Vlaanderen.be www.milieurapport.be
Je bent hier: Home / Milieuthema's / Waterkwaliteit / Ecologische toestand

Ecologische toestand

De Europese kaderrichtlijn Water stelt als doel de “goede toestand” voor de waterlichamen voorop. Voor natuurlijke oppervlaktewateren betekent dit onder meer een goede ecologische toestand. Voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewateren wordt rekening gehouden met de fysische omstandigheden die voortvloeien uit de kunstmatige of sterk veranderde kenmerken ervan. Het doel is dan het goed ecologisch potentieel. De biologische kwaliteitselementen fytoplankton, macrofyten, fytobenthos, macro-invertebraten en vissen en een aantal hydromorfologische en fysisch-chemische parameters bepalen de ecologische toestand. Bij de eindbeoordeling worden de waterlichamen ingedeeld in klassen (“zeer goed”, “goed”, “matig”, “ontoereikend” en “slecht”). Daarbij bepaalt het minst goede scorende biologische kwaliteitselement de eindscore (“one out all out”). Belangrijke bemerkingen hierbij:

  • Een overschrijding van de norm voor de specifiek verontreinigende stoffen of de algemene fysisch-chemische parameters (samen de “fysisch-chemische kwaliteit”) kan een eventuele  goede ecologische toestand of het goed ecologisch potentieel tot de beoordeling ‘matig’ reduceren.
  • Voor het ecologisch potentieel is de best mogelijke toestand “goed”.
  • De resultaten van de hydromorfologische beoordeling hebben voor de ecologische toestand enkel invloed op het onderscheid tussen de klassen “goed” en “zeer goed”. Op de beoordeling van het ecologisch potentieel hebben de resultaten van de hydromorfologische beoordeling geen invloed.
  • Soms zijn bepaalde biologische kwaliteitselementen niet relevant (bv. fytoplankton in snelstromende waterlichamen) of ontbreken de nodige gegevens. Hierdoor verschilt het aantal beoordeelde waterlichamen per kwaliteitselement. In die gevallen wordt het kwaliteitselement in kwestie ook niet in rekening gebracht bij de eindbeoordeling.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Vlaamse waterlichamen, dit zijn de grotere waterlichamen, en de lokale waterlichamen van eerste orde, dit zijn kleinere waterlichamen.

Voor de fysische-chemische kwaliteitselementen worden meerjarenaggregaten berekend voor een bepaalde periode (bv. 2016-2018). De besproken resultaten voor de specifieke verontreinigende stoffen zijn gebaseerd op monsternames in het jaar 2018 of eerder. De biologische kwaliteitselementen worden niet jaarlijks gemeten, hier wordt dan de laatst beschikbare meting in rekening gebracht. Daarbij wordt maximaal 6 jaar teruggegaan in de tijd.

Evaluatie: Icon neutraal
Laatst bijgewerkt: april 2020
Actualisatie: Driejaarlijks
Contactpersoon: Bob Peeters

Doel wordt bijna nergens gehaald

Van de 506 Vlaamse waterlichamen en lokale waterlichamen van eerste orde zijn er slechts 2 (0,4 %) die de goede toestand of het goede ecologische potentieel halen bij de meest recente evaluatie. Het vooropgestelde doel wordt dus quasi nergens al gehaald. Geen enkel waterlichaam haalt de zeer goede toestand. 75 % van de waterlichamen wordt als slecht of ontoereikend beoordeeld wat impliceert dat er nog ingrijpende maatregelen nodig zijn om er de goede toestand te halen.

De Vlaamse waterlichamen scoren over het algemeen wat beter dan de lokale waterlichamen van eerste orde.

Te trage verbetering van de ecologische toestand

Bekijken we enkel de waterlichamen die zowel beoordeeld werden voor (de periodes tot) 2012, 2015 als 2018, dan blijkt de toestand langzaam te verbeteren. De snelheid waarmee de verbetering zich voltrekt, is echter ruim onvoldoende om alle waterlichamen tegen 2027 in een goede toestand te brengen.

Om de doelafstand te verkleinen zal Vlaanderen nog forse inspanningen moeten leveren, vooral inzake de aanpak van de stikstof- en fosforverliezen uit de landbouw, de verdere uitbouw en verbetering van de openbare waterzuivering en de verbetering van de hydromorfologische kwaliteitselementen.

In principe moesten de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water gehaald worden in 2015. Er zijn echter bepaalde omstandigheden waarbij afwijkingen van de doelstelling mogelijk zijn. Zo motiveren de eerste generatie stroomgebiedbeheerplannen (2010-2015) van Schelde en Maas voor de meeste waterlichamen een termijnverlenging wegens technische onhaalbaarheid. Ook in de stroomgebiedbeheerplannen van de tweede generatie (2016-2021) wordt voor de meeste waterlichamen termijnverlenging gemotiveerd wegens technische onhaalbaarheid, disproportionele kosten en/of natuurlijke omstandigheden. Strikt genomen is een achteruitgang van de toestand niet toegestaan. Er zijn echter een aantal gevallen van overmacht (bv. calamiteiten) mogelijk waarbinnen een tijdelijke achteruitgang van de toestand kan, mits de nodige milderende acties en bijkomende monitoring voorzien worden. Ook lagere doelstellingen zijn mogelijk, maar in de eerste en tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen werd hier nog geen gebruik van gemaakt. Aan alle afwijkingen zijn evenwel strikte voorwaarden gekoppeld.

www.milieurapport.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

Elke dag opnieuw werkt de Vlaamse Milieumaatschappij aan het milieu van morgen. Water, lucht en milieurapportering zijn onze kerntaken.