uitgevoerde bagger- en ruimingswerken. Verder onderzoek heeft wel aangetoond dat de waterbodemkwaliteit niet bij alle saneringen verbetert, omdat de historische verontreiniging soms tot diep in de waterbodem is doorgedrongen. Het is bijgevolg niet steeds zinvol om dieper te ruimen, want daardoor kunnen andere problemen aan de oppervlakte komen. Het is duidelijk dat een degelijk voorafgaand oriënterend waterbodemonderzoek nodig is, vooraleer tot een effectieve sanering van de waterbodem kan worden overgegaan. Andere factoren die een positieve invloed kunnen hebben, zijn de verminderde lozingen van toxische stoffen waardoor de nieuw gevormde waterbodem minder vervuild is, en de gewijzigde fysisch-chemische kwaliteit van de waterbodem. Door hogere zuurstofconcentraties kan bv. nalevering van toxische stoffen vanuit de waterbodem naar de waterkolom optreden.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid