Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Hydromorfologische kwaliteit waterlopen

Hydromorfologische kwaliteit van waterlopen

De ecologische toestand van oppervlaktewateren wordt niet enkel bepaald door de biologische en fysisch-chemische kwaliteit. Een derde belangrijke factor is de hydromorfologie die aspecten omvat zoals stromingspatroon, meandering en oeverstructuur. Een waterlichaam met een natuurlijke hydromorfologie biedt een grote variatie aan biotopen en dus meer mogelijkheden voor biodiversiteit. Bovendien verhoogt een goede hydromorfologie het zelfzuiverend vermogen en dus ook de waterkwaliteit.

Per waterlichaam wordt een analyse gemaakt van een brede waaier aan hydromorfologische kenmerken: variabiliteit in breedte en diepte, kwantiteit en dynamiek van de waterstroming, interactie met het grondwater, structuur en materiaal van de bedding en de oevers, aanwezigheid van migratiebarrières (bv. stuwen), relatie met de omliggende vallei, mate van meanderen, landgebruik in de onmiddellijke omgeving...  

De hier gepresenteerde gegevens slaan enkel op de waterlichamen van de categorie rivieren. Daaronder vallen bijvoorbeeld grote en kleine rivieren, grote en kleine beken en polderwaterlopen. De gegevens werden verzameld in de periode 2000-2019.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: maart 2020
Actualisatie: Vijfjaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Merendeel waterlichamen heeft matige of ontoereikende hydromorfologische kwaliteit

Het merendeel van de waterlichamen kreeg een matige of ontoereikende eindbeoordeling voor hydromorfologische kwaliteit. 7 % van de waterlichamen heeft een goede hydromorfologische kwaliteit. Het percentage waterlichamen met een zeer goede of slechte kwaliteit is bijzonder klein.

De Vlaamse waterlichamen (grotere rivieren en kanalen zoals IJzer, Demer, Albertkanaal) scoren over het algemeen wat minder goed dan de lokale waterlichamen van 1e orde (wat kleinere waterlopen).

Een ontoereikende of slechte score wijst meestal op (gedeeltelijk) rechtgetrokken, ingebuisde, verbrede en/of verdiepte waterlopen; ingrepen uit het verleden met als doel het water zo snel mogelijk af te voeren en/of de bevaarbaarheid te bevorderen.

Een matige hydromorfologische kwaliteit wijst eerder op kleinere ingrepen zoals oeververdediging of  het ontbreken van waardevolle elementen zoals vegetatie of dood hout binnen de bedding als gevolg van een intensief onderhoudsbeheer . Oevers werden verstevigd en stuwen werden geïnstalleerd om het waterpeil te regelen.

Tal van maatregelen kunnen bijdragen aan een betere hydromorfologische kwaliteit. Hermeaneringsprojecten zorgen voor meer structuurvariatie en dus voor een grotere diversiteit aan habitats voor flora en fauna. Overbodige harde oeverversterking wegnemen en natuurtechnische milieubouw toepassen bij nieuw aan te leggen oeververstevigingen, kan de natuurwaarde van de oevers verhogen en het landschappelijk-esthetisch aspect versterken. Waar voldoende ruimte is voor de waterlopen kan een extensiever beheer (bv. minder frequent waterplanten verwijderen) toegepast worden. Vistrappen kunnen de migratie van vissen en andere soorten opnieuw mogelijk maken. Extensiever landgebruik in de nabijheid van waterlopen en een meer natuurlijk overstromingsregime verbeteren de ontwikkelingsmogelijkheden van waterlopen en de mogelijkheden tot natuurlijke waterberging.

Dit is een officiële website van de Vlaamse overheid