Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Gevaarlijke stoffen in biota

Gevaarlijke stoffen in biota

Sommige gevaarlijke stoffen lossen moeilijk op in water maar zijn wel vetoplosbaar. Dergelijke stoffen zijn moeilijk te detecteren in de waterkolom maar stapelen zich wel op in organismen, waar ze dan ook veel makkelijker gemeten kunnen worden. Metingen van dergelijke stoffen in organismen zijn relevant omwille van twee redenen. Ze laten toe een idee te vormen van de toxiciteit voor de organismen zelf. Daartoe worden de meetresultaten getoetst aan de ecotoxicologisch onderbouwde milieukwaliteitsnormen. Omdat sommige organismen ook geconsumeerd zouden kunnen worden, is het ook relevant om de meetresultaten te toetsen aan humane consumptienormen.

De stoffen die gemeten worden in aquatische organismen zijn:

  • hexachlorobenzeen (HCBz, fungicide en emissie chemische industrie);
  • hexachlorobutadieen (HCBd, oplosmiddel voor gechloreerde verbindingen);
  • kwik (Hg, allerlei toepassing bv. batterijen, spaarlampen);
  • gebromineerde difenylethers (PBDE, vlamvertrager);
  • hexabromo-cyclododecaan (HBCD, vlamvertrager);
  • fluorantheen en benzo(a)pyreen (PAK’s, onvolledige verbranding fossiele brandstoffen en hout);
  • perfluoro-octaansulfonaat (PFOS, vuil-, water- en olieafstotende materialen);
  • dicofol (insecticide);
  • heptachloor en (cis-)heptachloorepoxide (insecticiden);
  • dioxines en dioxine-achtige componenten (onvolledige verbranding).

Het gebruik, de productie en/of de lozing van het grootste deel van deze stoffen is ondertussen verboden of beperkt.

De meeste van deze stoffen worden gemeten in vis (paling en baars). De PAK’s worden gemeten in mosselen. In totaal bestaat het meetnet uit 44 meetplaatsen verspreid over Vlaanderen die in principe elke drie jaar bemonsterd zullen worden.

Evaluatie: Icon negatief
Laatst bijgewerkt: juli 2020
Actualisatie: Driejaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Enkele wijdverspreide probleemstoffen

Op alle meetplaatsen waren er overschrijdingen van de milieukwaliteitsnorm voor kwik en PBDE in paling en/of baars. De normen voor heptachloorepoxide, PFOS en dioxines werden bij paling in meer dan de helft van de meetplaatsen overschreden. De concentraties van zowel benzo(a)pyreen als fluorantheen in mosselen liggen in bijna 30 % van de meetplaatsen boven de milieukwaliteitsnorm. Deze gevaarlijke stoffen vormen dus een wijdverspreid probleem in aquatische organismen.

Voor heptachloorepoxide en PBDE zijn er heel wat meetplaatsen waar de norm in paling met een factor groter dan 1000 overschreden wordt. Deze stoffen lijken dus voor grote, ecotoxicologische problemen te zorgen. Voor de overige stoffen die voor normoverschrijdingen zorgen, geldt dat de overschrijdingsfactor meestal minder dan 10 bedraagt.

Over het algemeen worden hogere concentraties in paling dan in baars gevonden. Dat komt omdat paling een vettere vis is. Wanneer de resultaten gecorrigeerd worden op basis van het vetgehalte , liggen de concentraties in baars vaak hoger dan in paling.

Voor PAK’s en kwik is atmosferische depositie een belangrijke bron. Daarnaast speelt nalevering van historisch vervuild sediment een grote rol voor kwik, heptachloorepoxide en dioxines. Ten slotte worden concentraties van PFOS, PBDE en HBCD voornamelijk toegewezen aan puntvervuiling door industrie. Voor PFOS zijn huishoudens ook een belangrijke bron.

In de jaren ‘90 en ’00 werd een aantal gevaarlijke stoffen in paling ook al uitgebreid gemeten en beschreven door het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek en de Universiteit Antwerpen. Voor HCBz, PBDE, HBCD en PCB’s lijken de recente concentraties wat lager te liggen. Voor kwik blijken er geen grote verschillen tussen de recente metingen en die van de jaren ’90 en ’00.

Consumptienormen regelmatig overschreden

Voor kwik werd voor geen van beide vissoorten de consumptienorm overschreden. De norm voor benzo(a)pyreen (in mosselen) werd overschreden op 5 locaties (11 %). Dioxineconcentraties in baars overschreden op geen enkele locatie de desbetreffende consumptienorm. Voor paling was dit wel het geval in 38 % van de locaties waar deze concentraties in paling werden gemeten. De consumptienorm voor PCB’s in baars werd overschreden op 6 % van de locaties, voor PCB’s in paling op 51 % van de locaties. Over het algemeen lijken vooral de concentraties van dioxines en PCB’s in palingen een potentieel gezondheidsrisico te veroorzaken. De Vlaamse overheid raadt dan ook af om zelfgevangen paling of roofvis te consumeren.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.