Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Macro-invertebraten

Macro-invertebraten

Bij de beoordeling van de biologische waterkwaliteit wordt gebruikgemaakt van de MMIF (Multimetrische Macro-invertebratenindex Vlaanderen). Macro-invertebraten zijn grotere, met het blote oog waarneembare ongewervelden, zoals insecten(larven), weekdieren, kreeftachtigen, wormen e.d. De MMIF houdt o.a. rekening met het totaal aantal aangetroffen taxa, de diversiteit en de gevoeligheid voor vervuiling ervan. De toekenning van de kwaliteitsklasse is afhankelijk van het type waterlichaam. Om de interpretatie van de figuren te vergemakkelijken wordt de klasse “goed en hoger” toegevoegd aan de klasse “goed”.

De figuren die de huidige toestand en de evolutie van 2007-2015 tonen, zijn enkel gebaseerd op de meetresultaten van de Vlaamse waterlichamen. Dat zijn de grotere watersystemen met een afstroomgebied groter dan 50 km². De figuur die de evolutie op langere termijn (1990-2013) toont, is gebaseerd op de meetresultaten van de Vlaamse waterlichamen en de lokale waterlichamen van eerste orde. De lokale waterlichamen van eerste orde zijn waterlichamen met een afstroomgebied tussen 10 en 50 km². De macro-invertebraten van de Vlaamse waterlichamen worden bemonsterd in cycli van 3 jaar.

Evaluatie:
Laatst bijgewerkt: oktober 2016
Actualisatie: Driejaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Doelafstand nog steeds groot

In de periode 2013-2015 haalde slechts iets meer dan 29 % van de Vlaamse waterlichamen de vooropgestelde goede toestand (klassen “goed” en “zeer goed”) en geen enkel Vlaamse waterlichaam haalt de klasse “zeer goed” voor macro-invertebraten. Bovendien moeten naast de macro-invertebraten verscheidene andere criteria gerespecteerd worden om aan de algemene doelstelling van de goede toestand te voldoen.

Biologische kwaliteit verbetert, maar lang niet overal

Uit de vergelijking van de laatste 3 bemonsteringscycli blijkt dat de biologische kwaliteit (MMIF) van de Vlaamse waterlichamen verbetert. Het percentage meetplaatsen met een slechte kwaliteit neemt af en het percentage met een goede kwaliteit neemt toe. Gelijkaardige conclusies gelden voor de evoluties sinds 1990. Deze positieve evoluties zijn o.a. het resultaat van de uitbreiding en verbetering van de openbare waterzuivering en van de inspanningen van de bedrijven en de landbouw.

Maar, lang niet alle meetpunten vertonen een verbetering van de biologische kwaliteit. Dat toont een statistische trendanalyse per meetplaats over de periode 2000-2015. Van de 647 meetpunten, die minstens 5 keer bemonsterd werden in die periode, vertoonde bijna 77 % geen statistisch significante trend, bijna 13 % vertoonde een significante verbetering en terwijl 0,6 % significant achteruit ging.

Forse inspanningen blijven nodig om de einddoelstelling te halen. Niet alleen om de vuilvrachten die in het oppervlaktewater terechtkomen, verder te reduceren maar zeker ook om waterlopen een meer natuurlijke inrichting te geven (bv. hermeandering, natuurvriendelijke oeverinrichting …).

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid